Ontdek Antwerpen

Het Eilandje

Het Eilandje, de maritieme Schone slaapster.
Vandaag definiëren we het Eilandje fysisch van de Brouwersvliet-Godefriduskaai tot aan het nieuwe Havenhuis. In de volksmond is de term echter ontstaan rond de zone Bonapartesluis ( toen nog open ) Verbindingsdok, Kattendijkdok en Kattendijksluis. Wanneer je in die zone woonde en de bruggen waren omhoog zat je letterlijk op een eiland. Een oude “eilandbewoner” vertelde mij dat het het ideale
excuus was om te laat op school te komen of op uw werk. Ideale plaats ook vroeger voor vreemdgangers, je kwam er nu niet bepaald onmiddellijk bekend volk tegen en je had er wel een paar “kamer” hotelletjes…
De ontwikkeling van het Eilandje, of Nieuwstad, begint met de stadsuitbreiding onder impuls van Gilbert Van Schoonbeke, projectontwikkelaar avant la lettre. Hij zou ook andere delen van de stad zoals de zone Theaterplein, in samenwerking met de stad urbanistisch vormgeven. Antwerpen, in de zestiende eeuw al een wereldhaven barstte, ook maritiem, uit zijn voegen. Schepen werden behandeld op de Schelde en in de vlieten.

Het stadsbestuur vroeg dus aan de ontwikkelaar Gilbert Van Schoonbeke, ontwikkelaar (sommige zeggen speculant) om het zompig gebied ten noorden van te stad maritiem te ontsluiten en tot ontwikkeling te brengen. Gilbert van Schoonbeke maakte dus een plan om het zompig gebied van 25 ha ten noorden van de stad binnen de muren te brengen.
Ter plekke moest een woonwijk, de Nieuwstad, worden gebouwd en vier binnenhavens. Drie werden er uitgevoerd; voor de meest zuidelijke, de Brouwersvliet, werd de oude stadswal gebruikt, volgens de vroeger gebruikte methode van ombouw van vestingwater tot binnenhaven. Maar de andere twee, de Timmervliet en Middelvliet, waren de eerste aanlegplaatsen van de Antwerpse haven speciaal aangelegd om schepen te ontvangen.
Vooral de Middelvliet was Antwerps trots: grote karvelen en galjoenen tot 200 ton en zelfs meer konden er moeiteloos binnenvaren. Dit alles werd in goede banen geleid door de kaaimeesters die ook aan de stadsvlieten toezicht hielden op het scheepvaartverkeer. Aan zijn oever werd omstreeks 1560 het indrukwekkende Oostershuis oftewel het hanzahuis (niet te verwarren met het rederijhuis/hansahuis op de Suikerrui) opgetrokken. Het diende als zetel van de Duitse Hanze, een koopliedenvereniging en stedenbond.
Vooral Amsterdamse schepen, bevracht met graan van de Oostzeelanden, liepen er binnen. Hierdoor werd deze binnenhaven ook Graanvliet, Korenvliet of Oostersevliet
genoemd. De Spaanse soldenier Christoval de Andrade leverde in 1611 het volgende ooggetuigenverslag: “Gans het deel dat men Nieuwstad heet is verdeeld door grote kanalen die heel handig zijn aangebracht in het midden der straten. Er zijn talrijke houten ophaalbruggen die men kan halen en neerlaten voor de bediening der kanalen“.  In tegenstelling met de oude binnenhaven waren deze van de Nieuwstad door sas- en sluisdeuren van de Schelde afgesloten. Antwerpen werd een dokhaven en zou dat voortaan blijven.
Het is dan wachten op Napoleon Bonaparte die Antwerpen bezoekt en, eufemistisch uitgedrukt, de maritieme infrastructuur ondermaats vindt. Hij geeft dus opdracht een volwaardige sluis en een dok te laten aanleggen in 1811. Twee dokken – petit et grand bassin
Napoleon besliste bij decreet van 26 juli 1803 dat er in het noorden van Antwerpen, binnen de zestiende-eeuwse omwalling, twee dokken zouden worden gegraven. Het eerste dok zou bij eb droogvallen en het tweede dok zou toegankelijk zijn door middel van een sluis die het waterpeil op voldoende hoog niveau hield om de schepen drijvende te houden.
De twee dokken werden ontworpen door de Franse ingenieur Joseph Nicolas Mengin (1760-1842). Eerst werd gewerkt aan het graven van de voorhaven (het latere Bonapartedok). Vanaf ongeveer 1810 werd het Grote Dok (het latere Willemdok) aangepakt. Vanaf 1805 werd het ontwerp van de dokken zo gewijzigd dat ook grote oorlogsschepen in de dokken konden aanleggen. De voorhaven werd ook nu ook uitgerust met een zeesluis en zou dus niet droogvallen. Aan de oostzijde van het Willemdok werden in 1813-1814 twee 93 meter lange droogdokken met schipdeuren aangelegd door generaal L.C. Boistard. Het noordelijke droogdok werd echter nooit voltooid.
Eens Napoleon verslagen is in 1815 in Waterloo, komt sir Arthur Wellesley, de éérste hertog van Wellington naar Antwerpen. Hij ziet dat Napoleon een invasie vanuit Antwerpen wilde lanceren na zijn nederlaag en ontdekt op het Eilandje 8 Franse fregatten en 12 nog net niet afgewerkte op het Zuid. De Engelse marine telde op dat moment 19 fregatten. Napoleon had er 20 in Antwerpen en nog eens 26 in Le Havre. Wellington legt de Antwerpenaren het verbod op om nog oorlogsschepen te bouwen. Natuurlijk lappen de Nederlanders die hier de nieuwe bazen zijn tot 1830 dat aan hun laars maar het markante is wel dat de overwinnaar van Waterloo, de hertog van Wellington in Antwerpen was geweest.
Na zijn nederlaag wordt, geeft Koning Willem, de Antwerpse economie zeer gunstig gezind, opdracht om een naastliggend groot dok te bouwen en de Koninklijke Stapelhuizen te laten bouwen ( den “Entrepot”). Aanvankelijk noemde men deze, ondertussen meer dan twee eeuwen oude, dokken het Kleine en het Grote Dok.
Het stadsbestuur besluit later om ze uit eerbetoon het Bonapartedok en het Willemdok te noemen. Hier meren tijdens de 19 e eeuw de grote zeilschepen aan en worden hier behandeld. Het stadsbestuur laat grote pakhuizen bouwen zoals Felix en Godefridus die gelukkig bewaard zijn gebleven, gerenoveerd en een nieuwe functie hebben gekregen.
Het Felix Pakhuis is vandaag het Stadsarchief, het collectief geheugen van de stad op papier. Leuk om weten over het Felix pakhuis is: “de kattenpoepper” “Van de ééne kat naar de andere, allez t’is te zeggen, in’t Felix pakhuis op het Eilandje kwam alles binnen van eten en drinken. Alles werd daar ingeladen en verwerkt en verpakt.
Uiteraard krioelde dat daar van de ratten en de muizen. Dat werd zo erg dat het Felix pakhuis er alles aan deed om zoveel mogelijk katten te lokken, straatkatten natuurlijk die niet bang waren van ratten. Natuurlijk die beesten moesten eten en drinken en dan werd er “ne kattenpoepper” aangesteld. Dat was iemand die op het laatste van zijn carriere “ne lichtere dienst” kreeg maar op den duur werden er meerdere aangesteld. En die mannen moesten kattenstront opruimen, die beesten te eten geven en te drinken en ze vrij houden van vlooien. Dat was een serieuze job zenne, zo serieus zelfs dat het ambt officieel erkend werd. Het was hard werken maar de kattenpoepper werd goed betaald. Het was een heel verantwoordelijke job want een kat is een beest waar ge niet mee doet wat ge wilt en als katten het moe zijn trappen ze het af dus de kattenpoepper moest er in de éérste plaats voor zorgen dat al die katten in het Felix pakhuis bleven want de muizen en de ratten, die bleven er ook.
Als ge heden ten dagen door het Felix pakhuis wandelt kijk dan links en rechts naar de metalen deuren onderaan, daar zie je kleine ronde gaten, getuigen van wat ik net vertelde, groot genoeg om katten door te laten om te jagen op muizen en ratten.”
Einde negentiende eeuw breidt de stad de haven verder uit naar het noorden met de bouw van het Kattendijkdok. De haven is inmiddels al zo groot dat de dokwerkers, ze naar het noorden van het Kattendijkdok moeten gaan werken, spreken over “Siberië”. Vandaar de naam Siberiabrug.
Met de verdere uitbreiding van de haven naar het Noorden en de vergroting van de schepen, begint het Eilandje zijn belang voor de maritieme zeevaart geleidelijk te verliezen. Bonaparte -en Willemdok krijgen meer een functie voor de binnenvaart.
Het Eilandje wordt wel de gegeerde woonplaats voor binnenschippers en een bruisende uitgaansbuurt met talloze cafés en dansgelegenheden. Met iconen zoals Atlantic (“ den Doove”), den Big Ben en de Washington. Den Doove was een begrip in het Antwerpse uitgaansleven op het eilandje. Een begrip dat centraal stond voor nachtelijk uitgaansplezier, bangelijke muziek en dansen tot ge uw benen niet meer voelde. Daar stond men tot in de vroege uurtjes op de tafels te dansen. De Washington had naam en faam, eerder bekend bij “zwoare joenges”, een keet met reputatie en waar toch regelmatig gevochten werd.
Einde jaren 80 begint het Eilandje in te dommelen met veel leegstand. Het Willemdok wordt een wachtplaats voor binnenschepen. Ironie is dat het gebied gelukkig toen niet door ontwikkelaars ontdekt werd omdat zo veel historische gebouwen ( bijvoorbeeld de Red Star Line ) bewaard zijn gebleven net als de markante relicten zoals de Nassaubrug ( inmiddels gerenoveerd), de sluiswachtershuisjes en dergelijke. Begin jaren 90 ontstaat dan de publieke discussie over de toekomst van de Koninklijke Stapelhuizen, den “Entrepot” met voor -en tegenstanders.
Uiteindelijk wordt beslist ze af te breken en een nieuwe ontwikkeling neer te zetten met ondermeer de bouw van het vorige Havenhuis. In 1996 vinden de Schepen van de Haven, Leo Delwaide en de Schepen van Ruimtelijke Ordening, Mieke Vogels elkaar om van het oude havengebied een bloeiende stadswijk te maken. Eerste impulsen zijn de ombouw van het Willemdok tot een jachthaven en de prachtige heraanleg van de Napoleonkaai. Later volgen de renovatie van het Felix Pakhuis en de bouw van het Mas. Ondertussen hebben ook privé ontwikkelaars het Eilandje ontdekt en bouwen ze aan een flink tempo nieuwe woongelegenheden.

De maritieme slaapster is ontwaakt.

Ook de unieke geschiedenis van de Red Star Line wordt ontdekt en onder impuls van Schepenen Heylen en Van Campenhout ontwikkeld tot een internationale attractie als museum van de landverhuizers. Meer dan 2,7 miljoen Europeanen, waaronder veel joden, vertrokken hier op de Rijnkaai naar de Nieuwe Wereld. Recent werd dan, als baken tussen stad en haven, het nieuwe Havenhuis gebouwd. Zo is de stad een sterk icoon rijker. Het Eilandje is vandaag een levendige stadswijk met een uniek karakter. Je vindt hier immers de rust van de weidsheid en het water, een prachtig zicht op de Schelde en de haven, gezellige Horeca en sympathieke winkels maar je bent tegelijkertijd ook op 15 minuten wandelen van de binnenstad.
Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van “inventaris onroerend ergfoed Vlaanderen”

Lees verder

Het Eilandje

Het Eilandje, de maritieme Schone slaapster.
Vandaag definiëren we het Eilandje fysisch van de Brouwersvliet-Godefriduskaai tot aan het nieuwe Havenhuis. In de volksmond is de term echter ontstaan rond de zone Bonapartesluis ( toen nog open ) Verbindingsdok, Kattendijkdok en Kattendijksluis. Wanneer je in die zone woonde en de bruggen waren omhoog zat je letterlijk op een eiland. Een oude “eilandbewoner” vertelde mij dat het het ideale excuus was om te laat op school te komen of op uw werk. Ideale plaats ook vroeger voor vreemdgangers, je kwam er nu niet bepaald onmiddellijk bekend volk tegen en je had er wel een paar “kamer” hotelletjes…
De ontwikkeling van het Eilandje, of Nieuwstad, begint met de stadsuitbreiding onder impuls van Gilbert Van Schoonbeke, projectontwikkelaar avant la lettre. Hij zou ook andere delen van de stad zoals de zone Theaterplein, in samenwerking met de stad urbanistisch vormgeven. Antwerpen, in de zestiende eeuw al een wereldhaven barstte, ook maritiem, uit zijn voegen. Schepen werden behandeld op de Schelde en in de vlieten.

