Ontdek Antwerpen

Het Eilandje

Het Eilandje, de maritieme Schone slaapster.
Vandaag definiëren we het Eilandje fysisch van de Brouwersvliet-Godefriduskaai tot aan het nieuwe Havenhuis. In de volksmond is de term echter ontstaan rond de zone Bonapartesluis ( toen nog open ) Verbindingsdok, Kattendijkdok en Kattendijksluis. Wanneer je in die zone woonde en de bruggen waren omhoog zat je letterlijk op een eiland. Een oude “eilandbewoner” vertelde mij dat het het ideale
excuus was om te laat op school te komen of op uw werk. Ideale plaats ook vroeger voor vreemdgangers, je kwam er nu niet bepaald onmiddellijk bekend volk tegen en je had er wel een paar “kamer” hotelletjes…
De ontwikkeling van het Eilandje, of Nieuwstad, begint met de stadsuitbreiding onder impuls van Gilbert Van Schoonbeke, projectontwikkelaar avant la lettre. Hij zou ook andere delen van de stad zoals de zone Theaterplein, in samenwerking met de stad urbanistisch vormgeven. Antwerpen, in de zestiende eeuw al een wereldhaven barstte, ook maritiem, uit zijn voegen. Schepen werden behandeld op de Schelde en in de vlieten.

Het stadsbestuur vroeg dus aan de ontwikkelaar Gilbert Van Schoonbeke, ontwikkelaar (sommige zeggen speculant) om het zompig gebied ten noorden van te stad maritiem te ontsluiten en tot ontwikkeling te brengen. Gilbert van Schoonbeke maakte dus een plan om het zompig gebied van 25 ha ten noorden van de stad binnen de muren te brengen.
Ter plekke moest een woonwijk, de Nieuwstad, worden gebouwd en vier binnenhavens. Drie werden er uitgevoerd; voor de meest zuidelijke, de Brouwersvliet, werd de oude stadswal gebruikt, volgens de vroeger gebruikte methode van ombouw van vestingwater tot binnenhaven. Maar de andere twee, de Timmervliet en Middelvliet, waren de eerste aanlegplaatsen van de Antwerpse haven speciaal aangelegd om schepen te ontvangen.
Vooral de Middelvliet was Antwerps trots: grote karvelen en galjoenen tot 200 ton en zelfs meer konden er moeiteloos binnenvaren. Dit alles werd in goede banen geleid door de kaaimeesters die ook aan de stadsvlieten toezicht hielden op het scheepvaartverkeer. Aan zijn oever werd omstreeks 1560 het indrukwekkende Oostershuis oftewel het hanzahuis (niet te verwarren met het rederijhuis/hansahuis op de Suikerrui) opgetrokken. Het diende als zetel van de Duitse Hanze, een koopliedenvereniging en stedenbond.
Vooral Amsterdamse schepen, bevracht met graan van de Oostzeelanden, liepen er binnen. Hierdoor werd deze binnenhaven ook Graanvliet, Korenvliet of Oostersevliet
genoemd. De Spaanse soldenier Christoval de Andrade leverde in 1611 het volgende ooggetuigenverslag: “Gans het deel dat men Nieuwstad heet is verdeeld door grote kanalen die heel handig zijn aangebracht in het midden der straten. Er zijn talrijke houten ophaalbruggen die men kan halen en neerlaten voor de bediening der kanalen“. In tegenstelling met de oude binnenhaven waren deze van de Nieuwstad door sas- en sluisdeuren van de Schelde afgesloten. Antwerpen werd een dokhaven en zou dat voortaan blijven.
Het is dan wachten op Napoleon Bonaparte die Antwerpen bezoekt en, eufemistisch uitgedrukt, de maritieme infrastructuur ondermaats vindt. Hij geeft dus opdracht een volwaardige sluis en een dok te laten aanleggen in 1811. Twee dokken – petit et grand bassin
Napoleon besliste bij decreet van 26 juli 1803 dat er in het noorden van Antwerpen, binnen de zestiende-eeuwse omwalling, twee dokken zouden worden gegraven. Het eerste dok zou bij eb droogvallen en het tweede dok zou toegankelijk zijn door middel van een sluis die het waterpeil op voldoende hoog niveau hield om de schepen drijvende te houden.
De twee dokken werden ontworpen door de Franse ingenieur Joseph Nicolas Mengin (1760-1842). Eerst werd gewerkt aan het graven van de voorhaven (het latere Bonapartedok). Vanaf ongeveer 1810 werd het Grote Dok (het latere Willemdok) aangepakt. Vanaf 1805 werd het ontwerp van de dokken zo gewijzigd dat ook grote oorlogsschepen in de dokken konden aanleggen. De voorhaven werd ook nu ook uitgerust met een zeesluis en zou dus niet droogvallen. Aan de oostzijde van het Willemdok werden in 1813-1814 twee 93 meter lange droogdokken met schipdeuren aangelegd door generaal L.C. Boistard. Het noordelijke droogdok werd echter nooit voltooid.
Eens Napoleon verslagen is in 1815 in Waterloo, komt sir Arthur Wellesley, de éérste hertog van Wellington naar Antwerpen. Hij ziet dat Napoleon een invasie vanuit Antwerpen wilde lanceren na zijn nederlaag en ontdekt op het Eilandje 8 Franse fregatten en 12 nog net niet afgewerkte op het Zuid. De Engelse marine telde op dat moment 19 fregatten. Napoleon had er 20 in Antwerpen en nog eens 26 in Le Havre. Wellington legt de Antwerpenaren het verbod op om nog oorlogsschepen te bouwen. Natuurlijk lappen de Nederlanders die hier de nieuwe bazen zijn tot 1830 dat aan hun laars maar het markante is wel dat de overwinnaar van Waterloo, de hertog van Wellington in Antwerpen was geweest.
Na zijn nederlaag wordt, geeft Koning Willem, de Antwerpse economie zeer gunstig gezind, opdracht om een naastliggend groot dok te bouwen en de Koninklijke Stapelhuizen te laten bouwen ( den “Entrepot”). Aanvankelijk noemde men deze, ondertussen meer dan twee eeuwen oude, dokken het Kleine en het Grote Dok.
Het stadsbestuur besluit later om ze uit eerbetoon het Bonapartedok en het Willemdok te noemen. Hier meren tijdens de 19 e eeuw de grote zeilschepen aan en worden hier behandeld. Het stadsbestuur laat grote pakhuizen bouwen zoals Felix en Godefridus die gelukkig bewaard zijn gebleven, gerenoveerd en een nieuwe functie hebben gekregen.
Het Felix Pakhuis is vandaag het Stadsarchief, het collectief geheugen van de stad op papier. Leuk om weten over het Felix pakhuis is: “de kattenpoepper” “Van de ééne kat naar de andere, allez t’is te zeggen, in’t Felix pakhuis op het Eilandje kwam alles binnen van eten en drinken. Alles werd daar ingeladen en verwerkt en verpakt.
Uiteraard krioelde dat daar van de ratten en de muizen. Dat werd zo erg dat het Felix pakhuis er alles aan deed om zoveel mogelijk katten te lokken, straatkatten natuurlijk die niet bang waren van ratten. Natuurlijk die beesten moesten eten en drinken en dan werd er “ne kattenpoepper” aangesteld. Dat was iemand die op het laatste van zijn carriere “ne lichtere dienst” kreeg maar op den duur werden er meerdere aangesteld. En die mannen moesten kattenstront opruimen, die beesten te eten geven en te drinken en ze vrij houden van vlooien. Dat was een serieuze job zenne, zo serieus zelfs dat het ambt officieel erkend werd. Het was hard werken maar de kattenpoepper werd goed betaald. Het was een heel verantwoordelijke job want een kat is een beest waar ge niet mee doet wat ge wilt en als katten het moe zijn trappen ze het af dus de kattenpoepper moest er in de éérste plaats voor zorgen dat al die katten in het Felix pakhuis bleven want de muizen en de ratten, die bleven er ook.
Als ge heden ten dagen door het Felix pakhuis wandelt kijk dan links en rechts naar de metalen deuren onderaan, daar zie je kleine ronde gaten, getuigen van wat ik net vertelde, groot genoeg om katten door te laten om te jagen op muizen en ratten.”
Einde negentiende eeuw breidt de stad de haven verder uit naar het noorden met de bouw van het Kattendijkdok. De haven is inmiddels al zo groot dat de dokwerkers, ze naar het noorden van het Kattendijkdok moeten gaan werken, spreken over “Siberië”. Vandaar de naam Siberiabrug.
Met de verdere uitbreiding van de haven naar het Noorden en de vergroting van de schepen, begint het Eilandje zijn belang voor de maritieme zeevaart geleidelijk te verliezen. Bonaparte -en Willemdok krijgen meer een functie voor de binnenvaart.
Het Eilandje wordt wel de gegeerde woonplaats voor binnenschippers en een bruisende uitgaansbuurt met talloze cafés en dansgelegenheden. Met iconen zoals Atlantic (“ den Doove”), den Big Ben en de Washington. Den Doove was een begrip in het Antwerpse uitgaansleven op het eilandje. Een begrip dat centraal stond voor nachtelijk uitgaansplezier, bangelijke muziek en dansen tot ge uw benen niet meer voelde. Daar stond men tot in de vroege uurtjes op de tafels te dansen. De Washington had naam en faam, eerder bekend bij “zwoare joenges”, een keet met reputatie en waar toch regelmatig gevochten werd.
Einde jaren 80 begint het Eilandje in te dommelen met veel leegstand. Het Willemdok wordt een wachtplaats voor binnenschepen. Ironie is dat het gebied gelukkig toen niet door ontwikkelaars ontdekt werd omdat zo veel historische gebouwen ( bijvoorbeeld de Red Star Line ) bewaard zijn gebleven net als de markante relicten zoals de Nassaubrug ( inmiddels gerenoveerd), de sluiswachtershuisjes en dergelijke. Begin jaren 90 ontstaat dan de publieke discussie over de toekomst van de Koninklijke Stapelhuizen, den “Entrepot” met voor -en tegenstanders.
Uiteindelijk wordt beslist ze af te breken en een nieuwe ontwikkeling neer te zetten met ondermeer de bouw van het vorige Havenhuis. In 1996 vinden de Schepen van de Haven, Leo Delwaide en de Schepen van Ruimtelijke Ordening, Mieke Vogels elkaar om van het oude havengebied een bloeiende stadswijk te maken. Eerste impulsen zijn de ombouw van het Willemdok tot een jachthaven en de prachtige heraanleg van de Napoleonkaai. Later volgen de renovatie van het Felix Pakhuis en de bouw van het Mas. Ondertussen hebben ook privé ontwikkelaars het Eilandje ontdekt en bouwen ze aan een flink tempo nieuwe woongelegenheden.

De maritieme slaapster is ontwaakt.

Ook de unieke geschiedenis van de Red Star Line wordt ontdekt en onder impuls van Schepenen Heylen en Van Campenhout ontwikkeld tot een internationale attractie als museum van de landverhuizers. Meer dan 2,7 miljoen Europeanen, waaronder veel joden, vertrokken hier op de Rijnkaai naar de Nieuwe Wereld. Recent werd dan, als baken tussen stad en haven, het nieuwe Havenhuis gebouwd. Zo is de stad een sterk icoon rijker. Het Eilandje is vandaag een levendige stadswijk met een uniek karakter. Je vindt hier immers de rust van de weidsheid en het water, een prachtig zicht op de Schelde en de haven, gezellige Horeca en sympathieke winkels maar je bent tegelijkertijd ook op 15 minuten wandelen van de binnenstad.
Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van “inventaris onroerend ergfoed Vlaanderen”

Lees verder

Het Eilandje

Het Eilandje, de maritieme Schone slaapster.
Vandaag definiëren we het Eilandje fysisch van de Brouwersvliet-Godefriduskaai tot aan het nieuwe Havenhuis. In de volksmond is de term echter ontstaan rond de zone Bonapartesluis ( toen nog open ) Verbindingsdok, Kattendijkdok en Kattendijksluis. Wanneer je in die zone woonde en de bruggen waren omhoog zat je letterlijk op een eiland. Een oude “eilandbewoner” vertelde mij dat het het ideale excuus was om te laat op school te komen of op uw werk. Ideale plaats ook vroeger voor vreemdgangers, je kwam er nu niet bepaald onmiddellijk bekend volk tegen en je had er wel een paar “kamer” hotelletjes…
De ontwikkeling van het Eilandje, of Nieuwstad, begint met de stadsuitbreiding onder impuls van Gilbert Van Schoonbeke, projectontwikkelaar avant la lettre. Hij zou ook andere delen van de stad zoals de zone Theaterplein, in samenwerking met de stad urbanistisch vormgeven. Antwerpen, in de zestiende eeuw al een wereldhaven barstte, ook maritiem, uit zijn voegen. Schepen werden behandeld op de Schelde en in de vlieten.