Het stadsbestuur vroeg dus aan de ontwikkelaar Gilbert Van Schoonbeke, ontwikkelaar (sommige zeggen speculant) om het zompig gebied ten noorden van te stad maritiem te ontsluiten en tot ontwikkeling te brengen. Gilbert van Schoonbeke maakte dus een plan om het zompig gebied van 25 ha ten noorden van de stad binnen de muren te brengen.
Ter plekke moest een woonwijk, de Nieuwstad, worden gebouwd en vier binnenhavens. Drie werden er uitgevoerd; voor de meest zuidelijke, de Brouwersvliet, werd de oude stadswal gebruikt, volgens de vroeger gebruikte methode van ombouw van vestingwater tot binnenhaven. Maar de andere twee, de Timmervliet en Middelvliet, waren de eerste aanlegplaatsen van de Antwerpse haven speciaal aangelegd om schepen te ontvangen.
Vooral de Middelvliet was Antwerps trots: grote karvelen en galjoenen tot 200 ton en zelfs meer konden er moeiteloos binnenvaren. Dit alles werd in goede banen geleid door de kaaimeesters die ook aan de stadsvlieten toezicht hielden op het scheepvaartverkeer. Aan zijn oever werd omstreeks 1560 het indrukwekkende Oostershuis oftewel het hanzahuis (niet te verwarren met het rederijhuis/hansahuis op de Suikerrui) opgetrokken. Het diende als zetel van de Duitse Hanze, een koopliedenvereniging en stedenbond.
Vooral Amsterdamse schepen, bevracht met graan van de Oostzeelanden, liepen er binnen. Hierdoor werd deze binnenhaven ook Graanvliet, Korenvliet of Oostersevliet genoemd. De Spaanse soldenier Christoval de Andrade leverde in 1611 het volgende ooggetuigenverslag: “Gans het deel dat men Nieuwstad heet is verdeeld door grote kanalen die heel handig zijn aangebracht in het midden der straten. Er zijn talrijke houten ophaalbruggen die men kan halen en neerlaten voor de bediening der kanalen“.  In tegenstelling met de oude binnenhaven waren deze van de Nieuwstad door sas- en sluisdeuren van de Schelde afgesloten. Antwerpen werd een dokhaven en zou dat voortaan blijven.
Het is dan wachten op Napoleon Bonaparte die Antwerpen bezoekt en, eufemistisch uitgedrukt, de maritieme infrastructuur ondermaats vindt. Hij geeft dus opdracht een volwaardige sluis en een dok te laten aanleggen in 1811. Twee dokken – petit et grand bassin.
Napoleon besliste bij decreet van 26 juli 1803 dat er in het noorden van Antwerpen, binnen de zestiende-eeuwse omwalling, twee dokken zouden worden gegraven. Het eerste dok zou bij eb droogvallen en het tweede dok zou toegankelijk zijn door middel van een sluis die het waterpeil op voldoende hoog niveau hield om de schepen drijvende te houden.
De twee dokken werden ontworpen door de Franse ingenieur Joseph Nicolas Mengin (1760-1842). Eerst werd gewerkt aan het graven van de voorhaven (het latere Bonapartedok). Vanaf ongeveer 1810 werd het Grote Dok (het latere Willemdok) aangepakt. Vanaf 1805 werd het ontwerp van de dokken zo gewijzigd dat ook grote oorlogsschepen in de dokken konden aanleggen. De voorhaven werd ook nu ook uitgerust met een zeesluis en zou dus niet droogvallen. Aan de oostzijde van het Willemdok werden in 1813-1814 twee 93 meter lange droogdokken met schipdeuren aangelegd door generaal L.C. Boistard. Het noordelijke droogdok werd echter nooit voltooid.
Eens Napoleon verslagen is in 1815 in Waterloo, komt sir Arthur Wellesley, de éérste hertog van Wellington naar Antwerpen. Hij ziet dat Napoleon een invasie vanuit Antwerpen wilde lanceren na zijn nederlaag en ontdekt op het Eilandje 8 Franse fregatten en 12 nog net niet afgewerkte op het Zuid. De Engelse marine telde op dat moment 19 fregatten. Napoleon had er 20 in Antwerpen en nog eens 26 in Le Havre. Wellington legt de Antwerpenaren het verbod op om nog oorlogsschepen te bouwen. Natuurlijk lappen de Nederlanders die hier de nieuwe bazen zijn tot 1830 dat aan hun laars maar het markante is wel dat de overwinnaar van Waterloo, de hertog van Wellington in Antwerpen was geweest.
Na zijn nederlaag wordt, geeft Koning Willem, de Antwerpse economie zeer gunstig gezind, opdracht om een naastliggend groot dok te bouwen en de Koninklijke Stapelhuizen te laten bouwen ( den “Entrepot”). Aanvankelijk noemde men deze, ondertussen meer dan twee eeuwen oude, dokken het Kleine en het Grote Dok.
Het stadsbestuur besluit later om ze uit eerbetoon het Bonapartedok en het Willemdok te noemen. Hier meren tijdens de 19 e eeuw de grote zeilschepen aan en worden hier behandeld. Het stadsbestuur laat grote pakhuizen bouwen zoals Felix en Godefridus die gelukkig bewaard zijn gebleven, gerenoveerd en een nieuwe functie hebben gekregen.
Het Felix Pakhuis is vandaag het Stadsarchief, het collectief geheugen van de stad op papier. Leuk om weten over het Felix pakhuis is: “de kattenpoepper” “Van de ééne kat naar de andere, allez t’is te zeggen, in’t Felix pakhuis op het Eilandje kwam alles binnen van eten en drinken. Alles werd daar ingeladen en verwerkt en verpakt.
Uiteraard krioelde dat daar van de ratten en de muizen. Dat werd zo erg dat het Felix pakhuis er alles aan deed om zoveel mogelijk katten te lokken, straatkatten natuurlijk die niet bang waren van ratten. Natuurlijk die beesten moesten eten en drinken en dan werd er “ne kattenpoepper” aangesteld. Dat was iemand die op het laatste van zijn carriere “ne lichtere dienst” kreeg maar op den duur werden er meerdere aangesteld. En die mannen moesten kattenstront opruimen, die beesten te eten geven en te drinken en ze vrij houden van vlooien. Dat was een serieuze job zenne, zo serieus zelfs dat het ambt officieel erkend werd. Het was hard werken maar de kattenpoepper werd goed betaald. Het was een heel verantwoordelijke job want een kat is een beest waar ge niet mee doet wat ge wilt en als katten het moe zijn trappen ze het af dus de kattenpoepper moest er in de éérste plaats voor zorgen dat al die katten in het Felix pakhuis bleven want de muizen en de ratten, die bleven er ook.
Als ge heden ten dagen door het Felix pakhuis wandelt kijk dan links en rechts naar de metalen deuren onderaan, daar zie je kleine ronde gaten, getuigen van wat ik net vertelde, groot genoeg om katten door te laten om te jagen op muizen en ratten.”
Einde negentiende eeuw breidt de stad de haven verder uit naar het noorden met de bouw van het Kattendijkdok. De haven is inmiddels al zo groot dat de dokwerkers, ze naar het noorden van het Kattendijkdok moeten gaan werken, spreken over “Siberië”. Vandaar de naam Siberiabrug.
Met de verdere uitbreiding van de haven naar het Noorden en de vergroting van de schepen, begint het Eilandje zijn belang voor de maritieme zeevaart geleidelijk te verliezen. Bonaparte -en Willemdok krijgen meer een functie voor de binnenvaart.
Het Eilandje wordt wel de gegeerde woonplaats voor binnenschippers en een bruisende uitgaansbuurt met talloze cafés en dansgelegenheden. Met iconen zoals Atlantic (“ den Doove”), den Big Ben en de Washington. Den Doove was een begrip in het Antwerpse uitgaansleven op het eilandje. Een begrip dat centraal stond voor nachtelijk uitgaansplezier, bangelijke muziek en dansen tot ge uw benen niet meer voelde. Daar stond men tot in de vroege uurtjes op de tafels te dansen. De Washington had naam en faam, eerder bekend bij “zwoare joenges”, een keet met reputatie en waar toch regelmatig gevochten werd.
Einde jaren 80 begint het Eilandje in te dommelen met veel leegstand. Het Willemdok wordt een wachtplaats voor binnenschepen. Ironie is dat het gebied gelukkig toen niet door ontwikkelaars ontdekt werd omdat zo veel historische gebouwen ( bijvoorbeeld de Red Star Line ) bewaard zijn gebleven net als de markante relicten zoals de Nassaubrug ( inmiddels gerenoveerd), de sluiswachtershuisjes en dergelijke. Begin jaren 90 ontstaat dan de publieke discussie over de toekomst van de Koninklijke Stapelhuizen, den “Entrepot” met voor -en tegenstanders.
Uiteindelijk wordt beslist ze af te breken en een nieuwe ontwikkeling neer te zetten met ondermeer de bouw van het vorige Havenhuis. In 1996 vinden de Schepen van de Haven, Leo Delwaide en de Schepen van Ruimtelijke Ordening, Mieke Vogels elkaar om van het oude havengebied een bloeiende stadswijk te maken. Eerste impulsen zijn de ombouw van het Willemdok tot een jachthaven en de prachtige heraanleg van de Napoleonkaai. Later volgen de renovatie van het Felix Pakhuis en de bouw van het Mas. Ondertussen hebben ook privé ontwikkelaars het Eilandje ontdekt en bouwen ze aan een flink tempo nieuwe woongelegenheden.

De maritieme slaapster is ontwaakt.

Ook de unieke geschiedenis van de Red Star Line wordt ontdekt en onder impuls van Schepenen Heylen en Van Campenhout ontwikkeld tot een internationale attractie als museum van de landverhuizers. Meer dan 2,7 miljoen Europeanen, waaronder veel joden, vertrokken hier op de Rijnkaai naar de Nieuwe Wereld. Recent werd dan, als baken tussen stad en haven, het nieuwe Havenhuis gebouwd. Zo is de stad een sterk icoon rijker. Het Eilandje is vandaag een levendige stadswijk met een uniek karakter. Je vindt hier immers de rust van de weidsheid en het water, een prachtig zicht op de Schelde en de haven, gezellige Horeca en sympathieke winkels maar je bent tegelijkertijd ook op 15 minuten wandelen van de binnenstad.
Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van “inventaris onroerend ergfoed Vlaanderen”

 

Lees verder

As Melkmarkt – lange koepoortstraat – Klapdorp – Paardenmarkt

Wat weinig Antwerpenaren weten, is dat de Vikings hier niet alleen kwamen roven, branden en verkrachten maar ook voor ongeveer 150 jaar een vaste nederzetting hadden in Antwerpen waar de boeren uit de omgeving zelfs bescherming zochten.
De nederzetting ( kuipdorp) werd begrensd door de Lange Koepoortstraat, de Melkmarkt, de Meirbrug, de Meir, Kipdorp, Paardenmarkt en terug, De Melkmarkt liep  van de Kaasrui naar Eiermarkt. Achtereenvolgens “Veemerct” (1377), “Suvelsteeg-” of “merct” (1418) en “Melkmarkt” (sedert 1548) genoemd. De smallere strook nabij de Eiermarkt heette ook wel eens “Ketelmerct” (1396). In de loop van de 16de eeuw ontmoeten we de naam “Kerkhofstraat” en in de 16de tot de 17de eeuw “Lijnwaadmarkt”.
De huidige naam werd pas algemeen gebruikt in de tweede helft van de 17de eeuw. Sedert de 12de eeuw is het een van de bijzonderste aders van de stad, doorsneden door de gracht van de eerste vesting. Nabij de Wijngaardstraat lag een brug over de rui, de “Reinoldsbrug”, “Verwersbrug” of “Melkbrug”. Mogelijk maakte de Melkmarkt in de 13de eeuw nog deel uit van het kerkhof van Onze-Lieve-Vrouw. Omstreeks 1345 werd met de bebouwing begonnen, omstreeks 1540 werd de grens met de Lijnwaadmarkt getrokken, en omstreeks 1620 kreeg ze haar huidige vorm.

Op enkele oudere kernen na kwam het gebied tussen de vesten van 1250 en de Spaanse wallen pas in de dertiende en veertiende eeuw tot ontwikkeling. Echte gesloten bouwblokken zoals in de kernstad kwamen slechts zelden voor. Een lintbebouwing langs straten kreeg langzaam gestalte. De belangrijkste bebouwde aders ca. 1400 in dit gebied waren Klapdorp – Paardenmarkt, Keizerstraat, Kipdorp en Lange Nieuwstraat als uitvalswegen van de oudere stadskern en/of deel uitmakend van een ouder gehucht. Vaak werden de huizen door niet bebouwde percelen onderbroken (tuinen, velden en boomgaarden, beemden, raamhoven en lijnbanen). Grote open ruimten waren het Raamveld (tussen Minderbroedersrui, Klapdorp, Kauwenberg en Keizerstraat).
Zo viel dus ook het gehucht Klapdorp aan de Antwerpse expansiezucht ten offer. Dit gehucht had zich ontwikkeld buiten de Koepoort en omvatte de Paardenmarkt; de inlijving van bet Klapdorp bracht meteen ook de Infirmerie van het Klapdorp binnen de wallen, een godshuis gesticht ten voordele van de zieke begijnen.
Geleidelijk krijgen de straten een stedelijker en commerciëler karakter, vooral gezien de functie als verbindingsas tussen de binnenstad, de studentenbuurt, de Nieuwstad ( later het Eilandje ) en de Leien.
Klapdorp werd bijvoorbeeld lang “de Meir” van het Schipperskwartier “genoemd, Schippersvrouwen hadden immers niet de tijd en gingen naar Klapdorp voor hun aankopen.
Tot in de jaren 90 trof je hier een rijk aanbod aan handelszaken aan. Langzaamaan verschraalde dit maar begin 21 ste eeuw vond het Klapdorp een tweede adem, ondermeer door veel nieuwe bewoners , een ontwikkeling op de hoek met de Mutsaartstraat en nieuwe starters.
Een zelfde fenomeen zien we in de Lange Koepoortstraat met nieuwe woonontwikkeling en talrijke starters naast de klassieke zaken. Met de heraanleg van de Lange Koepoortstraat, als een echte wandelzone, ziet de toekomst van deze belangrijke as tussen de binnenstad en de studentenbuurt, het Eilandje en de nieuwe Leien, van deze historische as er veelbelovend uit.

Weetjes

Wist je dat op het Klapdorp nog een getij watermolen gestaan heeft om koren te malen ? Ergens beginjaren 30 van de vijftiende eeuw ( rond 1433) liet het stadsbestuur een watermolen bouwen waar nu de Hessenbrug is ( tussen de Paardenmarkt en de Falconrui)
Een deel van de Paardenmarkt heette toen nog Clapdorp.
Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van de “inventaris onroerende erfgoed Vlaanderen”

Lees meer

As Melkmarkt – lange koepoortstraat – Klapdorp – Paardenmarkt

Wat weinig Antwerpenaren weten, is dat de Vikings hier niet alleen kwamen roven, branden en verkrachten maar ook voor ongeveer 150 jaar een vaste nederzetting hadden in Antwerpen waar de boeren uit de omgeving zelfs bescherming zochten.
De nederzetting ( kuipdorp) werd begrensd door de Lange Koepoortstraat, de Melkmarkt, de Meirbrug, de Meir, Kipdorp, Paardenmarkt en terug, De Melkmarkt liep  van de Kaasrui naar Eiermarkt. Achtereenvolgens “Veemerct” (1377), “Suvelsteeg-” of “merct” (1418) en “Melkmarkt” (sedert 1548) genoemd. De smallere strook nabij de Eiermarkt heette ook wel eens “Ketelmerct” (1396). In de loop van de 16de eeuw ontmoeten we de naam “Kerkhofstraat” en in de 16de tot de 17de eeuw “Lijnwaadmarkt”.
De huidige naam werd pas algemeen gebruikt in de tweede helft van de 17de eeuw. Sedert de 12de eeuw is het een van de bijzonderste aders van de stad, doorsneden door de gracht van de eerste vesting. Nabij de Wijngaardstraat lag een brug over de rui, de “Reinoldsbrug”, “Verwersbrug” of “Melkbrug”. Mogelijk maakte de Melkmarkt in de 13de eeuw nog deel uit van het kerkhof van Onze-Lieve-Vrouw. Omstreeks 1345 werd met de bebouwing begonnen, omstreeks 1540 werd de grens met de Lijnwaadmarkt getrokken, en omstreeks 1620 kreeg ze haar huidige vorm.

Op enkele oudere kernen na kwam het gebied tussen de vesten van 1250 en de Spaanse wallen pas in de dertiende en veertiende eeuw tot ontwikkeling. Echte gesloten bouwblokken zoals in de kernstad kwamen slechts zelden voor. Een lintbebouwing langs straten kreeg langzaam gestalte. De belangrijkste bebouwde aders ca. 1400 in dit gebied waren Klapdorp – Paardenmarkt, Keizerstraat, Kipdorp en Lange Nieuwstraat als uitvalswegen van de oudere stadskern en/of deel uitmakend van een ouder gehucht. Vaak werden de huizen door niet bebouwde percelen onderbroken (tuinen, velden en boomgaarden, beemden, raamhoven en lijnbanen). Grote open ruimten waren het Raamveld (tussen Minderbroedersrui, Klapdorp, Kauwenberg en Keizerstraat).
Zo viel dus ook het gehucht Klapdorp aan de Antwerpse expansiezucht ten offer. Dit gehucht had zich ontwikkeld buiten de Koepoort en omvatte de Paardenmarkt; de inlijving van bet Klapdorp bracht meteen ook de Infirmerie van het Klapdorp binnen de wallen, een godshuis gesticht ten voordele van de zieke begijnen.
Geleidelijk krijgen de straten een stedelijker en commerciëler karakter, vooral gezien de functie als verbindingsas tussen de binnenstad, de studentenbuurt, de Nieuwstad ( later het Eilandje ) en de Leien.
Klapdorp werd bijvoorbeeld lang “de Meir” van het Schipperskwartier “genoemd, Schippersvrouwen hadden immers niet de tijd en gingen naar Klapdorp voor hun aankopen.
Tot in de jaren 90 trof je hier een rijk aanbod aan handelszaken aan. Langzaamaan verschraalde dit maar begin 21 ste eeuw vond het Klapdorp een tweede adem, ondermeer door veel nieuwe bewoners , een ontwikkeling op de hoek met de Mutsaartstraat en nieuwe starters.
Een zelfde fenomeen zien we in de Lange Koepoortstraat met nieuwe woonontwikkeling en talrijke starters naast de klassieke zaken. Met de heraanleg van de Lange Koepoortstraat, als een echte wandelzone, ziet de toekomst van deze belangrijke as tussen de binnenstad en de studentenbuurt, het Eilandje en de nieuwe Leien, van deze historische as er veelbelovend uit.

Weetjes

Wist je dat op het Klapdorp nog een getij watermolen gestaan heeft om koren te malen ? Ergens beginjaren 30 van de vijftiende eeuw ( rond 1433) liet het stadsbestuur een watermolen bouwen waar nu de Hessenbrug is ( tussen de Paardenmarkt en de Falconrui)
Een deel van de Paardenmarkt heette toen nog Clapdorp.
Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van de “inventaris onroerende erfgoed Vlaanderen”

 

Lees meer

Nationalestraat – Kammenstraat

De Nationalestraat loopt van de Groenplaats naar de Kronenbrugstraat en heette aanvankelijk de Boeksteeg. Ze werd geopend tijdens de derde stadsvergroting op toen nog privé gronden. Het huidig uitzicht kreeg de Nationalestraat in 1877 via werken uitgevoerd door de Parijzenaar Hubert Pierquin. Die verbreedde de straat tot 15 meter ( iets meer had vandaag beter geweest …), sloopte bestaande bebouwing en maakte ook een rechtstreekse verbinding met de Groenplaats. De bebouwing is vooral vierlaags en van de stijlen van einde 19e eeuw en begin 20ste eeuw. De geschiedenis van de Nationalestraat kan natuurlijk niet los gezien worden van de drukkerij van de Gazet van Antwerpen, de opkomst van de christelijke arbeidersbeweging ( die vandaag nog altijd daar gevestigd ), de befaamde kledingzaak het Meuleken, erover is nu de wereldbekende Dries Van Noten, het tropisch instituut, de verbondenheid met Sint Andries en de neus op de Sint Andriesplaats, het wereldbefaamde Tropisch Instituut en de sociale woonblokken in baksteen modernisme van architect Gustaaf Fierens. De Nationalestraat heeft net als vele

lokale winkelstraten een moeilijke periode gekend maar de reputatie die Antwerpen internationaal als modestad verworven heeft, gaf haar een nieuwe relance met de vestiging van het Modemuseum en talrijke (exclusieve) mode zaken.
Tegelijkertijd heeft deze as zijn couleur locale bewaard en is meer dan ooit een winkelwandelstraat waar je een breed aanbod aan kleinhandel vindt.
Eind jaren tachtig is de Nationalestraat het “mekka” voor een nieuwe jonge subcultuur. Een fenomeen komt overgewaaid uit Amerika en bereikt hier zijn top eind jaren tachtig en begin jaren negentig. We spreken over“roleplaying” maw het bekende Dungeons & Dragons oa.
The Lonely Mountain, een winkel eigen aan die producten verhuist van de Handelsstraat naar de Nationalestraat. De naam van de winkel komt natuurlijk uit Tolkien’s hobbit boek en wie de winkel ooit bezocht, waande zich in een kerker uit de boeken van Tolkien.
Jeugd, hoofdzakelijk uit Antwerpen maar ook daarbuiten vond zijn weg naar deze Fantasy shop, wijd en zijd gekend door geeks ver buiten Antwerpen. Het is uniek voor Antwerpen en de éérste winkel in dit genre in’t stad. Later volgen er meer en ook “fantasy wargaming” kreeg in Antwerpen een vaste waarde met Warhammer en Warhammer 40k.
Later komt het kaartspel “magic the gathering” op de proppen en de gaming wereld wordt een heuse community.
In 2004 sloot deze pionier zijn deuren in de Nationalestraat. Maar zelfs nu in 2020 is er een heuse “spellengemeenschap” in Antwerpen. Gamecenters, bordspellen cafe’s, een Games Workshop, comic shops en zelfs een“geek street” op het Kipdorp getuigen van de hoogdagen van weleer en de Nationalestraat was de plaats waar
het ooit echt zijn toppunt bereikt had.
De Kammenstraat
De Kammenstraat maakt deel uit van de mode-wandeling en heeft een uniek urban, grunge en ook gewoon hip karakter, spontaan gegroeid na een moeilijke periode en veel leegstand.
Het befaamde Laundry Day is hier geboren en gaf de straat mee zijn uniek imago.
Wat de straat helemaal een bijzondere uitstraling geeft, is de combinatie van de urban culture met de historische gebouwen en achtergrond van de straat.
Zo vindt je hier de monumentale Sint-Augustinuskerk terug, vandaag AMUZ, een ideale locatie voor (klassieke) concerten en diverse meetings.
De Kammenstraat (Cammerstraat) was aanvankelijk een straat voor brouwerijen, na verhuis van de brouwers werd de Kammenstraat een winkelstraat. Ook drukkers kwamen de straat bewonen.
Twee decenia, 20 jaar ten tijde van Napoleon, was Antwerpen onder Frans bewind.
De Keizer bezocht Antwerpen zelf 4 keer.
Maar de Fransen vertaalden de Cammerstraat verkeerdelijk in “Rue Des Peignes” en zo werd de Cammerstraat die verwees naar de brouwerijen, de Kammenstraat die heden ten dagen nog steeds verwijst naar de haarkam. Denken we maar aan de befaamde kapperszaak van wijlen Glen Gemeiner, de Cliént.
Vandaag is het de plek om de urban culture van Antwerpen op te snuiven
Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van de “inventaris onroerend erfgoed Vlaanderen”.