Het stadsbestuur vroeg dus aan de ontwikkelaar Gilbert Van Schoonbeke, ontwikkelaar (sommige zeggen speculant) om het zompig gebied ten noorden van te stad maritiem te ontsluiten en tot ontwikkeling te brengen. Gilbert van Schoonbeke maakte dus een plan om het zompig gebied van 25 ha ten noorden van de stad binnen de muren te brengen.
Ter plekke moest een woonwijk, de Nieuwstad, worden gebouwd en vier binnenhavens. Drie werden er uitgevoerd; voor de meest zuidelijke, de Brouwersvliet, werd de oude stadswal gebruikt, volgens de vroeger gebruikte methode van ombouw van vestingwater tot binnenhaven. Maar de andere twee, de Timmervliet en Middelvliet, waren de eerste aanlegplaatsen van de Antwerpse haven speciaal aangelegd om schepen te ontvangen.
Vooral de Middelvliet was Antwerps trots: grote karvelen en galjoenen tot 200 ton en zelfs meer konden er moeiteloos binnenvaren. Dit alles werd in goede banen geleid door de kaaimeesters die ook aan de stadsvlieten toezicht hielden op het scheepvaartverkeer. Aan zijn oever werd omstreeks 1560 het indrukwekkende Oostershuis oftewel het hanzahuis (niet te verwarren met het rederijhuis/hansahuis op de Suikerrui) opgetrokken. Het diende als zetel van de Duitse Hanze, een koopliedenvereniging en stedenbond.
Vooral Amsterdamse schepen, bevracht met graan van de Oostzeelanden, liepen er binnen. Hierdoor werd deze binnenhaven ook Graanvliet, Korenvliet of Oostersevliet genoemd. De Spaanse soldenier Christoval de Andrade leverde in 1611 het volgende ooggetuigenverslag: “Gans het deel dat men Nieuwstad heet is verdeeld door grote kanalen die heel handig zijn aangebracht in het midden der straten. Er zijn talrijke houten ophaalbruggen die men kan halen en neerlaten voor de bediening der kanalen“. In tegenstelling met de oude binnenhaven waren deze van de Nieuwstad door sas- en sluisdeuren van de Schelde afgesloten. Antwerpen werd een dokhaven en zou dat voortaan blijven.
Het is dan wachten op Napoleon Bonaparte die Antwerpen bezoekt en, eufemistisch uitgedrukt, de maritieme infrastructuur ondermaats vindt. Hij geeft dus opdracht een volwaardige sluis en een dok te laten aanleggen in 1811. Twee dokken – petit et grand bassin.
Napoleon besliste bij decreet van 26 juli 1803 dat er in het noorden van Antwerpen, binnen de zestiende-eeuwse omwalling, twee dokken zouden worden gegraven. Het eerste dok zou bij eb droogvallen en het tweede dok zou toegankelijk zijn door middel van een sluis die het waterpeil op voldoende hoog niveau hield om de schepen drijvende te houden.
De twee dokken werden ontworpen door de Franse ingenieur Joseph Nicolas Mengin (1760-1842). Eerst werd gewerkt aan het graven van de voorhaven (het latere Bonapartedok). Vanaf ongeveer 1810 werd het Grote Dok (het latere Willemdok) aangepakt. Vanaf 1805 werd het ontwerp van de dokken zo gewijzigd dat ook grote oorlogsschepen in de dokken konden aanleggen. De voorhaven werd ook nu ook uitgerust met een zeesluis en zou dus niet droogvallen. Aan de oostzijde van het Willemdok werden in 1813-1814 twee 93 meter lange droogdokken met schipdeuren aangelegd door generaal L.C. Boistard. Het noordelijke droogdok werd echter nooit voltooid.
Eens Napoleon verslagen is in 1815 in Waterloo, komt sir Arthur Wellesley, de éérste hertog van Wellington naar Antwerpen. Hij ziet dat Napoleon een invasie vanuit Antwerpen wilde lanceren na zijn nederlaag en ontdekt op het Eilandje 8 Franse fregatten en 12 nog net niet afgewerkte op het Zuid. De Engelse marine telde op dat moment 19 fregatten. Napoleon had er 20 in Antwerpen en nog eens 26 in Le Havre. Wellington legt de Antwerpenaren het verbod op om nog oorlogsschepen te bouwen. Natuurlijk lappen de Nederlanders die hier de nieuwe bazen zijn tot 1830 dat aan hun laars maar het markante is wel dat de overwinnaar van Waterloo, de hertog van Wellington in Antwerpen was geweest.
Na zijn nederlaag wordt, geeft Koning Willem, de Antwerpse economie zeer gunstig gezind, opdracht om een naastliggend groot dok te bouwen en de Koninklijke Stapelhuizen te laten bouwen ( den “Entrepot”). Aanvankelijk noemde men deze, ondertussen meer dan twee eeuwen oude, dokken het Kleine en het Grote Dok.
Het stadsbestuur besluit later om ze uit eerbetoon het Bonapartedok en het Willemdok te noemen. Hier meren tijdens de 19 e eeuw de grote zeilschepen aan en worden hier behandeld. Het stadsbestuur laat grote pakhuizen bouwen zoals Felix en Godefridus die gelukkig bewaard zijn gebleven, gerenoveerd en een nieuwe functie hebben gekregen.
Het Felix Pakhuis is vandaag het Stadsarchief, het collectief geheugen van de stad op papier. Leuk om weten over het Felix pakhuis is: “de kattenpoepper” “Van de ééne kat naar de andere, allez t’is te zeggen, in’t Felix pakhuis op het Eilandje kwam alles binnen van eten en drinken. Alles werd daar ingeladen en verwerkt en verpakt.
Uiteraard krioelde dat daar van de ratten en de muizen. Dat werd zo erg dat het Felix pakhuis er alles aan deed om zoveel mogelijk katten te lokken, straatkatten natuurlijk die niet bang waren van ratten. Natuurlijk die beesten moesten eten en drinken en dan werd er “ne kattenpoepper” aangesteld. Dat was iemand die op het laatste van zijn carriere “ne lichtere dienst” kreeg maar op den duur werden er meerdere aangesteld. En die mannen moesten kattenstront opruimen, die beesten te eten geven en te drinken en ze vrij houden van vlooien. Dat was een serieuze job zenne, zo serieus zelfs dat het ambt officieel erkend werd. Het was hard werken maar de kattenpoepper werd goed betaald. Het was een heel verantwoordelijke job want een kat is een beest waar ge niet mee doet wat ge wilt en als katten het moe zijn trappen ze het af dus de kattenpoepper moest er in de éérste plaats voor zorgen dat al die katten in het Felix pakhuis bleven want de muizen en de ratten, die bleven er ook.
Als ge heden ten dagen door het Felix pakhuis wandelt kijk dan links en rechts naar de metalen deuren onderaan, daar zie je kleine ronde gaten, getuigen van wat ik net vertelde, groot genoeg om katten door te laten om te jagen op muizen en ratten.”
Einde negentiende eeuw breidt de stad de haven verder uit naar het noorden met de bouw van het Kattendijkdok. De haven is inmiddels al zo groot dat de dokwerkers, ze naar het noorden van het Kattendijkdok moeten gaan werken, spreken over “Siberië”. Vandaar de naam Siberiabrug.
Met de verdere uitbreiding van de haven naar het Noorden en de vergroting van de schepen, begint het Eilandje zijn belang voor de maritieme zeevaart geleidelijk te verliezen. Bonaparte -en Willemdok krijgen meer een functie voor de binnenvaart.
Het Eilandje wordt wel de gegeerde woonplaats voor binnenschippers en een bruisende uitgaansbuurt met talloze cafés en dansgelegenheden. Met iconen zoals Atlantic (“ den Doove”), den Big Ben en de Washington. Den Doove was een begrip in het Antwerpse uitgaansleven op het eilandje. Een begrip dat centraal stond voor nachtelijk uitgaansplezier, bangelijke muziek en dansen tot ge uw benen niet meer voelde. Daar stond men tot in de vroege uurtjes op de tafels te dansen. De Washington had naam en faam, eerder bekend bij “zwoare joenges”, een keet met reputatie en waar toch regelmatig gevochten werd.
Einde jaren 80 begint het Eilandje in te dommelen met veel leegstand. Het Willemdok wordt een wachtplaats voor binnenschepen. Ironie is dat het gebied gelukkig toen niet door ontwikkelaars ontdekt werd omdat zo veel historische gebouwen ( bijvoorbeeld de Red Star Line ) bewaard zijn gebleven net als de markante relicten zoals de Nassaubrug ( inmiddels gerenoveerd), de sluiswachtershuisjes en dergelijke. Begin jaren 90 ontstaat dan de publieke discussie over de toekomst van de Koninklijke Stapelhuizen, den “Entrepot” met voor -en tegenstanders.
Uiteindelijk wordt beslist ze af te breken en een nieuwe ontwikkeling neer te zetten met ondermeer de bouw van het vorige Havenhuis. In 1996 vinden de Schepen van de Haven, Leo Delwaide en de Schepen van Ruimtelijke Ordening, Mieke Vogels elkaar om van het oude havengebied een bloeiende stadswijk te maken. Eerste impulsen zijn de ombouw van het Willemdok tot een jachthaven en de prachtige heraanleg van de Napoleonkaai. Later volgen de renovatie van het Felix Pakhuis en de bouw van het Mas. Ondertussen hebben ook privé ontwikkelaars het Eilandje ontdekt en bouwen ze aan een flink tempo nieuwe woongelegenheden.

De maritieme slaapster is ontwaakt.

Ook de unieke geschiedenis van de Red Star Line wordt ontdekt en onder impuls van Schepenen Heylen en Van Campenhout ontwikkeld tot een internationale attractie als museum van de landverhuizers. Meer dan 2,7 miljoen Europeanen, waaronder veel joden, vertrokken hier op de Rijnkaai naar de Nieuwe Wereld. Recent werd dan, als baken tussen stad en haven, het nieuwe Havenhuis gebouwd. Zo is de stad een sterk icoon rijker. Het Eilandje is vandaag een levendige stadswijk met een uniek karakter. Je vindt hier immers de rust van de weidsheid en het water, een prachtig zicht op de Schelde en de haven, gezellige Horeca en sympathieke winkels maar je bent tegelijkertijd ook op 15 minuten wandelen van de binnenstad.
Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van “inventaris onroerend ergfoed Vlaanderen”

Lees verder

As Melkmarkt – lange koepoortstraat – Klapdorp – Paardenmarkt

Wat weinig Antwerpenaren weten, is dat de Vikings hier niet alleen kwamen roven, branden en verkrachten maar ook voor ongeveer 150 jaar een vaste nederzetting hadden in Antwerpen waar de boeren uit de omgeving zelfs bescherming zochten.
De nederzetting ( kuipdorp) werd begrensd door de Lange Koepoortstraat, de Melkmarkt, de Meirbrug, de Meir, Kipdorp, Paardenmarkt en terug, De Melkmarkt liep van de Kaasrui naar Eiermarkt. Achtereenvolgens “Veemerct” (1377), “Suvelsteeg-” of “merct” (1418) en “Melkmarkt” (sedert 1548) genoemd. De smallere strook nabij de Eiermarkt heette ook wel eens “Ketelmerct” (1396). In de loop van de 16de eeuw ontmoeten we de naam “Kerkhofstraat” en in de 16de tot de 17de eeuw “Lijnwaadmarkt”.
De huidige naam werd pas algemeen gebruikt in de tweede helft van de 17de eeuw. Sedert de 12de eeuw is het een van de bijzonderste aders van de stad, doorsneden door de gracht van de eerste vesting. Nabij de Wijngaardstraat lag een brug over de rui, de “Reinoldsbrug”, “Verwersbrug” of “Melkbrug”. Mogelijk maakte de Melkmarkt in de 13de eeuw nog deel uit van het kerkhof van Onze-Lieve-Vrouw. Omstreeks 1345 werd met de bebouwing begonnen, omstreeks 1540 werd de grens met de Lijnwaadmarkt getrokken, en omstreeks 1620 kreeg ze haar huidige vorm.

Op enkele oudere kernen na kwam het gebied tussen de vesten van 1250 en de Spaanse wallen pas in de dertiende en veertiende eeuw tot ontwikkeling. Echte gesloten bouwblokken zoals in de kernstad kwamen slechts zelden voor. Een lintbebouwing langs straten kreeg langzaam gestalte. De belangrijkste bebouwde aders ca. 1400 in dit gebied waren Klapdorp – Paardenmarkt, Keizerstraat, Kipdorp en Lange Nieuwstraat als uitvalswegen van de oudere stadskern en/of deel uitmakend van een ouder gehucht. Vaak werden de huizen door niet bebouwde percelen onderbroken (tuinen, velden en boomgaarden, beemden, raamhoven en lijnbanen). Grote open ruimten waren het Raamveld (tussen Minderbroedersrui, Klapdorp, Kauwenberg en Keizerstraat).
Zo viel dus ook het gehucht Klapdorp aan de Antwerpse expansiezucht ten offer. Dit gehucht had zich ontwikkeld buiten de Koepoort en omvatte de Paardenmarkt; de inlijving van bet Klapdorp bracht meteen ook de Infirmerie van het Klapdorp binnen de wallen, een godshuis gesticht ten voordele van de zieke begijnen.
Geleidelijk krijgen de straten een stedelijker en commerciëler karakter, vooral gezien de functie als verbindingsas tussen de binnenstad, de studentenbuurt, de Nieuwstad ( later het Eilandje ) en de Leien.
Klapdorp werd bijvoorbeeld lang “de Meir” van het Schipperskwartier “genoemd, Schippersvrouwen hadden immers niet de tijd en gingen naar Klapdorp voor hun aankopen.
Tot in de jaren 90 trof je hier een rijk aanbod aan handelszaken aan. Langzaamaan verschraalde dit maar begin 21 ste eeuw vond het Klapdorp een tweede adem, ondermeer door veel nieuwe bewoners , een ontwikkeling op de hoek met de Mutsaartstraat en nieuwe starters.
Een zelfde fenomeen zien we in de Lange Koepoortstraat met nieuwe woonontwikkeling en talrijke starters naast de klassieke zaken. Met de heraanleg van de Lange Koepoortstraat, als een echte wandelzone, ziet de toekomst van deze belangrijke as tussen de binnenstad en de studentenbuurt, het Eilandje en de nieuwe Leien, van deze historische as er veelbelovend uit.

Weetjes

Wist je dat op het Klapdorp nog een getij watermolen gestaan heeft om koren te malen ? Ergens beginjaren 30 van de vijftiende eeuw ( rond 1433) liet het stadsbestuur een watermolen bouwen waar nu de Hessenbrug is ( tussen de Paardenmarkt en de Falconrui)
Een deel van de Paardenmarkt heette toen nog Clapdorp.
Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van de “inventaris onroerende erfgoed Vlaanderen”

Lees meer

Nationalestraat – Kammenstraat

De Nationalestraat loopt van de Groenplaats naar de Kronenbrugstraat en heette aanvankelijk de Boeksteeg. Ze werd geopend tijdens de derde stadsvergroting op toen nog privé gronden. Het huidig uitzicht kreeg de Nationalestraat in 1877 via werken uitgevoerd door de Parijzenaar Hubert Pierquin. Die verbreedde de straat tot 15 meter ( iets meer had vandaag beter geweest …), sloopte bestaande bebouwing en maakte ook een rechtstreekse verbinding met de Groenplaats. De bebouwing is vooral vierlaags en van de stijlen van einde 19e eeuw en begin 20ste eeuw. De geschiedenis van de Nationalestraat kan natuurlijk niet los gezien worden van de drukkerij van de Gazet van Antwerpen, de opkomst van de christelijke arbeidersbeweging ( die vandaag nog altijd daar gevestigd ), de befaamde kledingzaak het Meuleken, erover is nu de wereldbekende Dries Van Noten, het tropisch instituut, de verbondenheid met Sint Andries en de neus op de Sint Andriesplaats, het wereldbefaamde Tropisch Instituut en de sociale woonblokken in baksteen modernisme van architect Gustaaf Fierens. De Nationalestraat heeft net als vele

lokale winkelstraten een moeilijke periode gekend maar de reputatie die Antwerpen internationaal als modestad verworven heeft, gaf haar een nieuwe relance met de vestiging van het Modemuseum en talrijke (exclusieve) mode zaken.
Tegelijkertijd heeft deze as zijn couleur locale bewaard en is meer dan ooit een winkelwandelstraat waar je een breed aanbod aan kleinhandel vindt.
Eind jaren tachtig is de Nationalestraat het “mekka” voor een nieuwe jonge subcultuur. Een fenomeen komt overgewaaid uit Amerika en bereikt hier zijn top eind jaren tachtig en begin jaren negentig. We spreken over“roleplaying” maw het bekende Dungeons & Dragons oa.
The Lonely Mountain, een winkel eigen aan die producten verhuist van de Handelsstraat naar de Nationalestraat. De naam van de winkel komt natuurlijk uit Tolkien’s hobbit boek en wie de winkel ooit bezocht, waande zich in een kerker uit de boeken van Tolkien.
Jeugd, hoofdzakelijk uit Antwerpen maar ook daarbuiten vond zijn weg naar deze Fantasy shop, wijd en zijd gekend door geeks ver buiten Antwerpen. Het is uniek voor Antwerpen en de éérste winkel in dit genre in’t stad. Later volgen er meer en ook “fantasy wargaming” kreeg in Antwerpen een vaste waarde met Warhammer en Warhammer 40k.
Later komt het kaartspel “magic the gathering” op de proppen en de gaming wereld wordt een heuse community.
In 2004 sloot deze pionier zijn deuren in de Nationalestraat. Maar zelfs nu in 2020 is er een heuse “spellengemeenschap” in Antwerpen. Gamecenters, bordspellen cafe’s, een Games Workshop, comic shops en zelfs een“geek street” op het Kipdorp getuigen van de hoogdagen van weleer en de Nationalestraat was de plaats waar
het ooit echt zijn toppunt bereikt had.
De Kammenstraat
De Kammenstraat maakt deel uit van de mode-wandeling en heeft een uniek urban, grunge en ook gewoon hip karakter, spontaan gegroeid na een moeilijke periode en veel leegstand.
Het befaamde Laundry Day is hier geboren en gaf de straat mee zijn uniek imago.
Wat de straat helemaal een bijzondere uitstraling geeft, is de combinatie van de urban culture met de historische gebouwen en achtergrond van de straat.
Zo vindt je hier de monumentale Sint-Augustinuskerk terug, vandaag AMUZ, een ideale locatie voor (klassieke) concerten en diverse meetings.
De Kammenstraat (Cammerstraat) was aanvankelijk een straat voor brouwerijen, na verhuis van de brouwers werd de Kammenstraat een winkelstraat. Ook drukkers kwamen de straat bewonen.
Twee decenia, 20 jaar ten tijde van Napoleon, was Antwerpen onder Frans bewind.
De Keizer bezocht Antwerpen zelf 4 keer.
Maar de Fransen vertaalden de Cammerstraat verkeerdelijk in “Rue Des Peignes” en zo werd de Cammerstraat die verwees naar de brouwerijen, de Kammenstraat die heden ten dagen nog steeds verwijst naar de haarkam. Denken we maar aan de befaamde kapperszaak van wijlen Glen Gemeiner, de Cliént.
Vandaag is het de plek om de urban culture van Antwerpen op te snuiven
Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van de “inventaris onroerend erfgoed Vlaanderen”.