Lees meer

Nationalestraat – Kammenstraat

De Nationalestraat loopt van de Groenplaats naar de Kronenbrugstraat en heette aanvankelijk de Boeksteeg. Ze werd geopend tijdens de derde stadsvergroting op toen nog privé gronden. Het huidig uitzicht kreeg de Nationalestraat in 1877 via werken uitgevoerd door de Parijzenaar Hubert Pierquin. Die verbreedde de straat tot 15 meter ( iets meer had vandaag beter geweest …), sloopte bestaande bebouwing en maakte ook een rechtstreekse verbinding met de Groenplaats. De bebouwing is vooral vierlaags en van de stijlen van einde 19e eeuw en begin 20ste eeuw. De geschiedenis van de Nationalestraat kan natuurlijk niet los gezien worden van de drukkerij van de Gazet van Antwerpen, de opkomst van de christelijke arbeidersbeweging ( die vandaag nog altijd daar gevestigd ), de befaamde kledingzaak het Meuleken, erover is nu de wereldbekende Dries Van Noten, het tropisch instituut, de verbondenheid met Sint Andries en de neus op de Sint Andriesplaats, het wereldbefaamde Tropisch Instituut en de sociale woonblokken in baksteen modernisme van architect Gustaaf Fierens. De Nationalestraat heeft net als vele

lokale winkelstraten een moeilijke periode gekend maar de reputatie die Antwerpen internationaal als modestad verworven heeft, gaf haar een nieuwe relance met de vestiging van het Modemuseum en talrijke (exclusieve) mode zaken.
Tegelijkertijd heeft deze as zijn couleur locale bewaard en is meer dan ooit een winkelwandelstraat waar je een breed aanbod aan kleinhandel vindt.
Eind jaren tachtig is de Nationalestraat het “mekka” voor een nieuwe jonge subcultuur. Een fenomeen komt overgewaaid uit Amerika en bereikt hier zijn top eind jaren tachtig en begin jaren negentig. We spreken over“roleplaying” maw het bekende Dungeons & Dragons oa.
The Lonely Mountain, een winkel eigen aan die producten verhuist van de Handelsstraat naar de Nationalestraat. De naam van de winkel komt natuurlijk uit Tolkien’s hobbit boek en wie de winkel ooit bezocht, waande zich in een kerker uit de boeken van Tolkien.
Jeugd, hoofdzakelijk uit Antwerpen maar ook daarbuiten vond zijn weg naar deze Fantasy shop, wijd en zijd gekend door geeks ver buiten Antwerpen. Het is uniek voor Antwerpen en de éérste winkel in dit genre in’t stad. Later volgen er meer en ook “fantasy wargaming” kreeg in Antwerpen een vaste waarde met Warhammer en Warhammer 40k.
Later komt het kaartspel “magic the gathering” op de proppen en de gaming wereld wordt een heuse community.
In 2004 sloot deze pionier zijn deuren in de Nationalestraat. Maar zelfs nu in 2020 is er een heuse “spellengemeenschap” in Antwerpen. Gamecenters, bordspellen cafe’s, een Games Workshop, comic shops en zelfs een“geek street” op het Kipdorp getuigen van de hoogdagen van weleer en de Nationalestraat was de plaats waar
het ooit echt zijn toppunt bereikt had.
De Kammenstraat
De Kammenstraat maakt deel uit van de mode-wandeling en heeft een uniek urban, grunge en ook gewoon hip karakter, spontaan gegroeid na een moeilijke periode en veel leegstand.
Het befaamde Laundry Day is hier geboren en gaf de straat mee zijn uniek imago.
Wat de straat helemaal een bijzondere uitstraling geeft, is de combinatie van de urban culture met de historische gebouwen en achtergrond van de straat.
Zo vindt je hier de monumentale Sint-Augustinuskerk terug, vandaag AMUZ, een ideale locatie voor (klassieke) concerten en diverse meetings.
De Kammenstraat (Cammerstraat) was aanvankelijk een straat voor brouwerijen, na verhuis van de brouwers werd de Kammenstraat een winkelstraat. Ook drukkers kwamen de straat bewonen.
Twee decenia, 20 jaar ten tijde van Napoleon, was Antwerpen onder Frans bewind.
De Keizer bezocht Antwerpen zelf 4 keer.
Maar de Fransen vertaalden de Cammerstraat verkeerdelijk in “Rue Des Peignes” en zo werd de Cammerstraat die verwees naar de brouwerijen, de Kammenstraat die heden ten dagen nog steeds verwijst naar de haarkam. Denken we maar aan de befaamde kapperszaak van wijlen Glen Gemeiner, de Cliént.
Vandaag is het de plek om de urban culture van Antwerpen op te snuiven
Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van de “inventaris onroerend erfgoed Vlaanderen”.

 

Lees meer

Diamantwijk, de Diamond Square, De Diamantwijk, “the diamond square mile“

Op iets meer dan een vierkante kilometer worden 85 percent van de ruwe en 50 percent van de geslepen diamanten ter wereld verhandeld. In de drie straten , Hoveniersstraat , Rijfstraat, Schupstraat en omgeving klopt zoals de Appelmanstraat, de Vestingstraat en de Pelikaanstraag klopt dus het hart van de wereldmarkt in diamant. Bijna 2000 ondernemingen en meer dan 70 nationaliteiten zijn hier aktief als in een gonzende  bijenkorf om het “ steentje” te verhandelen en te slijpen. Oorspronkelijk kwam diamant per schip , 500 jaar geleden , vanuit India over Venetië en dan naar Antwerpen. De voor de inquisitie gevluchte Joden speelden een vooraanstaande rol in de handel. Aanvankelijk lagen de centra van diamanthandel dan ook dichter bij de Schelde : de Groenplaats , Paardenmarkt , de Meir. In de negentiende eeuw , met de komst van veel Joden uit Oost Europa concentreerde de handel zich meer rond de buurt van het Centraal Station. Joden handelen traditioneel in diamant omdat ze niet altijd tot vele beroepen werden toegelaten en diamant gemakkelijk mee te dragen is als je weer eens moet vluchten ( vandaar ook de vestiging nabij het Station). Aanvankelijk gebeurde de handel op café of in zaaltjes maar geleidelijk aan werden beurzen opgericht die trouwens architecturaal ook de moeite zijn. In de slipstream van de diamanthandel volgde tal van

juwelenzaken , prestigieuze winkels , kwalitatieve restaurants en een bruisende detailhandel. Vandaag kleurt de diamantwijk visueel nog heel ortdodox Joods maar de handel zelf is geïnternationaliseerd. Indier’s , Russen , Chinezen , Armeniërs .. je vindt zowat de hele wereld in de vierkante mijl terug. Je vindt in deze bijenkorf vier diamant beurzen terug ( uniek in de wereld ) en quasi elke diamant passeert langs hier.

Lees meer

Diamantwijk, de Diamond Square, De Diamantwijk, “the diamond square mile“

Op iets meer dan een vierkante kilometer worden 85 percent van de ruwe en 50 percent van de geslepen diamanten ter wereld verhandeld. In de drie straten , Hoveniersstraat , Rijfstraat, Schupstraat en omgeving klopt zoals de Appelmanstraat, de Vestingstraat en de Pelikaanstraag klopt dus het hart van de wereldmarkt in diamant. Bijna 2000 ondernemingen en meer dan 70 nationaliteiten zijn hier aktief als in een gonzende  bijenkorf om het “ steentje” te verhandelen en te slijpen. Oorspronkelijk kwam diamant per schip , 500 jaar geleden , vanuit India over Venetië en dan naar Antwerpen. De voor de inquisitie gevluchte Joden speelden een vooraanstaande rol in de handel. Aanvankelijk lagen de centra van diamanthandel dan ook dichter bij de Schelde : de Groenplaats , Paardenmarkt , de Meir. In de negentiende eeuw , met de komst van veel Joden uit Oost Europa concentreerde de handel zich meer rond de buurt van het Centraal Station. Joden handelen traditioneel in diamant omdat ze niet altijd tot vele beroepen werden toegelaten en diamant gemakkelijk mee te dragen is als je weer eens moet vluchten ( vandaar ook de vestiging nabij het Station). Aanvankelijk gebeurde de handel op café of in zaaltjes maar geleidelijk aan werden beurzen opgericht die trouwens architecturaal ook de moeite zijn. In de slipstream van de diamanthandel volgde tal van

juwelenzaken , prestigieuze winkels , kwalitatieve restaurants en een bruisende detailhandel. Vandaag kleurt de diamantwijk visueel nog heel ortdodox Joods maar de handel zelf is geïnternationaliseerd. Indier’s , Russen , Chinezen , Armeniërs .. je vindt zowat de hele wereld in de vierkante mijl terug. Je vindt in deze bijenkorf vier diamant beurzen terug ( uniek in de wereld ) en quasi elke diamant passeert langs hier.

 

Lees meer

De Joodse wijk , onze Shtetl

Antwerpen herbergt één van de grootste orthodoxe joodse gemeenschappen van de wereld na New York, Londen en Jeruzalem. Onze stad wordt vaak “het Jeruzalem van het Noorden” genoemd. De gemeenschap woont vooral in de buurt klein Antwerpen aan het Stadspark en Haringrode. Er zijn twee orthodoxe joodse gemeenschappen Machzike Hadas en Shomre Hadas. In Antwerpen wonen zowel Ashkenazim ( afkomstig, of vaak gevlucht, uit Oost Europa) als Sefardische Joden. De Joodse gemeenschap kent veel verschillende specifieke bewegingen zoals Belz, Lubavitch, Vizhnitz en vele anderen. Daarnaast wonen er in Antwerpen ook seculiere joden, misnagdiem ( Litouwse Joden), Georgische Joden ea. De Joodse gemeenschap is dus tegelijkertijd zeer divers maar ook homogeen.
Ze houden zich immers trouw aan de eeuwenoude regels van ondermeer de Torah en de Kasjrut (voedingsregels). Zonder deze gehechtheid hadden ze in de diaspora, en, ondermeer door de verschrikkelijke pogroms, al lang hun indentiteit verloren. Er zijn in deze markante wijk tientallen kleine en grote scholen en synagoges. Maar ook veel

liefdadigheidsinstellingen. Solidariteit is immers enorm belangrijk binnen de Joodse gemeenschap.
De grootste sociale Joodse sociale organisatie is de Joodse Centrale die ondermeer een rusthuis beheert en diverse sociale initiatieven coördineert.
De Joodse wijk is zeer herkenbaar gezien de traditionele klederdracht die vooral op Shabbat zeer zichtbaar is. De Joodse gemeenschap is een intrinsiek onderdeel van ons stadsbeeld en is tot ons DNA gaan behoren.
De Joodse gemeenschap behoudt haar identiteit maar met respect voor de regels van de Antwerpse samenleving. Ze laten de Antwerpenaren mee genieten van hun feesten zoals bijvoorbeeld Chanoeka ( rond de kerstperiode ) en Purim ( Joods Karnaval).
Intern communiceren ze vaak in het kleurrijke Jiddisch ( een mengeling van middelduits, Hebreeuws en Slavisch) maar het merendeel van de gemeenschap spreekt vlot Nederlands. Op school wordt hier trouwens zeer veel aandacht aan besteed.
De Joodse gemeenschap bracht de diamanthandel naar Antwerpen en heeft er dus voor gezorgd dat we het wereldcentrum voor diamant zijn.
Geleidelijk aan echter zijn ook Indiërs een belangrijke rol beginnen spelen en is de markt sterk geïnternationaliseerd. In de diamantwijk werken nu meer dan 70 nationaliteiten.
Het is dus een uitdaging voor de gemeenschap om ook in andere sectoren, zoals vastgoed, aktief te worden. Gezien de befaamde handelsgeest gebeurt dat ook met succes.
De Joodse wijk is de moeite om te bezoeken. Niet alleen omwille van de warme sfeer van een Shtetl of de spiritualiteit van de synagoges maar ook omwille van de authentieke en kwalitatieve handelszaken.
De Joodse voedingsregels zijn er niet zomaar gekomen maar gebaseerd op hygiëne, kwaliteit en vooral gezondheid.
Bovendien zijn de Joodse gerechten uiterst smakelijk.
Winkels zoals bijvoorbeeld Hoffys ( waar de toonbank een culinair spektakel is), Kleinblatt met de zaligste gebakken en zovele anderen moet je als Antwerpenaar bezocht hebben.
We eindigen dit artikel met de woorden waarmee Joden afscheid nemen “ Zay gezunt ! “

Lees meer

De Joodse wijk , onze Shtetl

Antwerpen herbergt één van de grootste orthodoxe joodse gemeenschappen van de wereld na New York, Londen en Jeruzalem. Onze stad wordt vaak “het Jeruzalem van het Noorden” genoemd. De gemeenschap woont vooral in de buurt klein Antwerpen aan het Stadspark en Haringrode. Er zijn twee orthodoxe joodse gemeenschappen Machzike Hadas en Shomre Hadas. In Antwerpen wonen zowel Ashkenazim ( afkomstig, of vaak gevlucht, uit Oost Europa) als Sefardische Joden. De Joodse gemeenschap kent veel verschillende specifieke bewegingen zoals Belz, Lubavitch, Vizhnitz en vele anderen. Daarnaast wonen er in Antwerpen ook seculiere joden, misnagdiem ( Litouwse Joden), Georgische Joden ea. De Joodse gemeenschap is dus tegelijkertijd zeer divers maar ook homogeen.
Ze houden zich immers trouw aan de eeuwenoude regels van ondermeer de Torah en de Kasjrut (voedingsregels). Zonder deze gehechtheid hadden ze in de diaspora, en, ondermeer door de verschrikkelijke pogroms, al lang hun indentiteit verloren. Er zijn in deze markante wijk tientallen kleine en grote scholen en synagoges. Maar ook veel

liefdadigheidsinstellingen. Solidariteit is immers enorm belangrijk binnen de Joodse gemeenschap.
De grootste sociale Joodse sociale organisatie is de Joodse Centrale die ondermeer een rusthuis beheert en diverse sociale initiatieven coördineert.
De Joodse wijk is zeer herkenbaar gezien de traditionele klederdracht die vooral op Shabbat zeer zichtbaar is. De Joodse gemeenschap is een intrinsiek onderdeel van ons stadsbeeld en is tot ons DNA gaan behoren.
De Joodse gemeenschap behoudt haar identiteit maar met respect voor de regels van de Antwerpse samenleving. Ze laten de Antwerpenaren mee genieten van hun feesten zoals bijvoorbeeld Chanoeka ( rond de kerstperiode ) en Purim ( Joods Karnaval).
Intern communiceren ze vaak in het kleurrijke Jiddisch ( een mengeling van middelduits, Hebreeuws en Slavisch) maar het merendeel van de gemeenschap spreekt vlot Nederlands. Op school wordt hier trouwens zeer veel aandacht aan besteed.
De Joodse gemeenschap bracht de diamanthandel naar Antwerpen en heeft er dus voor gezorgd dat we het wereldcentrum voor diamant zijn.
Geleidelijk aan echter zijn ook Indiërs een belangrijke rol beginnen spelen en is de markt sterk geïnternationaliseerd. In de diamantwijk werken nu meer dan 70 nationaliteiten.
Het is dus een uitdaging voor de gemeenschap om ook in andere sectoren, zoals vastgoed, aktief te worden. Gezien de befaamde handelsgeest gebeurt dat ook met succes.
De Joodse wijk is de moeite om te bezoeken. Niet alleen omwille van de warme sfeer van een Shtetl of de spiritualiteit van de synagoges maar ook omwille van de authentieke en kwalitatieve handelszaken.
De Joodse voedingsregels zijn er niet zomaar gekomen maar gebaseerd op hygiëne, kwaliteit en vooral gezondheid.
Bovendien zijn de Joodse gerechten uiterst smakelijk.
Winkels zoals bijvoorbeeld Hoffys ( waar de toonbank een culinair spektakel is), Kleinblatt met de zaligste gebakken en zovele anderen moet je als Antwerpenaar bezocht hebben.
We eindigen dit artikel met de woorden waarmee Joden afscheid nemen “ Zay gezunt ! “

Lees meer

De Seefhoek

De Seefhoek, kleurrijke buurt met Antwerps DNA
De Seefhoek is een authentieke Antwerpse wijk met een bijzondere geschiedenis en de laatste decennia een multiculturele ontwikkeling.
De wijk ligt in het noorden van de stad, tussen de Turnhoutsebaan en Carnotstraat in het zuiden en het prachtig en levendige heraangelegde Park Spoor Noord ( op het oude spoorwegemplacement) op het noorden.
Ten oosten ligt Borgerhout en en ten westen Amandus.
Plezant is natuurlijk ook het Sint Jansplein, Antwerpenaren zeggen “tsjingstsjangsplein” en die van de parking of toeristen denken dan onmiddellijk dat je het over Chinatown hebt wat niet waar is natuurlijk.
Rond die buurt, ook richting eilandje en stad vindt je veel mensen en restaurantjes van Spaanse, Portugese en Baskische origine.
Vaak wordt de wijk ook samengenomen met Stuivenberg en Amandus en betiteld als Antwerpen Noord.
De benaming Seefhoek is ontstaan uit een herberg, op de hoek van de

Lange Beeldekenstraat en de Pesthofstraat waar het lokale Seefbier gebrouwen werd ,“Bij Trien uit de Pothoek” op de hoek tegenover het Stuivenbergziekenhuis. Dokters en verpleegsters kwamen er tijdens hun middagpauze hun “Seef” drinken, gelukkig was het percentage alcohol van dit plaatselijke biertje toen slechts 1°. Recent startte een gedreven ondernemer opnieuw met de productie van het Seefbier (nu 6,5°).
De wijk had ook gekende winkelstraten zoals de Offerandestraat vooral gekend voor de schoenenwinkels. Elke mama of bomma ging hier met haar kinderen/kleinkinderen schoenen kopen. Was één van de mooiste Antwerpse winkelstraten, waar je altijd wel “schoon volk” zag lopen. Ook de Diepestraat was een mooie winkelstraat destijds maar kon aan de Offerandestraat niet tippen. The “place to be “ destijds.
Nu getuigt de straat op sommige plekken van haar oude glorie, bijvoorbeeld in de supermarkt Albert Heyn zie je nog sporen van het verleden want de architectuur van de cinema Festa destijds bleef voor een stuk gespaard en is te bewonderen bovenaan de kassas van de supermarkt.
Het Park Spoor Noord, heraangelegd onder leiding van Schepen Van Campenhout, is een mooie groene long en heeft een positieve ontwikkeling op de evolutie van de wijk gehad, heel zeker op den Dam.
Het park is aangeplant op het oude spoorwegemplacement dat drie wijken van mekaar afsneed: de Seefhoek, het Eilandje en den Dam. Vandaag zijn die wijken terug met elkaar verbonden.
De Seefhoek was typisch een arbeiderswijk met dus veel arbeiderswoningen. Maar omdat hier veel havenbazen woonden, vindt je hier veel markante heren woningen.
Bekende bewoners van deze wijk zijn ondermeer Vincent Van Gogh die in een achterkamer in de Lange Beeldekenstraat woonde, de vermaarde voetballer en Gouden Schoen Rik Coppens ( zoon van een vishandelaar), Willy Vandersteen ( die hier veel inspiratie vond voor de strips van Suske en Wiske ) Panamarenko, Julien en Mathias Schoenaerts, Jan Fabre, Robbe Dehert, David Davidse etc…
Vandaag is de Seefhoek een zeer multiculturele wijk met veel uitdagingen maar ook veel kansen.
Lang bestempelt als getto en thuis van de marginalen maar een buurt ook met een rijke geschiedenis, tevens ook erg geteisterd geweest door de V-bommen in wereldoorlog II.
In de Wetstraat bijvoorbeeld zie je nog duidelijk de sporen. Aan de ene kant van de straat zie je de herenhuizen uit eind 1800 en de andere kant van de straat zijn woningen gebouwd van kort na de oorlog. Deze ontwikkeling is veroorzaakt door de inslagen van de V-bommen.
Hetzelfde verhaal zie je in de Stuivenbergwijk. Leuke anekdote van deze wijk is bijvoorbeeld “het vosgangetje”.
Dit bevindt zich in de Regentstraat.
Het gangetje daar werd gebruikt door Britse “Tommies” die gelegerd waren in de Zoo van Antwerpen na de bevrijding van onze stad. Zij fungeerden als ordetroepen want onze regering verbleef in England en had haar ordediensten nog niet op orde.
De oorlog woedde trouwens nog verder en de “Tommie’s” gingen daar vrijen met hun Belgische liefjes, vandaar het vosgangetje.
Dit werd ons jaren geleden verteld door Jef, een bewoner van het vosgangetje die er toe meer dan zestig jaar woonde.

Je vindt nieuwe typische assen terug zoals de Handelsstraat met haar talrijke viswinkels.
Ook jonge gezinnen komen zich hier opnieuw vestigen.
Park Spoor Noord aan de ene kant en de ontwikkeling van de Stationsbuurt aan de andere kant zijn twee polen die deze wijk kansen geeft voor een mooie toekomst.

Lees meer

De Seefhoek

De Seefhoek, kleurrijke buurt met Antwerps DNA
De Seefhoek is een authentieke Antwerpse wijk met een bijzondere geschiedenis en de laatste decennia een multiculturele ontwikkeling.
De wijk ligt in het noorden van de stad, tussen de Turnhoutsebaan en Carnotstraat in het zuiden en het prachtig en levendige heraangelegde Park Spoor Noord ( op het oude spoorwegemplacement) op het noorden.
Ten oosten ligt Borgerhout en en ten westen Amandus.
Plezant is natuurlijk ook het Sint Jansplein, Antwerpenaren zeggen “tsjingstsjangsplein” en die van de parking of toeristen denken dan onmiddellijk dat je het over Chinatown hebt wat niet waar is natuurlijk.
Rond die buurt, ook richting eilandje en stad vindt je veel mensen en restaurantjes van Spaanse, Portugese en Baskische origine.
Vaak wordt de wijk ook samengenomen met Stuivenberg en Amandus en betiteld als Antwerpen Noord.
De benaming Seefhoek is ontstaan uit een herberg, op de hoek van de

Lange Beeldekenstraat en de Pesthofstraat waar het lokale Seefbier gebrouwen werd ,“Bij Trien uit de Pothoek” op de hoek tegenover het Stuivenbergziekenhuis. Dokters en verpleegsters kwamen er tijdens hun middagpauze hun “Seef” drinken, gelukkig was het percentage alcohol van dit plaatselijke biertje toen slechts 1°. Recent startte een gedreven ondernemer opnieuw met de productie van het Seefbier (nu 6,5°).
De wijk had ook gekende winkelstraten zoals de Offerandestraat vooral gekend voor de schoenenwinkels. Elke mama of bomma ging hier met haar kinderen/kleinkinderen schoenen kopen. Was één van de mooiste Antwerpse winkelstraten, waar je altijd wel “schoon volk” zag lopen. Ook de Diepestraat was een mooie winkelstraat destijds maar kon aan de Offerandestraat niet tippen. The “place to be “ destijds.
Nu getuigt de straat op sommige plekken van haar oude glorie, bijvoorbeeld in de supermarkt Albert Heyn zie je nog sporen van het verleden want de architectuur van de cinema Festa destijds bleef voor een stuk gespaard en is te bewonderen bovenaan de kassas van de supermarkt.
Het Park Spoor Noord, heraangelegd onder leiding van Schepen Van Campenhout, is een mooie groene long en heeft een positieve ontwikkeling op de evolutie van de wijk gehad, heel zeker op den Dam.
Het park is aangeplant op het oude spoorwegemplacement dat drie wijken van mekaar afsneed: de Seefhoek, het Eilandje en den Dam. Vandaag zijn die wijken terug met elkaar verbonden.
De Seefhoek was typisch een arbeiderswijk met dus veel arbeiderswoningen. Maar omdat hier veel havenbazen woonden, vindt je hier veel markante heren woningen.
Bekende bewoners van deze wijk zijn ondermeer Vincent Van Gogh die in een achterkamer in de Lange Beeldekenstraat woonde, de vermaarde voetballer en Gouden Schoen Rik Coppens ( zoon van een vishandelaar), Willy Vandersteen ( die hier veel inspiratie vond voor de strips van Suske en Wiske ) Panamarenko, Julien en Mathias Schoenaerts, Jan Fabre, Robbe Dehert, David Davidse etc…
Vandaag is de Seefhoek een zeer multiculturele wijk met veel uitdagingen maar ook veel kansen.
Lang bestempelt als getto en thuis van de marginalen maar een buurt ook met een rijke geschiedenis, tevens ook erg geteisterd geweest door de V-bommen in wereldoorlog II.
In de Wetstraat bijvoorbeeld zie je nog duidelijk de sporen. Aan de ene kant van de straat zie je de herenhuizen uit eind 1800 en de andere kant van de straat zijn woningen gebouwd van kort na de oorlog. Deze ontwikkeling is veroorzaakt door de inslagen van de V-bommen.
Hetzelfde verhaal zie je in de Stuivenbergwijk. Leuke anekdote van deze wijk is bijvoorbeeld “het vosgangetje”.
Dit bevindt zich in de Regentstraat.
Het gangetje daar werd gebruikt door Britse “Tommies” die gelegerd waren in de Zoo van Antwerpen na de bevrijding van onze stad. Zij fungeerden als ordetroepen want onze regering verbleef in England en had haar ordediensten nog niet op orde.
De oorlog woedde trouwens nog verder en de “Tommie’s” gingen daar vrijen met hun Belgische liefjes, vandaar het vosgangetje.
Dit werd ons jaren geleden verteld door Jef, een bewoner van het vosgangetje die er toe meer dan zestig jaar woonde.

Je vindt nieuwe typische assen terug zoals de Handelsstraat met haar talrijke viswinkels.
Ook jonge gezinnen komen zich hier opnieuw vestigen.
Park Spoor Noord aan de ene kant en de ontwikkeling van de Stationsbuurt aan de andere kant zijn twee polen die deze wijk kansen geeft voor een mooie toekomst.

 

Lees meer

Het Zuid, Petit Paris

De geschiedenis van het Zuid begint somber.
Hier bouwt immers de Hertog van Alva de citadel, een vijfhoekig kasteel om van daaruit het vrijgevochten Antwerpen opnieuw onder de knoet te krijgen. Wat hem in 1585 ook gelukt is, tegen wil en dank werd Antwerpen terug katholiek gemaakt. De helft van de Antwerpenaren (onder andere protestanten, joden, en calvinisten…) verhuizen,  voornamelijk naar de Noordelijke Nederlanden. Een Antwerps icoon, het Maria beeldje vindt hier haar historische oorsprong, De Antwerpenaren moesten taksen betalen op alles. Ook op straatverlichting tegen hun gevel. De Spaanse bezetter geeft kwijtschelding van de taks mits het plaatsen van een heiligenbeeldje boven de lantaarn. Antwerpenaren kiezen uiteraard voor de heilige maagd Maria, tevens de beschermheilige van onze stad. Sommige straatnamen verwijzen nog naar deze periode zoals de geëerde rebellen Graaf van Hoorne en Graaf van Egmont en natuurlijk ook van de toenmalige burgemeester Marnix van Sint Aldegonde ( auteur ook van het Wilhelmus) met de Marnixplaats. Ook in de onafhankelijkheidsstrijd met de Nederlanders ( waar trouwens veel Antwerpenaren het niet mee eens waren) wordt de stad vanuit de citadel bekogeld door de Nederlandse generaal.

Het negatief icoon wordt dan ook afgebroken en in 1881 ligt hier een gigantisch stuk verlaten grond op 15 minuten wandelen van de binnenstad. De stad beslist dan ook om hier aan woonuitbreiding te doen.
Ze kiezen voor de principes die Haussmann in Parijs toepaste: brede lanen in een stratenpatroon die uitkomen op een plein met een beeld of een fontein. Er worden veel burgerhuizen gebouwd, waarvan er gelukkig veel bewaard gebleven zijn, in neorenaissance en neoclassicistische stijl.
In de jaren 60 worden de zuiderdokken gedempt ( wat veel Antwerpenaren nog betreuren) omdat ze hun maritieme functie verloren hadden en meer als publiek stort werden gebruikt.
Vanaf de jaren 60 maar vooral de jaren 70 geraakt het Zuid in verval. Veel mensen verlaten de stad. Het Zuid verloedert en krijgt een negatieve bijklank. Wie op het Zuid woonde werd bestempeld als die “van’t kantje“ met andere woorden, werd als krapuul aanzien. Vanaf half jaren 80 ontdekken pioneers echter opnieuw de zuidelijke charme.
Pakhuizen worden gerenoveerd tot uitgaansgelegenheden, de eerste woonprojecten starten terug op en er komen galerijen , exclusieve winkels , bars en restaurants.
Met de heraanleg van de Leopold de Waelplaats gaf de stad een belangrijke injectie voor de ontwikkeling van de omgeving.
Met de bouw van het nieuwe Justitiepaleis, ook wel het vlinderpaleis genoemd, krijgt de wijk er ineens een uniek internationaal icoon bij. Ook de Scheldekaaien zijn aan dit stuk van de stad al prachtig heraangelegd en een rustgevende wandel -en verblijfzone.
Met de bouw van een ondergrondse parking op de Zuiderdokken kan bovengronds een mooi park worden aangelegd wat het Zuid alleen maar extra zuurstof kan geven. Het Zuid is ook de kunsten site van de stad met talloze galerijen, de culturele ontmoetingsplaats het Zuiderpershuis, het Koninklijk Museum van Shone Kunsten ( na renovatie nog meer een unieke parel) , het Museum voor Hedendaagse Kunsten (MHKA), het fotomuseum en zo veel meer.
Datzelfde Zuid, ooit ’t kantje is nu hip en trendy .
De toekomst van het Zuid ziet er dus veelbelovend uit. De wraak op Alva !

Lees meer

Het Zuid, Petit Paris

De geschiedenis van het Zuid begint somber.
Hier bouwt immers de Hertog van Alva de citadel, een vijfhoekig kasteel om van daaruit het vrijgevochten Antwerpen opnieuw onder de knoet te krijgen. Wat hem in 1585 ook gelukt is, tegen wil en dank werd Antwerpen terug katholiek gemaakt. De helft van de Antwerpenaren (onder andere protestanten, joden, en calvinisten…) verhuizen,  voornamelijk naar de Noordelijke Nederlanden. Een Antwerps icoon, het Maria beeldje vindt hier haar historische oorsprong, De Antwerpenaren moesten taksen betalen op alles. Ook op straatverlichting tegen hun gevel. De Spaanse bezetter geeft kwijtschelding van de taks mits het plaatsen van een heiligenbeeldje boven de lantaarn. Antwerpenaren kiezen uiteraard voor de heilige maagd Maria, tevens de beschermheilige van onze stad. Sommige straatnamen verwijzen nog naar deze periode zoals de geëerde rebellen Graaf van Hoorne en Graaf van Egmont en natuurlijk ook van de toenmalige burgemeester Marnix van Sint Aldegonde ( auteur ook van het Wilhelmus) met de Marnixplaats. Ook in de onafhankelijkheidsstrijd met de Nederlanders ( waar trouwens veel Antwerpenaren het niet mee eens waren) wordt de stad vanuit de citadel bekogeld door de Nederlandse generaal.