Lees meer

Diamantwijk, de Diamond Square, De Diamantwijk, “the diamond square mile“

Op iets meer dan een vierkante kilometer worden 85 percent van de ruwe en 50 percent van de geslepen diamanten ter wereld verhandeld. In de drie straten , Hoveniersstraat , Rijfstraat, Schupstraat en omgeving klopt zoals de Appelmanstraat, de Vestingstraat en de Pelikaanstraag klopt dus het hart van de wereldmarkt in diamant. Bijna 2000 ondernemingen en meer dan 70 nationaliteiten zijn hier aktief als in een gonzende bijenkorf om het “ steentje” te verhandelen en te slijpen. Oorspronkelijk kwam diamant per schip , 500 jaar geleden , vanuit India over Venetië en dan naar Antwerpen. De voor de inquisitie gevluchte Joden speelden een vooraanstaande rol in de handel. Aanvankelijk lagen de centra van diamanthandel dan ook dichter bij de Schelde : de Groenplaats , Paardenmarkt , de Meir. In de negentiende eeuw , met de komst van veel Joden uit Oost Europa concentreerde de handel zich meer rond de buurt van het Centraal Station. Joden handelen traditioneel in diamant omdat ze niet altijd tot vele beroepen werden toegelaten en diamant gemakkelijk mee te dragen is als je weer eens moet vluchten ( vandaar ook de vestiging nabij het Station). Aanvankelijk gebeurde de handel op café of in zaaltjes maar geleidelijk aan werden beurzen opgericht die trouwens architecturaal ook de moeite zijn. In de slipstream van de diamanthandel volgde tal van

juwelenzaken , prestigieuze winkels , kwalitatieve restaurants en een bruisende detailhandel. Vandaag kleurt de diamantwijk visueel nog heel ortdodox Joods maar de handel zelf is geïnternationaliseerd. Indier’s , Russen , Chinezen , Armeniërs .. je vindt zowat de hele wereld in de vierkante mijl terug. Je vindt in deze bijenkorf vier diamant beurzen terug ( uniek in de wereld ) en quasi elke diamant passeert langs hier.

Lees meer

De Joodse wijk , onze Shtetl

Antwerpen herbergt één van de grootste orthodoxe joodse gemeenschappen van de wereld na New York, Londen en Jeruzalem. Onze stad wordt vaak “het Jeruzalem van het Noorden” genoemd. De gemeenschap woont vooral in de buurt klein Antwerpen aan het Stadspark en Haringrode. Er zijn twee orthodoxe joodse gemeenschappen Machzike Hadas en Shomre Hadas. In Antwerpen wonen zowel Ashkenazim ( afkomstig, of vaak gevlucht, uit Oost Europa) als Sefardische Joden. De Joodse gemeenschap kent veel verschillende specifieke bewegingen zoals Belz, Lubavitch, Vizhnitz en vele anderen. Daarnaast wonen er in Antwerpen ook seculiere joden, misnagdiem ( Litouwse Joden), Georgische Joden ea. De Joodse gemeenschap is dus tegelijkertijd zeer divers maar ook homogeen.
Ze houden zich immers trouw aan de eeuwenoude regels van ondermeer de Torah en de Kasjrut (voedingsregels). Zonder deze gehechtheid hadden ze in de diaspora, en, ondermeer door de verschrikkelijke pogroms, al lang hun indentiteit verloren. Er zijn in deze markante wijk tientallen kleine en grote scholen en synagoges. Maar ook veel

liefdadigheidsinstellingen. Solidariteit is immers enorm belangrijk binnen de Joodse gemeenschap.
De grootste sociale Joodse sociale organisatie is de Joodse Centrale die ondermeer een rusthuis beheert en diverse sociale initiatieven coördineert.
De Joodse wijk is zeer herkenbaar gezien de traditionele klederdracht die vooral op Shabbat zeer zichtbaar is. De Joodse gemeenschap is een intrinsiek onderdeel van ons stadsbeeld en is tot ons DNA gaan behoren.
De Joodse gemeenschap behoudt haar identiteit maar met respect voor de regels van de Antwerpse samenleving. Ze laten de Antwerpenaren mee genieten van hun feesten zoals bijvoorbeeld Chanoeka ( rond de kerstperiode ) en Purim ( Joods Karnaval).
Intern communiceren ze vaak in het kleurrijke Jiddisch ( een mengeling van middelduits, Hebreeuws en Slavisch) maar het merendeel van de gemeenschap spreekt vlot Nederlands. Op school wordt hier trouwens zeer veel aandacht aan besteed.
De Joodse gemeenschap bracht de diamanthandel naar Antwerpen en heeft er dus voor gezorgd dat we het wereldcentrum voor diamant zijn.
Geleidelijk aan echter zijn ook Indiërs een belangrijke rol beginnen spelen en is de markt sterk geïnternationaliseerd. In de diamantwijk werken nu meer dan 70 nationaliteiten.
Het is dus een uitdaging voor de gemeenschap om ook in andere sectoren, zoals vastgoed, aktief te worden. Gezien de befaamde handelsgeest gebeurt dat ook met succes.
De Joodse wijk is de moeite om te bezoeken. Niet alleen omwille van de warme sfeer van een Shtetl of de spiritualiteit van de synagoges maar ook omwille van de authentieke en kwalitatieve handelszaken.
De Joodse voedingsregels zijn er niet zomaar gekomen maar gebaseerd op hygiëne, kwaliteit en vooral gezondheid.
Bovendien zijn de Joodse gerechten uiterst smakelijk.
Winkels zoals bijvoorbeeld Hoffys ( waar de toonbank een culinair spektakel is), Kleinblatt met de zaligste gebakken en zovele anderen moet je als Antwerpenaar bezocht hebben.
We eindigen dit artikel met de woorden waarmee Joden afscheid nemen “ Zay gezunt ! “

Lees meer

De Seefhoek

De Seefhoek, kleurrijke buurt met Antwerps DNA
De Seefhoek is een authentieke Antwerpse wijk met een bijzondere geschiedenis en de laatste decennia een multiculturele ontwikkeling.
De wijk ligt in het noorden van de stad, tussen de Turnhoutsebaan en Carnotstraat in het zuiden en het prachtig en levendige heraangelegde Park Spoor Noord ( op het oude spoorwegemplacement) op het noorden.
Ten oosten ligt Borgerhout en en ten westen Amandus.
Plezant is natuurlijk ook het Sint Jansplein, Antwerpenaren zeggen “tsjingstsjangsplein” en die van de parking of toeristen denken dan onmiddellijk dat je het over Chinatown hebt wat niet waar is natuurlijk.
Rond die buurt, ook richting eilandje en stad vindt je veel mensen en restaurantjes van Spaanse, Portugese en Baskische origine.
Vaak wordt de wijk ook samengenomen met Stuivenberg en Amandus en betiteld als Antwerpen Noord.
De benaming Seefhoek is ontstaan uit een herberg, op de hoek van de