Het negatief icoon wordt dan ook afgebroken en in 1881 ligt hier een gigantisch stuk verlaten grond op 15 minuten wandelen van de binnenstad. De stad beslist dan ook om hier aan woonuitbreiding te doen.
Ze kiezen voor de principes die Haussmann in Parijs toepaste: brede lanen in een stratenpatroon die uitkomen op een plein met een beeld of een fontein. Er worden veel burgerhuizen gebouwd, waarvan er gelukkig veel bewaard gebleven zijn, in neorenaissance en neoclassicistische stijl.
In de jaren 60 worden de zuiderdokken gedempt ( wat veel Antwerpenaren nog betreuren) omdat ze hun maritieme functie verloren hadden en meer als publiek stort werden gebruikt.
Vanaf de jaren 60 maar vooral de jaren 70 geraakt het Zuid in verval. Veel mensen verlaten de stad. Het Zuid verloedert en krijgt een negatieve bijklank. Wie op het Zuid woonde werd bestempeld als die “van’t kantje“ met andere woorden, werd als krapuul aanzien. Vanaf half jaren 80 ontdekken pioneers echter opnieuw de zuidelijke charme.
Pakhuizen worden gerenoveerd tot uitgaansgelegenheden, de eerste woonprojecten starten terug op en er komen galerijen , exclusieve winkels , bars en restaurants.
Met de heraanleg van de Leopold de Waelplaats gaf de stad een belangrijke injectie voor de ontwikkeling van de omgeving.
Met de bouw van het nieuwe Justitiepaleis, ook wel het vlinderpaleis genoemd, krijgt de wijk er ineens een uniek internationaal icoon bij. Ook de Scheldekaaien zijn aan dit stuk van de stad al prachtig heraangelegd en een rustgevende wandel -en verblijfzone.
Met de bouw van een ondergrondse parking op de Zuiderdokken kan bovengronds een mooi park worden aangelegd wat het Zuid alleen maar extra zuurstof kan geven. Het Zuid is ook de kunsten site van de stad met talloze galerijen, de culturele ontmoetingsplaats het Zuiderpershuis, het Koninklijk Museum van Shone Kunsten ( na renovatie nog meer een unieke parel) , het Museum voor Hedendaagse Kunsten (MHKA), het fotomuseum en zo veel meer.
Datzelfde Zuid, ooit ’t kantje is nu hip en trendy .
De toekomst van het Zuid ziet er dus veelbelovend uit. De wraak op Alva !

 

Lees meer

Chinatown

Chinatown, elke grote stad heeft er één.
Wanneer je het mooiste Centraal Station van de wereld uitwandelt, valt je blik onmiddellijk op de Chinese pagode poort.
Deze poort, volgens alle principes van Feng Shui, vervaardigd in China, markeert het begin van China town, net als de leeuwen aan het begin en het einde van de Van Wesenbeekstraat.
De aanwezigheid van de Chinese Gemeenschap start ergens begin 20 ste eeuw met zeelieden die hier tijdelijk verblijven om aangemonsterd te worden.
Maar al gauw ontstaan er ook wasserijen, winkels en eethuizen voor deze mensen. Ook trekken Chinezen de stad door voor de verkoop van halfedelstenen.
Tijdens de eerste Wereldoorlog rekruteren Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk 100.000 Chinezen uit Shandong om aan het Westfront te vechten. Vaak voor de zwaarste en gevaarlijkste jobs: het opruimen van wegen, bouwen van kampementen en het aanleggen van loopgraven. Deze vergeten bijdrage werd trouwens herdacht en

belichaamt in Poperinge met de inhuldiging van een prachtig beeld van Yan Shufen, de ontwerpster van de Rooshand.
Na de overname door de communistische partijen emigreren veel, vooral Hong Kong Chinezen, naar Europa en dus ook naar Antwerpen.
Ze worden worden vooral aktief in de restaurantsector en dit valt mooi samen met de naoorlogse democratisering.
Op restaurant gaan was immers een luxe maar werd meer bereikbaar voor de brede lagen van de bevolking.
De Chinese restaurants waren lekker en betaalbaar voor veel Antwerpse gezinnen.
Een cultuur van “ naar de Chinees gaan “ en de “nummers” was geboren.
Wie herinnert zich niet dat zijn ouders spraken over een “ halve kip met Curry” of een “Nasi Goreng”.
Het oudste Chinese restaurant is de “Wah Kel” vandaag nog altijd authentiek aanwezig.
Je bent geen Antwerpenaar als je daar niet geweest bent !
Ondertussen vestigden vele restaurants zich in de Van Wesenbeekstraat en de Van Arteveldestraat.
De eetcultuur is voor Chinezen zeer belangrijk: “ geen gerecht smaakt beter dan wanneer men erover nagedacht en gediscussieerd heeft met anderen. Na het verorberen wordt deze conversatie voortgezet, waaruit nieuwe inzichten ontstaan. Lang vooraleer we overgaan tot het nuttigen ervan, hebben we erover nagedacht, hebben we het gekoesterd in ons hoofd en bij de anticipatie ervan binnenpretjes ervaren. En deze ervaringen willen we delen met sommige van onze beste vrienden in uitnodigingbrieven voor eetfestijnen” (Chang , 1977:13).
Deze amicale cultuur bestaat nog altijd.
Chinezen nodig je graag uit als teken van vriendschap aan een tafel met een cirkelvormig bewegend glasplatform om eten letterlijk te delen en er samen van te genieten.
De Chinese gemeenschap is vandaag echter veel meer dan alleen restaurants, de opvolgende generaties zijn vaak hoogopgeleid en bekleden hoge functies of zijn succesvol in het zakenleven.
In Chinatown vindt je naast restaurants ook een breed vermaarde supermarkt Sun Wah terug net als reisbureaus, (deftige) massagesalons, acupuncturisten, boeddhistische tempels sociale verenigingen en belangrijk, scholen om Chinees te leren.
Iedereen kan hier terecht maar gezien het grote succes zijn er wel wachtlijsten.
Ook voor liefhebbers van wushu ( kung fu) is er een rijk aanbod.
Om de vriendshap en verbondenheid met deze hardwerkende gemeenschap te symboliseren en materialiseren , liet de Stad Antwerpen onder impuls van toenmalig Schepen Van Campenhout, in samenwerking met de Chinese Gemeenschap een monumentale Pagode poort plaatsen.
De enige op het continent en volgens Chinezen de mooiste buiten China.
Hier moet je dus ondergelopen hebben !

Lees meer

Chinatown

Chinatown, elke grote stad heeft er één.
Wanneer je het mooiste Centraal Station van de wereld uitwandelt, valt je blik onmiddellijk op de Chinese pagode poort.
Deze poort, volgens alle principes van Feng Shui, vervaardigd in China, markeert het begin van China town, net als de leeuwen aan het begin en het einde van de Van Wesenbeekstraat.
De aanwezigheid van de Chinese Gemeenschap start ergens begin 20 ste eeuw met zeelieden die hier tijdelijk verblijven om aangemonsterd te worden.
Maar al gauw ontstaan er ook wasserijen, winkels en eethuizen voor deze mensen. Ook trekken Chinezen de stad door voor de verkoop van halfedelstenen.
Tijdens de eerste Wereldoorlog rekruteren Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk 100.000 Chinezen uit Shandong om aan het Westfront te vechten. Vaak voor de zwaarste en gevaarlijkste jobs: het opruimen van wegen, bouwen van kampementen en het aanleggen van loopgraven. Deze vergeten bijdrage werd trouwens herdacht en

belichaamt in Poperinge met de inhuldiging van een prachtig beeld van Yan Shufen, de ontwerpster van de Rooshand.
Na de overname door de communistische partijen emigreren veel, vooral Hong Kong Chinezen, naar Europa en dus ook naar Antwerpen.
Ze worden worden vooral aktief in de restaurantsector en dit valt mooi samen met de naoorlogse democratisering.
Op restaurant gaan was immers een luxe maar werd meer bereikbaar voor de brede lagen van de bevolking.
De Chinese restaurants waren lekker en betaalbaar voor veel Antwerpse gezinnen.
Een cultuur van “ naar de Chinees gaan “ en de “nummers” was geboren.
Wie herinnert zich niet dat zijn ouders spraken over een “ halve kip met Curry” of een “Nasi Goreng”.
Het oudste Chinese restaurant is de “Wah Kel” vandaag nog altijd authentiek aanwezig.
Je bent geen Antwerpenaar als je daar niet geweest bent !
Ondertussen vestigden vele restaurants zich in de Van Wesenbeekstraat en de Van Arteveldestraat.
De eetcultuur is voor Chinezen zeer belangrijk: “ geen gerecht smaakt beter dan wanneer men erover nagedacht en gediscussieerd heeft met anderen. Na het verorberen wordt deze conversatie voortgezet, waaruit nieuwe inzichten ontstaan. Lang vooraleer we overgaan tot het nuttigen ervan, hebben we erover nagedacht, hebben we het gekoesterd in ons hoofd en bij de anticipatie ervan binnenpretjes ervaren. En deze ervaringen willen we delen met sommige van onze beste vrienden in uitnodigingbrieven voor eetfestijnen” (Chang , 1977:13).
Deze amicale cultuur bestaat nog altijd.
Chinezen nodig je graag uit als teken van vriendschap aan een tafel met een cirkelvormig bewegend glasplatform om eten letterlijk te delen en er samen van te genieten.
De Chinese gemeenschap is vandaag echter veel meer dan alleen restaurants, de opvolgende generaties zijn vaak hoogopgeleid en bekleden hoge functies of zijn succesvol in het zakenleven.
In Chinatown vindt je naast restaurants ook een breed vermaarde supermarkt Sun Wah terug net als reisbureaus, (deftige) massagesalons, acupuncturisten, boeddhistische tempels sociale verenigingen en belangrijk, scholen om Chinees te leren.
Iedereen kan hier terecht maar gezien het grote succes zijn er wel wachtlijsten.
Ook voor liefhebbers van wushu ( kung fu) is er een rijk aanbod.
Om de vriendshap en verbondenheid met deze hardwerkende gemeenschap te symboliseren en materialiseren , liet de Stad Antwerpen onder impuls van toenmalig Schepen Van Campenhout, in samenwerking met de Chinese Gemeenschap een monumentale Pagode poort plaatsen.
De enige op het continent en volgens Chinezen de mooiste buiten China.
Hier moet je dus ondergelopen hebben !

Lees meer

As Lange Lozanastraat – Anselmostraat

De “ Loesane” is ontstaan als een landbouwgehucht aan de huidige Lange Lozanastraat ten zuiden van de Mechelsesteenweg.

Na de bouw van de Spaanse vesten mochten om militaire redenen geen gebouwen meer opgericht worden binnen de afstand van 717 meter. Buiten deze bufferzone verschenen de luxueuze hoven van plaisanterie van de Antwerpse burgerij. Pas in de 19 de eeuwse uitbreiding van de stad zal deze wijk druk bebouwd en bewoond worden.
Vandaag vinden we hier mooie herenhuizen terug maar samen met de Anselmostraat kende deze as een succesvolle commerciële omwikkeling tussen de Leien en de Jan Van Rijswijcklaan. Je vindt hier een divers aanbod terug van gekende kledingzaken , warme bakkers , beenhouwers, verse viswinkels en zo veel meer …. De renovatie van het oude Justitiepaleis ( waar het Hof van Beroep komt ) gaat deze as nog een extra boost geven.

As Lange Lozanastraat – Anselmostraat

De “ Loesane” is ontstaan als een landbouwgehucht aan de huidige Lange Lozanastraat ten zuiden van de Mechelsesteenweg.

Na de bouw van de Spaanse vesten mochten om militaire redenen geen gebouwen meer opgericht worden binnen de afstand van 717 meter. Buiten deze bufferzone verschenen de luxueuze hoven van plaisanterie van de Antwerpse burgerij. Pas in de 19 de eeuwse uitbreiding van de stad zal deze wijk druk bebouwd en bewoond worden.
Vandaag vinden we hier mooie herenhuizen terug maar samen met de Anselmostraat kende deze as een succesvolle commerciële omwikkeling tussen de Leien en de Jan Van Rijswijcklaan. Je vindt hier een divers aanbod terug van gekende kledingzaken , warme bakkers , beenhouwers, verse viswinkels en zo veel meer …. De renovatie van het oude Justitiepaleis ( waar het Hof van Beroep komt ) gaat deze as nog een extra boost geven.

Park Spoor Noord

Park Spoor Noord, groene long tussen Dam Eilandje en Slachthuis.
Waar je vandaag door de groene omgeving van Park Spoor Noord loopt, lag vroeger een spoorwegemplacement dat drie wijken van elkaar afsneed, den Dam, het Slachthuis en het Eilandje.
Dit emplacement werd aangelegd in 1873. Daarvoor was hier het “ Fort Dambrugge “ en de “ Lunet Stuivenberg “ later “Fort Carnot “ genoemd.
De NMBS verhuist de activiteiten in 2001 en het emplacement wordt een troosteloos braakliggend terrein.
Gelukkig vinden de NMBS en de Stad Antwerpen elkaar om een verstandig, rendabel maar ook groen en duurzaam ontwikkelingsplan te maken.
Het gebied wordt in 1998 op het gewestplan ingekleurd als gebied voor stedelijke ontwikkeling.
In plaats van het geheel vol te bouwen wordt beslist om een prachtig park van 17 ha aan te leggen, dat de drie wijken opnieuw met elkaar verbindt en zuurstof geeft aan de wijken.

 

Aan de randen wordt metropolitane rendabele hoogbouw toegelaten. Zo kan de grond voor het park voor 1 symbolische euro aan de Stad overgedragen worden.
Het Park weerspiegelt perfect de ziel van Antwerpen: warm, intiem maar tegelijk metropolitaan.
Aan de randen vindt je hoogbouw in de Ellermanstraat met ondermeer de Plantijn Hogeschool en aan het Kempisch Dok het nieuwe Ziekenhuis.
Een fietsbrug legt de link tussen de ontwikkeling aan de Ellermanstraat en het Park.
De stad gaf het ontwerp aan de vermaarde planoloog en urbanist, wijlen, Bernardo Secchi en Paola Vigano die met hun intuïtieve, inductieve en tactiele methodiek aan het werk gaan.
Met zijn notitie- boekje kon Bernardo uren rondwandelen in de locatie die hij moest ontwerpen.
Bernardo Secchi was een grootmeester in het aanvoelen van de ziel van een plek en hoe die menselijk en sociaal optimaal zou kunnen functioneren.
Met Park Spoor Noord Is dit optimaal gelukt.
In 2005 wordt, na veel inspraakrondes, onder de leiding van Schepen Van Campenhout, begonnen met de aanleg van het Park.
Het Park functioneert vandaag spontaan en organisch als de uitlaatplek en ontmoetingsplaats voor de omliggende wijken waar sowieso te weinig groen is.
Bernardo en Paola kozen er bewust voor om er geen klassiek park van te maken maar vooral een sociale ontmoetingsplaats bij uitstek.
Om Bernardo te citeren: “ ons voornaamste idee is dat het Park een sociale ruimte is, een vrije ruimte die de inwoners kans geeft ervaringen op te doen en actief te zijn “
Zo vindt bijvoorbeeld elk jaar het gebeuren “ Couleur Sport” plaats waar de verschillende gemeenschappen van Antwerpen hun eigen cultuur en sport voorstellen.
Verder zegt Bernardo: “ de belangrijkste eigenschap van het Park Spoor Noord is zijn dimensie: een wijd en eenvoudig ontworpen grasveld doorkruist met paden die de verschillende buurten met elkaar en met het Park verbinden. Tuinen, sportvelden, doorzichtige bossen bieden plaats aan verschillende formele en informele sociale praktijken en definiëren meervoudige atmosferen “.
Voor sport, formeel en informeel is in het Park ook veel plaats.
Er werd een “ State of the Art” skatebowl aangelegd die veelvuldig gebruikt wordt.
Recent werd, in een gerenoveerde herstelloods SPRK (Spark) geopend.
Hier kan je komen skaten of skatelessen volgen, je kan lessen volgen aan de trapeze, begeleid door “Ell Circo D’Ell Fuego” of lessen volgen als begeleider van sportactiviteiten.
Park Spoor Noord is volledig in zijn missie geslaagd.
Het Park, groene long, verbindt wijken en mensen en laat hen genieten en formeel of informeel bewegen en sporten !

 

Lees meer

Park Spoor Noord

Park Spoor Noord, groene long tussen Dam Eilandje en Slachthuis.
Waar je vandaag door de groene omgeving van Park Spoor Noord loopt, lag vroeger een spoorwegemplacement dat drie wijken van elkaar afsneed, den Dam, het Slachthuis en het Eilandje.
Dit emplacement werd aangelegd in 1873. Daarvoor was hier het “ Fort Dambrugge “ en de “ Lunet Stuivenberg “ later “Fort Carnot “ genoemd.
De NMBS verhuist de activiteiten in 2001 en het emplacement wordt een troosteloos braakliggend terrein.
Gelukkig vinden de NMBS en de Stad Antwerpen elkaar om een verstandig, rendabel maar ook groen en duurzaam ontwikkelingsplan te maken.
Het gebied wordt in 1998 op het gewestplan ingekleurd als gebied voor stedelijke ontwikkeling.
In plaats van het geheel vol te bouwen wordt beslist om een prachtig park van 17 ha aan te leggen, dat de drie wijken opnieuw met elkaar verbindt en zuurstof geeft aan de wijken.

Aan de randen wordt metropolitane rendabele hoogbouw toegelaten. Zo kan de grond voor het park voor 1 symbolische euro aan de Stad overgedragen worden.
Het Park weerspiegelt perfect de ziel van Antwerpen: warm, intiem maar tegelijk metropolitaan.
Aan de randen vindt je hoogbouw in de Ellermanstraat met ondermeer de Plantijn Hogeschool en aan het Kempisch Dok het nieuwe Ziekenhuis.
Een fietsbrug legt de link tussen de ontwikkeling aan de Ellermanstraat en het Park.
De stad gaf het ontwerp aan de vermaarde planoloog en urbanist, wijlen, Bernardo Secchi en Paola Vigano die met hun intuïtieve, inductieve en tactiele methodiek aan het werk gaan.
Met zijn notitie- boekje kon Bernardo uren rondwandelen in de locatie die hij moest ontwerpen.
Bernardo Secchi was een grootmeester in het aanvoelen van de ziel van een plek en hoe die menselijk en sociaal optimaal zou kunnen functioneren.
Met Park Spoor Noord Is dit optimaal gelukt.
In 2005 wordt, na veel inspraakrondes, onder de leiding van Schepen Van Campenhout, begonnen met de aanleg van het Park.
Het Park functioneert vandaag spontaan en organisch als de uitlaatplek en ontmoetingsplaats voor de omliggende wijken waar sowieso te weinig groen is.
Bernardo en Paola kozen er bewust voor om er geen klassiek park van te maken maar vooral een sociale ontmoetingsplaats bij uitstek.
Om Bernardo te citeren: “ ons voornaamste idee is dat het Park een sociale ruimte is, een vrije ruimte die de inwoners kans geeft ervaringen op te doen en actief te zijn “
Zo vindt bijvoorbeeld elk jaar het gebeuren “ Couleur Sport” plaats waar de verschillende gemeenschappen van Antwerpen hun eigen cultuur en sport voorstellen.
Verder zegt Bernardo: “ de belangrijkste eigenschap van het Park Spoor Noord is zijn dimensie: een wijd en eenvoudig ontworpen grasveld doorkruist met paden die de verschillende buurten met elkaar en met het Park verbinden. Tuinen, sportvelden, doorzichtige bossen bieden plaats aan verschillende formele en informele sociale praktijken en definiëren meervoudige atmosferen “.
Voor sport, formeel en informeel is in het Park ook veel plaats.
Er werd een “ State of the Art” skatebowl aangelegd die veelvuldig gebruikt wordt.
Recent werd, in een gerenoveerde herstelloods SPRK (Spark) geopend.
Hier kan je komen skaten of skatelessen volgen, je kan lessen volgen aan de trapeze, begeleid door “Ell Circo D’Ell Fuego” of lessen volgen als begeleider van sportactiviteiten.
Park Spoor Noord is volledig in zijn missie geslaagd.
Het Park, groene long, verbindt wijken en mensen en laat hen genieten en formeel of informeel bewegen en sporten !

 

Lees meer

As Hoogstraat – Kloosterstraat

De levendige Hoogstraat loopt tussen de Grote Markt en de Sint- Jansvliet.
Oorspronkelijk “ Alta platea “ genaamd in 1232 en in 1305 de huidige naam Hoogstraat. De straat loopt over de landrug die afdaalt naar de vallei Suikerrui en Kaasrui. In de zestiende eeuw werden hier de belangrijkste lakenmarkten gehouden.
De eerste bebouwing stamt uit de dertiende eeuw maar een brand in 1443 verwoestte zowat alle huizen.
De huidige bebouwing is uniek in de zin dat ze zowat alle stijlen van de Antwerpse architectuur-geschiedenis vertegenwoordigt. De Hoogstraat is vandaag vooral een bruisende winkel-wandel as met een zeer rijk en divers aanbod van winkels.
In het verlengde van de Hoogstraat lopen we de Kloosterstraat in, bekend om zijn brocanterie-zaken en vintage-winkels.
Hier tref je ondermeer, het standbeeld van Peter de Grote, die in onze stad ondermeer, de bouw van schepen kwam bestuderen.
Een unieke as die ons van de Grote Markt naar het Zuid brengt .

As Hoogstraat – Kloosterstraat

De levendige Hoogstraat loopt tussen de Grote Markt en de Sint- Jansvliet.
Oorspronkelijk “ Alta platea “ genaamd in 1232 en in 1305 de huidige naam Hoogstraat. De straat loopt over de landrug die afdaalt naar de vallei Suikerrui en Kaasrui. In de zestiende eeuw werden hier de belangrijkste lakenmarkten gehouden.
De eerste bebouwing stamt uit de dertiende eeuw maar een brand in 1443 verwoestte zowat alle huizen.
De huidige bebouwing is uniek in de zin dat ze zowat alle stijlen van de Antwerpse architectuur-geschiedenis vertegenwoordigt. De Hoogstraat is vandaag vooral een bruisende winkel-wandel as met een zeer rijk en divers aanbod van winkels.
In het verlengde van de Hoogstraat lopen we de Kloosterstraat in, bekend om zijn brocanterie-zaken en vintage-winkels.
Hier tref je ondermeer, het standbeeld van Peter de Grote, die in onze stad ondermeer, de bouw van schepen kwam bestuderen.
Een unieke as die ons van de Grote Markt naar het Zuid brengt.

Theaterplein – Vogelenmarkt

Het Theaterplein is een populair plein en ontmoetingsplek geworden in  Antwerpen.

Beter bekend natuurlijk als dé Vogelenmarkt .

Het plein werd begrensd door de Maria Pijpelincxstraat, de Oudevaartplaats, de Nieuwstad en de Meistraat. Aan de noordzijde van het plein ligt de Stadsschouwburg Antwerpen.

Door de heraanleg onder impuls van toenmalig Schepen van Van Campenhout werd de straat In 2008  Nieuwstad opgeheven en kreeg de Horeca brede terrassen en daarvoor een idyllische hedendaagse stadstuin.

Vroeger lagen tussen de Oudevaartplaats en de Meistraat twee straten die nu verdwenen zijn: de Kanonstraat en de Bonte Mantelstraat. Het Theaterplein ontstond in de jaren 1970 door de afbraak van de daar gelegen huizenblokken, die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd waren geraakt. Op 28 oktober 1944, kort na de bevrijding van Antwerpen, werd de Bonte Mantelstraat getroffen door de inslag van een V2-raket. Daarbij vielen 71 doden en 81 gewonden en werd de hele buurt in puin gelegd.

In de jaren 1970 verrees de stadschouwburg op de open ruimte tussen Hopland, Maria Pijpelincxstraat, Meistraat en Kanonstraat, die gekend stond als het Oud Arsenaalplein. Voordien stonden op het plein het Arsenal de Construction en het klooster van de ongeschoeide karmelieten (discalsen).Ten zuiden van de schouwburg werd het Theaterplein aangelegd.

In 2004 tekent de vermaarde urbanistist Bernardo Secchi de plannen voor de heraanleg.

Hij maakt het plein intiemer door er een mooie glazen luifel op te plaatsen. Esthetisch en akoestisch een meerwaarde en het houdt een groot deel van de markt ook droog. Bovendien onttrekt de luifel het zicht op de Stadsschouwburg, niet onmiddellijk het mooiste gebouw van onze stad.

Het kunstwerk in het midden, in de volksmond ” de put” genaamd , verdwijnt omdat het de looplijnen en functioneren van het plein verhindert.

De heraanleg wordt een succes , de exotische markt op zaterdag en de markt op zondag bloeien meer dan ooit tevoren , net als de omliggende horeca-zaken .

Sporadisch vinden onder de luifel stadsevenementen plaats.

Na de horizontale heraanleg volgen private ontwikkelaars met het verticale deel. Tal van panden worden verbouwd of nieuwgebouwd waardoor het Theaterplein , vlakbij het Stadspark en de Meir , een unieke plek wordt om te wonen .

Lees meer

Theaterplein – Vogelenmarkt

 

Het Theaterplein is een populair plein en ontmoetingsplek geworden in  Antwerpen.

Beter bekend natuurlijk als dé Vogelenmarkt .

Het plein werd begrensd door de Maria Pijpelincxstraat, de Oudevaartplaats, de Nieuwstad en de Meistraat. Aan de noordzijde van het plein ligt de Stadsschouwburg Antwerpen.

Door de heraanleg onder impuls van toenmalig Schepen van Van Campenhout werd de straat In 2008  Nieuwstad opgeheven en kreeg de Horeca brede terrassen en daarvoor een idyllische hedendaagse stadstuin.

Vroeger lagen tussen de Oudevaartplaats en de Meistraat twee straten die nu verdwenen zijn: de Kanonstraat en de Bonte Mantelstraat. Het Theaterplein ontstond in de jaren 1970 door de afbraak van de daar gelegen huizenblokken, die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd waren geraakt. Op 28 oktober 1944, kort na de bevrijding van Antwerpen, werd de Bonte Mantelstraat getroffen door de inslag van een V2-raket. Daarbij vielen 71 doden en 81 gewonden en werd de hele buurt in puin gelegd.

In de jaren 1970 verrees de stadschouwburg op de open ruimte tussen Hopland, Maria Pijpelincxstraat, Meistraat en Kanonstraat, die gekend stond als het Oud Arsenaalplein. Voordien stonden op het plein het Arsenal de Construction en het klooster van de ongeschoeide karmelieten (discalsen).Ten zuiden van de schouwburg werd het Theaterplein aangelegd.

In 2004 tekent de vermaarde urbanistist Bernardo Secchi de plannen voor de heraanleg.

Hij maakt het plein intiemer door er een mooie glazen luifel op te plaatsen. Esthetisch en akoestisch een meerwaarde en het houdt een groot deel van de markt ook droog. Bovendien onttrekt de luifel het zicht op de Stadsschouwburg, niet onmiddellijk het mooiste gebouw van onze stad.

Het kunstwerk in het midden, in de volksmond ” de put” genaamd , verdwijnt omdat het de looplijnen en functioneren van het plein verhindert.

De heraanleg wordt een succes , de exotische markt op zaterdag en de markt op zondag bloeien meer dan ooit tevoren , net als de omliggende horeca-zaken .

Sporadisch vinden onder de luifel stadsevenementen plaats.

Na de horizontale heraanleg volgen private ontwikkelaars met het verticale deel. Tal van panden worden verbouwd of nieuwgebouwd waardoor het Theaterplein , vlakbij het Stadspark en de Meir , een unieke plek wordt om te wonen.

 

Lees meer

Grote Markt

De Grote Markt van Antwerpen, rijke geschiedenis.

De Grote Markt is het hart van het historisch centrum. Morfologisch opgebouwd volgens de typische driehoekige Frankische vorm, droeg het plein aanvankelijk de naam “Merct”. Daarna wordt het Grote Markt genoemd om verwarring met de Kleine Markt aan de Kammenstraat te vermijden. In 1220 wordt de grond geschonken door Hertog Hendrik 1 aan de stad. Hier vinden ook belangrijke jaarmarkten plaats. Het plein zal mee evolueren met de groei en welvaart van Antwerpen. Vandaag vindt u hier vele bloeiende Horeca-zaken met monumenten als “Den Engel” en “Den Bengel”. De blikvangers zijn natuurlijk in de eerste plaats het stadhuis, de gildenhuizen, Brabo en de Buildrager, dit allemaal in de schaduw van de Kathedraal. Het stadhuis dateert van 1564 , opgeleverd in 1565 en weerspiegelt de welvaart van onze Stad in de zestiende eeuw. Rijke stad, arme overheid ( weinig veranderd ) dus er moest geleend worden. De terugbetaling gebeurde ondermeer van de winkels die in de zuilen op het gelijkvloers verhuurd werden ( na de renovatie zullen hier terug winkeltjes komen). Vandaar ook het Schoon Verdiep dat als ontvangstruimte op de eerste verdieping ligt.

In 2015, 450 na de oprichting, werd er bijzondere blijvende sfeerverlichting aangebracht en in 2017 werd gestart met de renovatie.
Een werk van jaren omdat het met minutieus respect wordt uitgevoerd voor de monumentale waarde en er regelmatig unieke archeologische vondsten gedaan worden.
De gildenhuizen reflecteren ook de bloeiende periode die onze stad in het bijzonder in de zestiende eeuw kende.
Let wel, veel van de gevels zijn reconstructie omdat er veel beschadigd en afgebrand is in het bijzonder tijdens de Spaanse furie.
In 1576 zouden Spaanse soldaten en huurlingen ( die al jaren niet betaald waren ) vanuit de citadel ( op het Zuid) oprukken naar de Grote Markt.
Gilden en burgers zouden heftig verzet bieden maar de overmacht was te groot .
Het laatste bastion was het Stadhuis van waaruit de muiters met succes beschoten werden, tot enkele van hen er in slaagden het Stadhuis in brand te steken.
Gevolg was dat tientallen huizen in de buurt mee afbrandden.
De muiters zouden nog dagen plunderend, rovend en verkrachtend door de Stad trekken, 10.000 burgers vermoorden waaronder de helft van het Schepencollege.
Een plakkaat in de inkomhal van het Stadhuis herinnert nog ( in het Latijn ) aan deze schandelijke episode.
Speciale anekdote: met de Blijde intrede van Koning Boudewijn en de Spaanse Koningin Fabiola vreesde het toenmalig College dat één van beiden zou vragen wat de betekenis van de plakkaat was. Men is dus ook zoek gegaan naar de langste hostessen om de plakkaat aan het zicht te onttrekken.
Ander icoon is Brabo, het standbeeld in het midden van de Grote Markt. Hier geplaatst einde negentiende eeuw van de hand van beeldhouwer Jef Lambeaux.
Het beeld verwijst naar de legende van de Romeinse soldaat Silvius Brabo die de hand afhakte van de Reus Druon Antigoon. Vandaar de etymologische ( volgens de legende ) verklaring van de naam “ Hand te werpen “, Antwerpen.
Ook hier een bijzondere anekdote, het beeld klopt immers anatomisch niet.
Brabo gooit met zijn rechterhand steunend op zijn rechterbeen wat een onnatuurlijke houding is. Het beeld was echter al gegoten, en betaald, dus het college liet het daar maar bij.
Trouwens, niemand die het opvalt ….
Een ander icoon is de “Buildrager” ( en niet Buideldrager zoals het beeld vaak verkeerdelijk wordt aangeduid ).
Buil is een vernederlandsing van het Engelse “Bale “, de balen katoen die dokwerkers moesten sjouwen.
Het beeld is dan ook een eerbetoon aan de Antwerpse dokwerkers, hardwerkendste van de wereld, staat nu tijdelijk op het Eilandje maar zou na de renovatie van het Stadhuis terug naar zijn oorspronkelijke plek komen.

 

Lees meer

Grote Markt

De Grote Markt van Antwerpen, rijke geschiedenis.

De Grote Markt is het hart van het historisch centrum. Morfologisch opgebouwd volgens de typische driehoekige Frankische vorm, droeg het plein aanvankelijk de naam “Merct”. Daarna wordt het Grote Markt genoemd om verwarring met de Kleine Markt aan de Kammenstraat te vermijden. In 1220 wordt de grond geschonken door Hertog Hendrik 1 aan de stad. Hier vinden ook belangrijke jaarmarkten plaats. Het plein zal mee evolueren met de groei en welvaart van Antwerpen. Vandaag vindt u hier vele bloeiende Horeca-zaken met monumenten als “Den Engel” en “Den Bengel”. De blikvangers zijn natuurlijk in de eerste plaats het stadhuis, de gildenhuizen, Brabo en de Buildrager, dit allemaal in de schaduw van de Kathedraal. Het stadhuis dateert van 1564 , opgeleverd in 1565 en weerspiegelt de welvaart van onze Stad in de zestiende eeuw. Rijke stad, arme overheid ( weinig veranderd ) dus er moest geleend worden. De terugbetaling gebeurde ondermeer van de winkels die in de zuilen op het gelijkvloers verhuurd werden ( na de renovatie zullen hier terug winkeltjes komen). Vandaar ook het Schoon Verdiep dat als ontvangstruimte op de eerste verdieping ligt.

In 2015, 450 na de oprichting, werd er bijzondere blijvende sfeerverlichting aangebracht en in 2017 werd gestart met de renovatie.
Een werk van jaren omdat het met minutieus respect wordt uitgevoerd voor de monumentale waarde en er regelmatig unieke archeologische vondsten gedaan worden.
De gildenhuizen reflecteren ook de bloeiende periode die onze stad in het bijzonder in de zestiende eeuw kende.
Let wel, veel van de gevels zijn reconstructie omdat er veel beschadigd en afgebrand is in het bijzonder tijdens de Spaanse furie.
In 1576 zouden Spaanse soldaten en huurlingen ( die al jaren niet betaald waren ) vanuit de citadel ( op het Zuid) oprukken naar de Grote Markt.
Gilden en burgers zouden heftig verzet bieden maar de overmacht was te groot .
Het laatste bastion was het Stadhuis van waaruit de muiters met succes beschoten werden, tot enkele van hen er in slaagden het Stadhuis in brand te steken.
Gevolg was dat tientallen huizen in de buurt mee afbrandden.
De muiters zouden nog dagen plunderend, rovend en verkrachtend door de Stad trekken, 10.000 burgers vermoorden waaronder de helft van het Schepencollege.
Een plakkaat in de inkomhal van het Stadhuis herinnert nog ( in het Latijn ) aan deze schandelijke episode.
Speciale anekdote: met de Blijde intrede van Koning Boudewijn en de Spaanse Koningin Fabiola vreesde het toenmalig College dat één van beiden zou vragen wat de betekenis van de plakkaat was. Men is dus ook zoek gegaan naar de langste hostessen om de plakkaat aan het zicht te onttrekken.
Ander icoon is Brabo, het standbeeld in het midden van de Grote Markt. Hier geplaatst einde negentiende eeuw van de hand van beeldhouwer Jef Lambeaux.
Het beeld verwijst naar de legende van de Romeinse soldaat Silvius Brabo die de hand afhakte van de Reus Druon Antigoon. Vandaar de etymologische ( volgens de legende ) verklaring van de naam “ Hand te werpen “, Antwerpen.
Ook hier een bijzondere anekdote, het beeld klopt immers anatomisch niet.
Brabo gooit met zijn rechterhand steunend op zijn rechterbeen wat een onnatuurlijke houding is. Het beeld was echter al gegoten, en betaald, dus het college liet het daar maar bij.
Trouwens, niemand die het opvalt ….
Een ander icoon is de “Buildrager” ( en niet Buideldrager zoals het beeld vaak verkeerdelijk wordt aangeduid ).
Buil is een vernederlandsing van het Engelse “Bale “, de balen katoen die dokwerkers moesten sjouwen.
Het beeld is dan ook een eerbetoon aan de Antwerpse dokwerkers, hardwerkendste van de wereld, staat nu tijdelijk op het Eilandje maar zou na de renovatie van het Stadhuis terug naar zijn oorspronkelijke plek komen.