Lange Beeldekenstraat en de Pesthofstraat waar het lokale Seefbier gebrouwen werd ,“Bij Trien uit de Pothoek” op de hoek tegenover het Stuivenbergziekenhuis. Dokters en verpleegsters kwamen er tijdens hun middagpauze hun “Seef” drinken, gelukkig was het percentage alcohol van dit plaatselijke biertje toen slechts 1°. Recent startte een gedreven ondernemer opnieuw met de productie van het Seefbier (nu 6,5°).
De wijk had ook gekende winkelstraten zoals de Offerandestraat vooral gekend voor de schoenenwinkels. Elke mama of bomma ging hier met haar kinderen/kleinkinderen schoenen kopen. Was één van de mooiste Antwerpse winkelstraten, waar je altijd wel “schoon volk” zag lopen. Ook de Diepestraat was een mooie winkelstraat destijds maar kon aan de Offerandestraat niet tippen. The “place to be “ destijds.
Nu getuigt de straat op sommige plekken van haar oude glorie, bijvoorbeeld in de supermarkt Albert Heyn zie je nog sporen van het verleden want de architectuur van de cinema Festa destijds bleef voor een stuk gespaard en is te bewonderen bovenaan de kassas van de supermarkt.
Het Park Spoor Noord, heraangelegd onder leiding van Schepen Van Campenhout, is een mooie groene long en heeft een positieve ontwikkeling op de evolutie van de wijk gehad, heel zeker op den Dam.
Het park is aangeplant op het oude spoorwegemplacement dat drie wijken van mekaar afsneed: de Seefhoek, het Eilandje en den Dam. Vandaag zijn die wijken terug met elkaar verbonden.
De Seefhoek was typisch een arbeiderswijk met dus veel arbeiderswoningen. Maar omdat hier veel havenbazen woonden, vindt je hier veel markante heren woningen.
Bekende bewoners van deze wijk zijn ondermeer Vincent Van Gogh die in een achterkamer in de Lange Beeldekenstraat woonde, de vermaarde voetballer en Gouden Schoen Rik Coppens ( zoon van een vishandelaar), Willy Vandersteen ( die hier veel inspiratie vond voor de strips van Suske en Wiske ) Panamarenko, Julien en Mathias Schoenaerts, Jan Fabre, Robbe Dehert, David Davidse etc…
Vandaag is de Seefhoek een zeer multiculturele wijk met veel uitdagingen maar ook veel kansen.
Lang bestempelt als getto en thuis van de marginalen maar een buurt ook met een rijke geschiedenis, tevens ook erg geteisterd geweest door de V-bommen in wereldoorlog II.
In de Wetstraat bijvoorbeeld zie je nog duidelijk de sporen. Aan de ene kant van de straat zie je de herenhuizen uit eind 1800 en de andere kant van de straat zijn woningen gebouwd van kort na de oorlog. Deze ontwikkeling is veroorzaakt door de inslagen van de V-bommen.
Hetzelfde verhaal zie je in de Stuivenbergwijk. Leuke anekdote van deze wijk is bijvoorbeeld “het vosgangetje”.
Dit bevindt zich in de Regentstraat.
Het gangetje daar werd gebruikt door Britse “Tommies” die gelegerd waren in de Zoo van Antwerpen na de bevrijding van onze stad. Zij fungeerden als ordetroepen want onze regering verbleef in England en had haar ordediensten nog niet op orde.
De oorlog woedde trouwens nog verder en de “Tommie’s” gingen daar vrijen met hun Belgische liefjes, vandaar het vosgangetje.
Dit werd ons jaren geleden verteld door Jef, een bewoner van het vosgangetje die er toe meer dan zestig jaar woonde.

Je vindt nieuwe typische assen terug zoals de Handelsstraat met haar talrijke viswinkels.
Ook jonge gezinnen komen zich hier opnieuw vestigen.
Park Spoor Noord aan de ene kant en de ontwikkeling van de Stationsbuurt aan de andere kant zijn twee polen die deze wijk kansen geeft voor een mooie toekomst.

Lees meer

Het Zuid, Petit Paris

De geschiedenis van het Zuid begint somber.
Hier bouwt immers de Hertog van Alva de citadel, een vijfhoekig kasteel om van daaruit het vrijgevochten Antwerpen opnieuw onder de knoet te krijgen. Wat hem in 1585 ook gelukt is, tegen wil en dank werd Antwerpen terug katholiek gemaakt. De helft van de Antwerpenaren (onder andere protestanten, joden, en calvinisten…) verhuizen, voornamelijk naar de Noordelijke Nederlanden. Een Antwerps icoon, het Maria beeldje vindt hier haar historische oorsprong, De Antwerpenaren moesten taksen betalen op alles. Ook op straatverlichting tegen hun gevel. De Spaanse bezetter geeft kwijtschelding van de taks mits het plaatsen van een heiligenbeeldje boven de lantaarn. Antwerpenaren kiezen uiteraard voor de heilige maagd Maria, tevens de beschermheilige van onze stad. Sommige straatnamen verwijzen nog naar deze periode zoals de geëerde rebellen Graaf van Hoorne en Graaf van Egmont en natuurlijk ook van de toenmalige burgemeester Marnix van Sint Aldegonde ( auteur ook van het Wilhelmus) met de Marnixplaats. Ook in de onafhankelijkheidsstrijd met de Nederlanders ( waar trouwens veel Antwerpenaren het niet mee eens waren) wordt de stad vanuit de citadel bekogeld door de Nederlandse generaal.

Het negatief icoon wordt dan ook afgebroken en in 1881 ligt hier een gigantisch stuk verlaten grond op 15 minuten wandelen van de binnenstad. De stad beslist dan ook om hier aan woonuitbreiding te doen.
Ze kiezen voor de principes die Haussmann in Parijs toepaste: brede lanen in een stratenpatroon die uitkomen op een plein met een beeld of een fontein. Er worden veel burgerhuizen gebouwd, waarvan er gelukkig veel bewaard gebleven zijn, in neorenaissance en neoclassicistische stijl.
In de jaren 60 worden de zuiderdokken gedempt ( wat veel Antwerpenaren nog betreuren) omdat ze hun maritieme functie verloren hadden en meer als publiek stort werden gebruikt.
Vanaf de jaren 60 maar vooral de jaren 70 geraakt het Zuid in verval. Veel mensen verlaten de stad. Het Zuid verloedert en krijgt een negatieve bijklank. Wie op het Zuid woonde werd bestempeld als die “van’t kantje“ met andere woorden, werd als krapuul aanzien. Vanaf half jaren 80 ontdekken pioneers echter opnieuw de zuidelijke charme.
Pakhuizen worden gerenoveerd tot uitgaansgelegenheden, de eerste woonprojecten starten terug op en er komen galerijen , exclusieve winkels , bars en restaurants.
Met de heraanleg van de Leopold de Waelplaats gaf de stad een belangrijke injectie voor de ontwikkeling van de omgeving.
Met de bouw van het nieuwe Justitiepaleis, ook wel het vlinderpaleis genoemd, krijgt de wijk er ineens een uniek internationaal icoon bij. Ook de Scheldekaaien zijn aan dit stuk van de stad al prachtig heraangelegd en een rustgevende wandel -en verblijfzone.
Met de bouw van een ondergrondse parking op de Zuiderdokken kan bovengronds een mooi park worden aangelegd wat het Zuid alleen maar extra zuurstof kan geven. Het Zuid is ook de kunsten site van de stad met talloze galerijen, de culturele ontmoetingsplaats het Zuiderpershuis, het Koninklijk Museum van Shone Kunsten ( na renovatie nog meer een unieke parel) , het Museum voor Hedendaagse Kunsten (MHKA), het fotomuseum en zo veel meer.
Datzelfde Zuid, ooit ’t kantje is nu hip en trendy .
De toekomst van het Zuid ziet er dus veelbelovend uit. De wraak op Alva !

Lees meer

Chinatown

Chinatown, elke grote stad heeft er één.
Wanneer je het mooiste Centraal Station van de wereld uitwandelt, valt je blik onmiddellijk op de Chinese pagode poort.
Deze poort, volgens alle principes van Feng Shui, vervaardigd in China, markeert het begin van China town, net als de leeuwen aan het begin en het einde van de Van Wesenbeekstraat.
De aanwezigheid van de Chinese Gemeenschap start ergens begin 20 ste eeuw met zeelieden die hier tijdelijk verblijven om aangemonsterd te worden.
Maar al gauw ontstaan er ook wasserijen, winkels en eethuizen voor deze mensen. Ook trekken Chinezen de stad door voor de verkoop van halfedelstenen.
Tijdens de eerste Wereldoorlog rekruteren Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk 100.000 Chinezen uit Shandong om aan het Westfront te vechten. Vaak voor de zwaarste en gevaarlijkste jobs: het opruimen van wegen, bouwen van kampementen en het aanleggen van loopgraven. Deze vergeten bijdrage werd trouwens herdacht en