 

Lees meer

Zurenborg

Zurenborg, van 1 grote hoeve tot hippe stadsbuurt en uniek eclectisch architecturaal avontuur.
Zurenborg is vandaag een hippe buurt met als kloppend hart de bruisende Dageraadplaats met uiterst sfeervolle Horeca.
De wijk staat bekend om zijn gezellige pleinen en prachtige woonstraten met statige herenhuizen.
De wijk werd gepland en gebouwd aan het einde van de negentiende eeuw en, vrij uitzonderlijk, volgens een urbanistisch en architecturale coherente visie.

Na de tweede Wereldoorlog  kwam de wijk door de stadsvlucht In verval.
Maar in de jaren zeventig werd deze parel opnieuw ontdekt door een avant-garde van kunstenaars, intellectuelen en zogenaamde “ alternatievelingen “.

De wijk leefde opnieuw op en is een voorbeeld van een wijk waar mensen van verschillende achtergronden harmonieus samenleven.

De Dageraadplaats is het levendige centrum waar naast volle terrassen kinderen genieten van het gezellige plein.

Maar ook de Draakplaats is een plein het “beleven” waard. Hier vinden we het Roze Huis terug, de thuisbasis van de LGBT-gemeenschap. Antwerpen heeft trouwens een gevestigde traditie in de promotie en verdediging van LGBT-rechten. Iets verderop vinden we een wel zeer markante straat, de Cogels-Osylei.

De ontwikkeling van deze straat liep parallel met de opkomst van bouwstijlen als Jugendstil, art Nouveau, neoclassicisme en eclectische stijlen. Het geheel is een paradoxale eclectische harmonieuze ontwikkeling geworden waar zowat elk huis een architecturale parel is. Toeristen van over heel de wereld komen deze straat en haar huizen dan ook bewonderen.

U merkt het, Zurenborg is een bezoek meer dan waard. Om te proeven van het lekkers op de terrassen, te genieten van de pleinen en het unieke architecturale kader !

 

Lees verder

Zurenborg

 

Zurenborg, van 1 grote hoeve tot hippe stadsbuurt en uniek eclectisch architecturaal avontuur.
Zurenborg is vandaag een hippe buurt met als kloppend hart de bruisende Dageraadplaats met uiterst sfeervolle Horeca.
De wijk staat bekend om zijn gezellige pleinen en prachtige woonstraten met statige herenhuizen.
De wijk werd gepland en gebouwd aan het einde van de negentiende eeuw en, vrij uitzonderlijk, volgens een urbanistisch en architecturale coherente visie.

Na de tweede Wereldoorlog  kwam de wijk door de stadsvlucht In verval.
Maar in de jaren zeventig werd deze parel opnieuw ontdekt door een avant-garde van kunstenaars, intellectuelen en zogenaamde “ alternatievelingen “.

De wijk leefde opnieuw op en is een voorbeeld van een wijk waar mensen van verschillende achtergronden harmonieus samenleven.

De Dageraadplaats is het levendige centrum waar naast volle terrassen kinderen genieten van het gezellige plein.

Maar ook de Draakplaats is een plein het “beleven” waard. Hier vinden we het Roze Huis terug, de thuisbasis van de LGBT-gemeenschap. Antwerpen heeft trouwens een gevestigde traditie in de promotie en verdediging van LGBT-rechten. Iets verderop vinden we een wel zeer markante straat, de Cogels-Osylei.

De ontwikkeling van deze straat liep parallel met de opkomst van bouwstijlen als Jugendstil, art Nouveau, neoclassicisme en eclectische stijlen. Het geheel is een paradoxale eclectische harmonieuze ontwikkeling geworden waar zowat elk huis een architecturale parel is. Toeristen van over heel de wereld komen deze straat en haar huizen dan ook bewonderen.

U merkt het, Zurenborg is een bezoek meer dan waard. Om te proeven van het lekkers op de terrassen, te genieten van de pleinen en het unieke architecturale kader !

 

Lees verder

Het Mechelseplein – Sint Jorispoort 

Het Mechelseplein is een gezellig plein in het centrum van Antwerpen en vooral bekend voor iconische cafés als de Boer van Tienen, kapitein Zeppos en vele anderen.

Het cultureel gehalte wordt bepaald door de aanwezige van de studio Herman Teirlinck op het plein.

Aan de andere zijde vinden we de Antwerp Management School terug in mooi gerenoveerde historische gebouwen.

Het standbeeld van de vermaarde Antwerpse schrijver Willem Elsschot overschouwt het plein.

Vanaf het plein kan je via de toegangspoort tot het congresgebouw Elzenveld doorsteken naar de Leopoldstraat en “den botanieken hof” en verder door naar het Theaterplein.

In het verlengde van het plein vind je de Sint Jorispoort waar elke zaak “stijl ademt“.

In deze straat vind je winkels die anders zijn de mainstream fashion ketens maar veeleer authentieke zaken van selvedge denim tot een paar designerpumps.

Je treft hier een charmante mix aan van historische winkelpanden, antiquairs, vintage shops, leuke restaurantjes en gezellige cafés. Een straat met een hoog gehalte aan authenticiteit dus !

 

Lees meer

Het Mechelseplein – Sint Jorispoort 

Het Mechelseplein is een gezellig plein in het centrum van Antwerpen en vooral bekend voor iconische cafés als de Boer van Tienen, kapitein Zeppos en vele anderen.

Het cultureel gehalte wordt bepaald door de aanwezige van de studio Herman Teirlinck op het plein.

Aan de andere zijde vinden we de Antwerp Management School terug in mooi gerenoveerde historische gebouwen.

Het standbeeld van de vermaarde Antwerpse schrijver Willem Elsschot overschouwt het plein.

Vanaf het plein kan je via de toegangspoort tot het congresgebouw Elzenveld doorsteken naar de Leopoldstraat en “den botanieken hof” en verder door naar het Theaterplein.

In het verlengde van het plein vind je de Sint Jorispoort waar elke zaak “stijl ademt“.

In deze straat vind je winkels die anders zijn de mainstream fashion ketens maar veeleer authentieke zaken van selvedge denim tot een paar designerpumps.

Je treft hier een charmante mix aan van historische winkelpanden, antiquairs, vintage shops, leuke restaurantjes en gezellige cafés. Een straat met een hoog gehalte aan authenticiteit dus !

 

Lees meer

Sint Andries

Sint Andries, “ parochie van miserie “

Sint Andries is gelegen aan de Scheldekaaien achter de Sint Michielskaai en de Plantinkaai.

In het oosten begrensd door de theaterbuurt, de historische binnenstad in het noorden en het Zuid in het zuiden.

De grenzen zijn de Sint Jansvliet en Steenhouwersvest in het noorden, de Kammenstraat, de Kleine Markt, de Bredestraat en de Begijnenstraat in het oosten en de Kronenburgstraat en de Scheldestraat in het zuiden.

Er wonen ongeveer een dikke 6000 mensen.

Het sociale centrum is de coSTA, gelegen op de Sint Andriesplaats.

Elk jaar wordt er een Sint Andriesrun georganiseerd.

De wijk heeft als bijnaam de “parochie van miserie “ omwille van de armzalige leefomstandigheden in het verleden.

De wijk had in het verleden een hoge bevolkingsdichtheid. Iedereen woonde kort op elkaar met grote gezinnen in één kamer en oude en ongezonde krotten als woning.

Er woonden kramers, winkeliers, ambachtslieden arbeiders, leurders en vooral ook veel scheepslui en dokwerkers.

Bij de crisis van de jaren dertig begint reeds de ontvolking van de wijk maar wanneer in de jaren vijftig en zestig de haven opschuift naar het noorden is de ontvolking compleet. Ook in de jaren 70 en 80 ontvolkt de wijk verder.

De woonfunctie begint zich in de jaren negentig terug te herstellen door herwaardering en sociale huisvestingsprojecten. Ook beginnen veel, vaak jonge gezinnen, de charme van de buurt te ontdekken en er ontstaat een positieve inflow ( sommige spreken zelfs al van gentrificatie ).

De bouw van de jeugdherberg op het Bogaardeplein geeft een extra impuls net als de inplanting van de Hogeschoolcampus in de Nationalestraat.

De Nationalestraat die trouwens opleeft dankzij de mode en vandaag een gezellige winkelstraat is met een zeer divers aanbod zonder leegstand. Ook de heraanleg van het Muntplein als publiek plein in de plaats van bebouwing, na een jarenlange strijd van de bewoners, geeft extra zuurstof aan de wijk.

Het religieuze hart van de wijk is de Sint Andrieskerk met de wat excentrieke en charismatische priester Mannaerts.

Maar ook de Draakplaats is een plein het “beleven” waard. Hier vinden we het Roze Huis terug, de thuisbasis van de LGBT-gemeenschap. Antwerpen heeft trouwens een gevestigde traditie in de promotie en verdediging van LGBT rechten. Iets verderop vinden we een wel zeer markante straat, de Cogels-Osylei.

De ontwikkeling van deze straat liep parallel met de opkomst van bouwstijlen als Jugendstil, art Nouveau, neoclassicisme en eclectische stijlen. Het geheel is een paradoxale eclectische harmonieuze ontwikkeling geworden waar zowat elk huis een architecturale parel is. Toeristen van over heel de wereld komen deze straat en haar huizen dan ook bewonderen.

U merkt het, Zurenborg is een bezoek meer dan waard. Om te proeven van het lekkers op de terrassen, te genieten van de pleinen en het unieke architecturale kader !

 

Lees verder

Sint Andries

 

Sint Andries, “ parochie van miserie “

Sint Andries is gelegen aan de Scheldekaaien achter de Sint Michielskaai en de Plantinkaai.

In het oosten begrensd door de theaterbuurt, de historische binnenstad in het noorden en het Zuid in het zuiden.

De grenzen zijn de Sint Jansvliet en Steenhouwersvest in het noorden, de Kammenstraat, de Kleine Markt, de Bredestraat en de Begijnenstraat in het oosten en de Kronenburgstraat en de Scheldestraat in het zuiden.

Er wonen ongeveer een dikke 6000 mensen.

Het sociale centrum is de coSTA, gelegen op de Sint Andriesplaats.

Elk jaar wordt er een Sint Andriesrun georganiseerd.

De wijk heeft als bijnaam de “parochie van miserie “ omwille van de armzalige leefomstandigheden in het verleden.

De wijk had in het verleden een hoge bevolkingsdichtheid. Iedereen woonde kort op elkaar met grote gezinnen in één kamer en oude en ongezonde krotten als woning.

Er woonden kramers, winkeliers, ambachtslieden arbeiders, leurders en vooral ook veel scheepslui en dokwerkers.

Bij de crisis van de jaren dertig begint reeds de ontvolking van de wijk maar wanneer in de jaren vijftig en zestig de haven opschuift naar het noorden is de ontvolking compleet. Ook in de jaren 70 en 80 ontvolkt de wijk verder.

De woonfunctie begint zich in de jaren negentig terug te herstellen door herwaardering en sociale huisvestingsprojecten. Ook beginnen veel, vaak jonge gezinnen, de charme van de buurt te ontdekken en er ontstaat een positieve inflow ( sommige spreken zelfs al van gentrificatie ).

De bouw van de jeugdherberg op het Bogaardeplein geeft een extra impuls net als de inplanting van de Hogeschoolcampus in de Nationalestraat.

De Nationalestraat die trouwens opleeft dankzij de mode en vandaag een gezellige winkelstraat is met een zeer divers aanbod zonder leegstand. Ook de heraanleg van het Muntplein als publiek plein in de plaats van bebouwing, na een jarenlange strijd van de bewoners, geeft extra zuurstof aan de wijk.

Het religieuze hart van de wijk is de Sint Andrieskerk met de wat excentrieke en charismatische priester Mannaerts.

Maar ook de Draakplaats is een plein het “beleven” waard. Hier vinden we het Roze Huis terug, de thuisbasis van de LGBT-gemeenschap. Antwerpen heeft trouwens een gevestigde traditie in de promotie en verdediging van LGBT rechten. Iets verderop vinden we een wel zeer markante straat, de Cogels-Osylei.

De ontwikkeling van deze straat liep parallel met de opkomst van bouwstijlen als Jugendstil, art Nouveau, neoclassicisme en eclectische stijlen. Het geheel is een paradoxale eclectische harmonieuze ontwikkeling geworden waar zowat elk huis een architecturale parel is. Toeristen van over heel de wereld komen deze straat en haar huizen dan ook bewonderen.

U merkt het, Zurenborg is een bezoek meer dan waard. Om te proeven van het lekkers op de terrassen, te genieten van de pleinen en het unieke architecturale kader !

 

Lees verder

Klein Antwerpen

De Belgiëlei vormt de grens met Haringrode in het zuiden. De Mechelsesteenweg is de westgrens en in het noorden de Maria Henriettalei ( vroeger Herentalsevaart ) en de Plantin Moretuslei ten westen van de spoorweg de noordgrens.
De wijk is eigenlijk het zuidelijk deel van de wijk Diamant-Stadspark.

De wijk heeft een actieve buurtvereniging onder de naam “ Klein Antwerpen vzw”.

De wijk wordt gekenmerkt door een diversiteit aan bouwstijlen, negentiende eeuws, vroeg twintigste eeuw en actueel.

Het meest in het oog springende, iconische gebouw is het appartementsgebouw “ Résidence Isabelle” op de hoek van de Lange Leemstraat en de Isabellalei.
Het was één van de eerste Antwerpse “ wolkenkrabbers “.
Het gebouw is zowat het icoon geworden van de buurt.

Andere markante gebouwen zijn ondermeer het Karel Cuypershuis aan de Lange Leemstraat  en het Sint-Vincentius ziekenhuis.

Klein Antwerpen

De Belgiëlei vormt de grens met Haringrode in het zuiden. De Mechelsesteenweg is de westgrens en in het noorden de Maria Henriettalei ( vroeger Herentalsevaart ) en de Plantin Moretuslei ten westen van de spoorweg de noordgrens.
De wijk is eigenlijk het zuidelijk deel van de wijk Diamant-Stadspark.

De wijk heeft een actieve buurtvereniging onder de naam “ Klein Antwerpen vzw”.

De wijk wordt gekenmerkt door een diversiteit aan bouwstijlen, negentiende eeuws, vroeg twintigste eeuw en actueel.

Het meest in het oog springende, iconische gebouw is het appartementsgebouw “ Résidence Isabelle” op de hoek van de Lange Leemstraat en de Isabellalei.
Het was één van de eerste Antwerpse “ wolkenkrabbers “.
Het gebouw is zowat het icoon geworden van de buurt.

Andere markante gebouwen zijn ondermeer het Karel Cuypershuis aan de Lange Leemstraat  en het Sint-Vincentius ziekenhuis.

Nieuw Zuid

Nieuw Zuid is een nieuwe duurzame wijk gelegen langs de Scheldekaaien, het “klassieke” Zuid en Hoboken.

Deze wijk wordt gebouwd op een, voormalig overwoekerd spoorwegemplacement en ontwikkeld volgens de meest recente duurzame technieken en met maximale groenvoorziening.

Tegelijkertijd worden hier ook de Scheldekaaien heraangelegd.

“ Wonen tussen Schelde en park dus “.

De bouw van het nieuwe Justitiepaleis was een belangrijke trekker en de Bank van Breda vormde een cruciale pioniersrol door het voormalige station authentiek te renoveren en hier In 2006 haar hoofdkantoor te plaatsen.

Er komen meer dan 2000 woningen tegen 2025, er is ruimte voor publieke gebouwen zoals een school ( met sporthal) en er komt een groot park.

Een ondergronds warmtenet verbindt de woningen, zo hebben bewoners geen eigen verwarmingsinstallaties meer nodig.

Zo wordt de wijk en ook een aantal bestaande gebouwen aan de rand op duurzame wijze verwarmd. De Scheldekaaien worden er een mooi parkgebied, een plaats om te genieten en te ontspannen.

 

Lees verder

Nieuw Zuid

 

Nieuw Zuid is een nieuwe duurzame wijk gelegen langs de Scheldekaaien, het “klassieke” Zuid en Hoboken.

Deze wijk wordt gebouwd op een, voormalig overwoekerd spoorwegemplacement en ontwikkeld volgens de meest recente duurzame technieken en met maximale groenvoorziening.

Tegelijkertijd worden hier ook de Scheldekaaien heraangelegd.

“ Wonen tussen Schelde en park dus “.

De bouw van het nieuwe Justitiepaleis was een belangrijke trekker en de Bank van Breda vormde een cruciale pioniersrol door het voormalige station authentiek te renoveren en hier In 2006 haar hoofdkantoor te plaatsen.

Er komen meer dan 2000 woningen tegen 2025, er is ruimte voor publieke gebouwen zoals een school ( met sporthal) en er komt een groot park.