belichaamt in Poperinge met de inhuldiging van een prachtig beeld van Yan Shufen, de ontwerpster van de Rooshand.
Na de overname door de communistische partijen emigreren veel, vooral Hong Kong Chinezen, naar Europa en dus ook naar Antwerpen.
Ze worden worden vooral aktief in de restaurantsector en dit valt mooi samen met de naoorlogse democratisering.
Op restaurant gaan was immers een luxe maar werd meer bereikbaar voor de brede lagen van de bevolking.
De Chinese restaurants waren lekker en betaalbaar voor veel Antwerpse gezinnen.
Een cultuur van “ naar de Chinees gaan “ en de “nummers” was geboren.
Wie herinnert zich niet dat zijn ouders spraken over een “ halve kip met Curry” of een “Nasi Goreng”.
Het oudste Chinese restaurant is de “Wah Kel” vandaag nog altijd authentiek aanwezig.
Je bent geen Antwerpenaar als je daar niet geweest bent !
Ondertussen vestigden vele restaurants zich in de Van Wesenbeekstraat en de Van Arteveldestraat.
De eetcultuur is voor Chinezen zeer belangrijk: “ geen gerecht smaakt beter dan wanneer men erover nagedacht en gediscussieerd heeft met anderen. Na het verorberen wordt deze conversatie voortgezet, waaruit nieuwe inzichten ontstaan. Lang vooraleer we overgaan tot het nuttigen ervan, hebben we erover nagedacht, hebben we het gekoesterd in ons hoofd en bij de anticipatie ervan binnenpretjes ervaren. En deze ervaringen willen we delen met sommige van onze beste vrienden in uitnodigingbrieven voor eetfestijnen” (Chang , 1977:13).
Deze amicale cultuur bestaat nog altijd.
Chinezen nodig je graag uit als teken van vriendschap aan een tafel met een cirkelvormig bewegend glasplatform om eten letterlijk te delen en er samen van te genieten.
De Chinese gemeenschap is vandaag echter veel meer dan alleen restaurants, de opvolgende generaties zijn vaak hoogopgeleid en bekleden hoge functies of zijn succesvol in het zakenleven.
In Chinatown vindt je naast restaurants ook een breed vermaarde supermarkt Sun Wah terug net als reisbureaus, (deftige) massagesalons, acupuncturisten, boeddhistische tempels sociale verenigingen en belangrijk, scholen om Chinees te leren.
Iedereen kan hier terecht maar gezien het grote succes zijn er wel wachtlijsten.
Ook voor liefhebbers van wushu ( kung fu) is er een rijk aanbod.
Om de vriendshap en verbondenheid met deze hardwerkende gemeenschap te symboliseren en materialiseren , liet de Stad Antwerpen onder impuls van toenmalig Schepen Van Campenhout, in samenwerking met de Chinese Gemeenschap een monumentale Pagode poort plaatsen.
De enige op het continent en volgens Chinezen de mooiste buiten China.
Hier moet je dus ondergelopen hebben !

Lees meer

As Lange Lozanastraat – Anselmostraat

De “ Loesane” is ontstaan als een landbouwgehucht aan de huidige Lange Lozanastraat ten zuiden van de Mechelsesteenweg.

Na de bouw van de Spaanse vesten mochten om militaire redenen geen gebouwen meer opgericht worden binnen de afstand van 717 meter. Buiten deze bufferzone verschenen de luxueuze hoven van plaisanterie van de Antwerpse burgerij. Pas in de 19 de eeuwse uitbreiding van de stad zal deze wijk druk bebouwd en bewoond worden.
Vandaag vinden we hier mooie herenhuizen terug maar samen met de Anselmostraat kende deze as een succesvolle commerciële omwikkeling tussen de Leien en de Jan Van Rijswijcklaan. Je vindt hier een divers aanbod terug van gekende kledingzaken , warme bakkers , beenhouwers, verse viswinkels en zo veel meer …. De renovatie van het oude Justitiepaleis ( waar het Hof van Beroep komt ) gaat deze as nog een extra boost geven.

Park Spoor Noord

Park Spoor Noord, groene long tussen Dam Eilandje en Slachthuis.
Waar je vandaag door de groene omgeving van Park Spoor Noord loopt, lag vroeger een spoorwegemplacement dat drie wijken van elkaar afsneed, den Dam, het Slachthuis en het Eilandje.
Dit emplacement werd aangelegd in 1873. Daarvoor was hier het “ Fort Dambrugge “ en de “ Lunet Stuivenberg “ later “Fort Carnot “ genoemd.
De NMBS verhuist de activiteiten in 2001 en het emplacement wordt een troosteloos braakliggend terrein.
Gelukkig vinden de NMBS en de Stad Antwerpen elkaar om een verstandig, rendabel maar ook groen en duurzaam ontwikkelingsplan te maken.
Het gebied wordt in 1998 op het gewestplan ingekleurd als gebied voor stedelijke ontwikkeling.
In plaats van het geheel vol te bouwen wordt beslist om een prachtig park van 17 ha aan te leggen, dat de drie wijken opnieuw met elkaar verbindt en zuurstof geeft aan de wijken.

 

Aan de randen wordt metropolitane rendabele hoogbouw toegelaten. Zo kan de grond voor het park voor 1 symbolische euro aan de Stad overgedragen worden.
Het Park weerspiegelt perfect de ziel van Antwerpen: warm, intiem maar tegelijk metropolitaan.
Aan de randen vindt je hoogbouw in de Ellermanstraat met ondermeer de Plantijn Hogeschool en aan het Kempisch Dok het nieuwe Ziekenhuis.
Een fietsbrug legt de link tussen de ontwikkeling aan de Ellermanstraat en het Park.
De stad gaf het ontwerp aan de vermaarde planoloog en urbanist, wijlen, Bernardo Secchi en Paola Vigano die met hun intuïtieve, inductieve en tactiele methodiek aan het werk gaan.
Met zijn notitie- boekje kon Bernardo uren rondwandelen in de locatie die hij moest ontwerpen.
Bernardo Secchi was een grootmeester in het aanvoelen van de ziel van een plek en hoe die menselijk en sociaal optimaal zou kunnen functioneren.
Met Park Spoor Noord Is dit optimaal gelukt.
In 2005 wordt, na veel inspraakrondes, onder de leiding van Schepen Van Campenhout, begonnen met de aanleg van het Park.
Het Park functioneert vandaag spontaan en organisch als de uitlaatplek en ontmoetingsplaats voor de omliggende wijken waar sowieso te weinig groen is.
Bernardo en Paola kozen er bewust voor om er geen klassiek park van te maken maar vooral een sociale ontmoetingsplaats bij uitstek.
Om Bernardo te citeren: “ ons voornaamste idee is dat het Park een sociale ruimte is, een vrije ruimte die de inwoners kans geeft ervaringen op te doen en actief te zijn “
Zo vindt bijvoorbeeld elk jaar het gebeuren “ Couleur Sport” plaats waar de verschillende gemeenschappen van Antwerpen hun eigen cultuur en sport voorstellen.
Verder zegt Bernardo: “ de belangrijkste eigenschap van het Park Spoor Noord is zijn dimensie: een wijd en eenvoudig ontworpen grasveld doorkruist met paden die de verschillende buurten met elkaar en met het Park verbinden. Tuinen, sportvelden, doorzichtige bossen bieden plaats aan verschillende formele en informele sociale praktijken en definiëren meervoudige atmosferen “.
Voor sport, formeel en informeel is in het Park ook veel plaats.
Er werd een “ State of the Art” skatebowl aangelegd die veelvuldig gebruikt wordt.
Recent werd, in een gerenoveerde herstelloods SPRK (Spark) geopend.
Hier kan je komen skaten of skatelessen volgen, je kan lessen volgen aan de trapeze, begeleid door “Ell Circo D’Ell Fuego” of lessen volgen als begeleider van sportactiviteiten.
Park Spoor Noord is volledig in zijn missie geslaagd.
Het Park, groene long, verbindt wijken en mensen en laat hen genieten en formeel of informeel bewegen en sporten !

 

Lees meer

As Hoogstraat – Kloosterstraat

De levendige Hoogstraat loopt tussen de Grote Markt en de Sint- Jansvliet.
Oorspronkelijk “ Alta platea “ genaamd in 1232 en in 1305 de huidige naam Hoogstraat. De straat loopt over de landrug die afdaalt naar de vallei Suikerrui en Kaasrui. In de zestiende eeuw werden hier de belangrijkste lakenmarkten gehouden.
De eerste bebouwing stamt uit de dertiende eeuw maar een brand in 1443 verwoestte zowat alle huizen.
De huidige bebouwing is uniek in de zin dat ze zowat alle stijlen van de Antwerpse architectuur-geschiedenis vertegenwoordigt. De Hoogstraat is vandaag vooral een bruisende winkel-wandel as met een zeer rijk en divers aanbod van winkels.
In het verlengde van de Hoogstraat lopen we de Kloosterstraat in, bekend om zijn brocanterie-zaken en vintage-winkels.
Hier tref je ondermeer, het standbeeld van Peter de Grote, die in onze stad ondermeer, de bouw van schepen kwam bestuderen.
Een unieke as die ons van de Grote Markt naar het Zuid brengt .

Theaterplein – Vogelenmarkt

Het Theaterplein is een populair plein en ontmoetingsplek geworden in Antwerpen.

Beter bekend natuurlijk als dé Vogelenmarkt .

Het plein werd begrensd door de Maria Pijpelincxstraat, de Oudevaartplaats, de Nieuwstad en de Meistraat. Aan de noordzijde van het plein ligt de Stadsschouwburg Antwerpen.

Door de heraanleg onder impuls van toenmalig Schepen van Van Campenhout werd de straat In 2008 Nieuwstad opgeheven en kreeg de Horeca brede terrassen en daarvoor een idyllische hedendaagse stadstuin.

Vroeger lagen tussen de Oudevaartplaats en de Meistraat twee straten die nu verdwenen zijn: de Kanonstraat en de Bonte Mantelstraat. Het Theaterplein ontstond in de jaren 1970 door de afbraak van de daar gelegen huizenblokken, die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd waren geraakt. Op 28 oktober 1944, kort na de bevrijding van Antwerpen, werd de Bonte Mantelstraat getroffen door de inslag van een V2-raket. Daarbij vielen 71 doden en 81 gewonden en werd de hele buurt in puin gelegd.

In de jaren 1970 verrees de stadschouwburg op de open ruimte tussen Hopland, Maria Pijpelincxstraat, Meistraat en Kanonstraat, die gekend stond als het Oud Arsenaalplein. Voordien stonden op het plein het Arsenal de Construction en het klooster van de ongeschoeide karmelieten (discalsen).Ten zuiden van de schouwburg werd het Theaterplein aangelegd.

In 2004 tekent de vermaarde urbanistist Bernardo Secchi de plannen voor de heraanleg.

Hij maakt het plein intiemer door er een mooie glazen luifel op te plaatsen. Esthetisch en akoestisch een meerwaarde en het houdt een groot deel van de markt ook droog. Bovendien onttrekt de luifel het zicht op de Stadsschouwburg, niet onmiddellijk het mooiste gebouw van onze stad.

Het kunstwerk in het midden, in de volksmond ” de put” genaamd , verdwijnt omdat het de looplijnen en functioneren van het plein verhindert.

De heraanleg wordt een succes , de exotische markt op zaterdag en de markt op zondag bloeien meer dan ooit tevoren , net als de omliggende horeca-zaken .

Sporadisch vinden onder de luifel stadsevenementen plaats.

Na de horizontale heraanleg volgen private ontwikkelaars met het verticale deel. Tal van panden worden verbouwd of nieuwgebouwd waardoor het Theaterplein , vlakbij het Stadspark en de Meir , een unieke plek wordt om te wonen .

Lees meer

Grote Markt

De Grote Markt van Antwerpen, rijke geschiedenis.

De Grote Markt is het hart van het historisch centrum. Morfologisch opgebouwd volgens de typische driehoekige Frankische vorm, droeg het plein aanvankelijk de naam “Merct”. Daarna wordt het Grote Markt genoemd om verwarring met de Kleine Markt aan de Kammenstraat te vermijden. In 1220 wordt de grond geschonken door Hertog Hendrik 1 aan de stad. Hier vinden ook belangrijke jaarmarkten plaats. Het plein zal mee evolueren met de groei en welvaart van Antwerpen. Vandaag vindt u hier vele bloeiende Horeca-zaken met monumenten als “Den Engel” en “Den Bengel”. De blikvangers zijn natuurlijk in de eerste plaats het stadhuis, de gildenhuizen, Brabo en de Buildrager, dit allemaal in de schaduw van de Kathedraal. Het stadhuis dateert van 1564 , opgeleverd in 1565 en weerspiegelt de welvaart van onze Stad in de zestiende eeuw. Rijke stad, arme overheid ( weinig veranderd ) dus er moest geleend worden. De terugbetaling gebeurde ondermeer van de winkels die in de zuilen op het gelijkvloers verhuurd werden ( na de renovatie zullen hier terug winkeltjes komen). Vandaar ook het Schoon Verdiep dat als ontvangstruimte op de eerste verdieping ligt.

In 2015, 450 na de oprichting, werd er bijzondere blijvende sfeerverlichting aangebracht en in 2017 werd gestart met de renovatie.
Een werk van jaren omdat het met minutieus respect wordt uitgevoerd voor de monumentale waarde en er regelmatig unieke archeologische vondsten gedaan worden.
De gildenhuizen reflecteren ook de bloeiende periode die onze stad in het bijzonder in de zestiende eeuw kende.
Let wel, veel van de gevels zijn reconstructie omdat er veel beschadigd en afgebrand is in het bijzonder tijdens de Spaanse furie.
In 1576 zouden Spaanse soldaten en huurlingen ( die al jaren niet betaald waren ) vanuit de citadel ( op het Zuid) oprukken naar de Grote Markt.
Gilden en burgers zouden heftig verzet bieden maar de overmacht was te groot .
Het laatste bastion was het Stadhuis van waaruit de muiters met succes beschoten werden, tot enkele van hen er in slaagden het Stadhuis in brand te steken.
Gevolg was dat tientallen huizen in de buurt mee afbrandden.
De muiters zouden nog dagen plunderend, rovend en verkrachtend door de Stad trekken, 10.000 burgers vermoorden waaronder de helft van het Schepencollege.
Een plakkaat in de inkomhal van het Stadhuis herinnert nog ( in het Latijn ) aan deze schandelijke episode.
Speciale anekdote: met de Blijde intrede van Koning Boudewijn en de Spaanse Koningin Fabiola vreesde het toenmalig College dat één van beiden zou vragen wat de betekenis van de plakkaat was. Men is dus ook zoek gegaan naar de langste hostessen om de plakkaat aan het zicht te onttrekken.
Ander icoon is Brabo, het standbeeld in het midden van de Grote Markt. Hier geplaatst einde negentiende eeuw van de hand van beeldhouwer Jef Lambeaux.
Het beeld verwijst naar de legende van de Romeinse soldaat Silvius Brabo die de hand afhakte van de Reus Druon Antigoon. Vandaar de etymologische ( volgens de legende ) verklaring van de naam “ Hand te werpen “, Antwerpen.
Ook hier een bijzondere anekdote, het beeld klopt immers anatomisch niet.
Brabo gooit met zijn rechterhand steunend op zijn rechterbeen wat een onnatuurlijke houding is. Het beeld was echter al gegoten, en betaald, dus het college liet het daar maar bij.
Trouwens, niemand die het opvalt ….
Een ander icoon is de “Buildrager” ( en niet Buideldrager zoals het beeld vaak verkeerdelijk wordt aangeduid ).
Buil is een vernederlandsing van het Engelse “Bale “, de balen katoen die dokwerkers moesten sjouwen.
Het beeld is dan ook een eerbetoon aan de Antwerpse dokwerkers, hardwerkendste van de wereld, staat nu tijdelijk op het Eilandje maar zou na de renovatie van het Stadhuis terug naar zijn oorspronkelijke plek komen.

 

Lees meer

Zurenborg

Zurenborg, mediterraanse charme in de Stad

Zurenborg is een heropgeleven wijk in het zuidoosten van de Stad.

De Cogels-Osylei is het bekendste deel, gelukkig vrij intact bewaard gebleven.

Maar ook de zoemende pleinen zoals in het bijzonder de Dageraadplaats bepalen de zoek van deze bijzondere wijk.

De combinatie Draakplaats – Tramplaats is bijzonder omdat je hier naast de Eroev ook de grens vindt tussen Antwerpen en Berchem.

Als symbool voor LGBTIQ – verdraagzaamheid wordt de Draakplaats trouwens elke avond in de regenboog-kleuren verlicht.

Op de Dageraadplaats kan je echt de leukste avonden beleven.

De Cogels – Osylei is een boek op zich dus daar gaan we een apart artikel aan wijden …..