Een ondergronds warmtenet verbindt de woningen, zo hebben bewoners geen eigen verwarmingsinstallaties meer nodig.

Zo wordt de wijk en ook een aantal bestaande gebouwen aan de rand op duurzame wijze verwarmd. De Scheldekaaien worden er een mooi parkgebied, een plaats om te genieten en te ontspannen.

 

Lees verder

De Wilde Zee

De Wilde Zee, pittoreske winkelzone

De Wilde Zee is een uiterst gezellige winkelzone in het hart van Antwerpen.

De zone bestaat uit vijf autovrije straten zijnde de Korte Gasthuisstraat, de Lombardenvest, de Wiegstraat, de Groendalstraat en de Schrijnwerkerstraat.

Er is ook een winkelgalerij “ de Nieuwe Gaanderij.

De Wilde Zee ligt tussen de Meir aan de ene kant en de Huidevetterstraat en de Lange Gasthuisstraat en de Oudaan ( die zich ook ontwikkelen als winkelas) aan de andere kant.

Je vindt hier een unieke mix aan kleinschalige winkeltjes van mode ( casual of juist zeer chic ), gespecialiseerde voedingswinkels, delicatessen, bijzondere huishoudartikelen, modeaccessoires enzovoort.

De naam “ Wilde Zee” is in de volksmond gegroeid omdat onder het centrale pleintje vroeger verschillende riolen en ruien samenkwamen.

De Wilde Zee

De Wilde Zee, pittoreske winkelzone

De Wilde Zee is een uiterst gezellige winkelzone in het hart van Antwerpen.

De zone bestaat uit vijf autovrije straten zijnde de Korte Gasthuisstraat, de Lombardenvest, de Wiegstraat, de Groendalstraat en de Schrijnwerkerstraat.

Er is ook een winkelgalerij “ de Nieuwe Gaanderij.

De Wilde Zee ligt tussen de Meir aan de ene kant en de Huidevetterstraat en de Lange Gasthuisstraat en de Oudaan ( die zich ook ontwikkelen als winkelas) aan de andere kant.

Je vindt hier een unieke mix aan kleinschalige winkeltjes van mode ( casual of juist zeer chic ), gespecialiseerde voedingswinkels, delicatessen, bijzondere huishoudartikelen, modeaccessoires enzovoort.

De naam “ Wilde Zee” is in de volksmond gegroeid omdat onder het centrale pleintje vroeger verschillende riolen en ruien samenkwamen.

Brederode

De wijk Brederode is het zuidoostelijk deel van het Zuid.
Begrensd door de Singel, de Amerikalei en de Anselmostraat.

Centraal loopt de Brederodestraat.

In deze wijk vindt je verschillende scholen en kinderdagverblijven terug en ook het administratief Centrum van de stadsdiensten  in de voormalige kantoren van den Bell.

In straten zoals bijvoorbeeld de Paleisstraat, Justitiestraat, Sanderusstraat En degelijke vindt je mooie herenhuizen terug en ook een markant hotel.

Brederode is een multiculturele wijk geworden en er wonen relatief veel mensen van Turkse afkomst.

In de Brederodestraat vind je veel Turkse winkels waar je zeer betaalbaar groenten kan kopen of uw haar laten knippen.

Het nieuwe Justitie-Paleis en de heraanleg van de Leien brachten een positieve impuls en jonge tweeverdieners trekken opnieuw naar de wijk.

Ook de renovatie van het voormalige Justitie- Paleis aan de andere kant met de vestiging van het Hof van Beroep zal een extra positieve impuls aan de buurt geven.

 

Lees verder

Brederode

 

De wijk Brederode is het zuidoostelijk deel van het Zuid.
Begrensd door de Singel, de Amerikalei en de Anselmostraat.

Centraal loopt de Brederodestraat.

In deze wijk vindt je verschillende scholen en kinderdagverblijven terug en ook het administratief Centrum van de stadsdiensten  in de voormalige kantoren van den Bell.

In straten zoals bijvoorbeeld de Paleisstraat, Justitiestraat, Sanderusstraat En degelijke vindt je mooie herenhuizen terug en ook een markant hotel.

Brederode is een multiculturele wijk geworden en er wonen relatief veel mensen van Turkse afkomst.

In de Brederodestraat vind je veel Turkse winkels waar je zeer betaalbaar groenten kan kopen of uw haar laten knippen.

Het nieuwe Justitie-Paleis en de heraanleg van de Leien brachten een positieve impuls en jonge tweeverdieners trekken opnieuw naar de wijk.

Ook de renovatie van het voormalige Justitie- Paleis aan de andere kant met de vestiging van het Hof van Beroep zal een extra positieve impuls aan de buurt geven.

 

Lees verder

Haringrode

Haringrode is etymologische afkomstig Van de toponiemen “hering” ( vrijplaats ) en “rode” wat naar gerooide grond verwijst.
De Boomgaardstraat is in het zuiden de grens met het district Berchem.
In het Westen is de grens de Mechelsesteenweg met de brouwerij de Koninck, nu prachtig gerenoveerd tot een uniek bier-belevingscentrum met tal van kwaliteitszaken.
In het noorden is de Belgiëlei de grens met Klein-Antwerpen.
Het voormalige Militair Hospitaal werd door de stad, in nauw overleg met de buurt, herontwikkeld tot het “ Groen kwartier.

Een urbanistisch doordachte groene, duurzame en harmonieuze woonoase.
Hier vindt je ook het befaamde restaurant “ the Jane” terug.

Verder tref je in Haringrode verschillende markante negentiende en vroeg twintigste eeuwse gebouwen terug.

Haringrode

 

Haringrode is etymologische afkomstig Van de toponiemen “hering” ( vrijplaats ) en “rode” wat naar gerooide grond verwijst.
De Boomgaardstraat is in het zuiden de grens met het district Berchem.
In het Westen is de grens de Mechelsesteenweg met de brouwerij de Koninck, nu prachtig gerenoveerd tot een uniek bier-belevingscentrum met tal van kwaliteitszaken.
In het noorden is de Belgiëlei de grens met Klein-Antwerpen.
Het voormalige Militair Hospitaal werd door de stad, in nauw overleg met de buurt, herontwikkeld tot het “ Groen kwartier.

Een urbanistisch doordachte groene, duurzame en harmonieuze woonoase.
Hier vindt je ook het befaamde restaurant “ the Jane” terug.

Verder tref je in Haringrode verschillende markante negentiende en vroeg twintigste eeuwse gebouwen terug.

Den Dam

Het spoorwegemplacement, nu Park Spoor noord sneed vroeger de Damwijk ( inclusief de Slachthuiswijk af van de Seefhoek en het Eilandje.
De wijk was hierdoor morfologisch zeer geïsoleerd.
De nabije dokken, zoals het verdwenen Noordschippersdok en het Lobroekdok zorgden voor een industriele invulling en een bescheiden profiel van bevolking.

De naam is etymologisch afkomstig van de oude Dam die historisch vanuit het centrum naar de oude wijk Dambrugge liep
( verdwenen bij de aanleg van het Albertkanaal).

De Dam kwam tot ontwikkeling toen in 1811 met het aanleggen van de Spaanse wallen werd gestart met grond van de nieuw uitgegraven dokken om een bescherming op te werpen tegen een overstroming van het Schijn.

Vroeger werd de wijk vooral bewoond door havenarbeiders maar momenteel is het een zeer multiculturele wijk.

In veel oude fabriekspanden worden residentiële ontwikkelingen gerealiseerd zoals bijvoorbeeld aan de Ijzerlaan.

 

De Ijzerlaanbrug, die Merksem met den Dam verbindt, is afgebroken en tussen Albertkanaal en de Noorderlaan is nu een waterpartij aangelegd. De wijk wordt in het noorden begrensd door de industriezone aan het Albertkanaal, in het westen door het Asiadok, in het zuiden door Spoor Noord en in het Oosten door het Lobroekdok.

Een extra fysieke verbinding tussen de Slachthuiswijk en Park Spoor Noord Is aangelegd via een tunnel In de Demerstraat. De spoorweg snijdt de Damwijk wel af van de aanpalende Seefhoek.

In het verleden werd aan de parochiekerk Sint Lambertus sociale woningbouw ingepland. De slachterijbuurt en Schijnpoort zijn wat afgelegen maar horen ook bij den Dam.
In deze buurt liet de rijke burgerij huizen bouwen ontworpen door ondermeer meester Jacques De Weerdt.

Tussen 1860 en 1910 werden volop, parken, pleinen, scholen, ziekenhuizen, magazijnen en dokken aangelegd. De woningen werden vooral gebouwd voor meer gegoede burgers en mensen die werkten in de haven en economie Veel woningen hadden echter ook een pover wooncomfort -en hygiëne.

Ook de Slachterij werd gebouwd. De gesloten slachterij- site zal ontwikkeld worden tot groene residentiële wijk. Het station Antwerpen-Dam, waar de HSL ongeveer terug bovenkomt, werd gebouwd in 1892.

Opmerkelijk is dat dit gebouw in zijn geheel verplaatst werd in 1907. Sinds 1996 is het een beschermd monument. Aan het station vindt je het Damplein terug.

Een gezellig pleintje met een basketbalplein en vol gezellige cafeetjes met terrasjes en ook een discotheek. Op de kop vindt je een nieuwbouw uit 2007 en aan de overkant aan de kop van Spoor Noord tref je ook nieuwe woningen aan ( ondermeer in een oud magazijn), kinderopvang en een school.

 

Lees verder

Den Dam

 

Het spoorwegemplacement, nu Park Spoor noord sneed vroeger de Damwijk ( inclusief de Slachthuiswijk af van de Seefhoek en het Eilandje.
De wijk was hierdoor morfologisch zeer geïsoleerd.
De nabije dokken, zoals het verdwenen Noordschippersdok en het Lobroekdok zorgden voor een industriele invulling en een bescheiden profiel van bevolking.

De naam is etymologisch afkomstig van de oude Dam die historisch vanuit het centrum naar de oude wijk Dambrugge liep
( verdwenen bij de aanleg van het Albertkanaal).

De Dam kwam tot ontwikkeling toen in 1811 met het aanleggen van de Spaanse wallen werd gestart met grond van de nieuw uitgegraven dokken om een bescherming op te werpen tegen een overstroming van het Schijn.

Vroeger werd de wijk vooral bewoond door havenarbeiders maar momenteel is het een zeer multiculturele wijk.

In veel oude fabriekspanden worden residentiële ontwikkelingen gerealiseerd zoals bijvoorbeeld aan de Ijzerlaan.

De Ijzerlaanbrug, die Merksem met den Dam verbindt, is afgebroken en tussen Albertkanaal en de Noorderlaan is nu een waterpartij aangelegd. De wijk wordt in het noorden begrensd door de industriezone aan het Albertkanaal, in het westen door het Asiadok, in het zuiden door Spoor Noord en in het Oosten door het Lobroekdok.

Een extra fysieke verbinding tussen de Slachthuiswijk en Park Spoor Noord Is aangelegd via een tunnel In de Demerstraat. De spoorweg snijdt de Damwijk wel af van de aanpalende Seefhoek.

In het verleden werd aan de parochiekerk Sint Lambertus sociale woningbouw ingepland. De slachterijbuurt en Schijnpoort zijn wat afgelegen maar horen ook bij den Dam.
In deze buurt liet de rijke burgerij huizen bouwen ontworpen door ondermeer meester Jacques De Weerdt.

Tussen 1860 en 1910 werden volop, parken, pleinen, scholen, ziekenhuizen, magazijnen en dokken aangelegd. De woningen werden vooral gebouwd voor meer gegoede burgers en mensen die werkten in de haven en economie Veel woningen hadden echter ook een pover wooncomfort -en hygiëne.

Ook de Slachterij werd gebouwd. De gesloten slachterij- site zal ontwikkeld worden tot groene residentiële wijk. Het station Antwerpen-Dam, waar de HSL ongeveer terug bovenkomt, werd gebouwd in 1892.

Opmerkelijk is dat dit gebouw in zijn geheel verplaatst werd in 1907. Sinds 1996 is het een beschermd monument. Aan het station vindt je het Damplein terug.

Een gezellig pleintje met een basketbalplein en vol gezellige cafeetjes met terrasjes en ook een discotheek. Op de kop vindt je een nieuwbouw uit 2007 en aan de overkant aan de kop van Spoor Noord tref je ook nieuwe woningen aan ( ondermeer in een oud magazijn), kinderopvang en een school.

 

Lees verder

De Veemarkt

De Veemarkt , of het ” Veemartje ” op zijn Antwerps, is begrensd door de Gorterstraat enerzijds, Nosestraat en Lange Doornikstraat anderzijds.

De eerste bekende Veemarkt werd georganiseerd op de Eiermarkt maar rond 1350 wordt ze overgebracht naar het plein voor de Sint Paulusplaats.

De noordelijke gevelwand is gekenmerkt door bepleisterde en beschilderde lijstgevels onder onregelmatige kroonlijsten, tegen de Nosestraat aan met oude kern op de begane grond winkelpuien.

De oostzijde is vrij intact bewaard gebleven met zicht op de ingebouwde westgevel van de Sint Pauluskerk.

Rechts hiervan zijn er drie huisjes van twee of drie traveeën of drie en een halve verdieping tegen de zij-ingang van de kerk die leidt naar de Calvarie.

Zij vormen een brede lijstgevel van negen traveeën met een schuin geplaatste hoektravee onder een doorlopende dakgoot en geknikt en afgewolfd zadeldak.

Nu een voornamelijk negentiende eeuws voorkomen maar met duidelijke oude kernen.

De Calvarie van de Sint Pauluskerk is een verborgen parel van een oase die zelfs de meeste Antwerpenaren niet kennen. De beeldentuin naast de kerk was het initiatief van twee dominicanen.

Een pelgrimstocht naar het Heilige land was toen onveilig en daarom brachten ze, Brh H’Shm, Jeruzalem naar Antwerpen. Meer dan zestig levensgrote beelden staan in de tuin.

Engelen leiden de bezoeker naar een indrukwekkende Calvarieberg waar Christus aan het kruis hangt. Het oudste ontwerp dateert uit 1699 met de Calvarieberg maar geleidelijk aan worden er beelden toegevoegd.

Wat ” couleur locale “: Viemart in de volksmond, een bewogen plek waar veel gebeurd is in de éérste wijk. Veel stadsgidsen passeren er vaak op diverse wandelingen omdat ge er nu eenmaal ook heel veel kunt over vertellen. En met de prachtige st Pauluskerk vlakbij maakt dat deze “coteé” van’t stad nog aantrekkelijker wordt. Ooit nog een galgenveld geweest, misschien zelfs het allereerste net buiten de burcht.

Nu dat was geen aardigheid want galgenvelden verhuisden regelmatig met de groei van de stad natuurlijk. Ooit een merkt of markt geweest natuurlijk, de Veemerct of Veemerkt waar onder andere allerhande vee verhandeld werd.

Veel later een volksplein met bekende cafés waar de vermaarde “Zaziko”- basketbalploeg speelde en waar de grote Willy Steveniers zijn vader nog café gehouden heeft.

Zaziko, een samenvoeging van de straten Zak, Zirk en Koepoortsstraat. Er was destijds een cafeetje, stad Oostende bij de “rosse Marc” waar Pierre Kartner alias vader Abraham zijn liedje, ” Daar in dat kleine café aan de haven ” zou geschreven hebben.

Een dramatisch verhaal met een mooie kant is de brand van de Sint Pauluskerk op drie april 1968. Tussen 1u30 en 1u45 s’nachts merkt een politie – officier brand op en belt Majoor Rombout van de brandweer om te blussen en zoveel mogelijk kunstwerken te verwijderen.

Onder leiding van de conservator helpen buurtbewoners de kunstwerken te verwijderen. Opmerkelijk is ook dat de prostitué’s uit het nabijgelegen Schiooerskwartier uit solidariteit meehelpen. Veel kunstwerken en relikwieën worden zo gered.

Anderen, zoals de haan op de toren, worden genadeloos door het vuur verteerd. De renovatie zal dertig jaar duren en er zijn nog altijd sporen zichtbaar, bijvoorbeeld aan de toren. Bij de brand aan de Notre Dame hadden veel oudere Antwerpenaren en déjà vu.

Op het plein vindt je tal van gezellige cafeetjes en restaurant terug.

Jaarlijks vindt hier het tornooi van “ de Geuzen “ plaats, een basketball- tornooi met legendes uit de Antwerpse basket-wereld. De opbrengst gaat naar een goed doel.

 

Lees verder

De Veemarkt

 

De Veemarkt, of het ” Veemartje ” op zijn Antwerps, is begrensd door de Gorterstraat enerzijds, Nosestraat en Lange Doornikstraat anderzijds.

De eerste bekende Veemarkt werd georganiseerd op de Eiermarkt maar rond 1350 wordt ze overgebracht naar het plein voor de Sint Paulusplaats.

De noordelijke gevelwand is gekenmerkt door bepleisterde en beschilderde lijstgevels onder onregelmatige kroonlijsten, tegen de Nosestraat aan met oude kern op de begane grond winkelpuien.

De oostzijde is vrij intact bewaard gebleven met zicht op de ingebouwde westgevel van de Sint Pauluskerk.

Rechts hiervan zijn er drie huisjes van twee of drie traveeën of drie en een halve verdieping tegen de zij-ingang van de kerk die leidt naar de Calvarie.

Zij vormen een brede lijstgevel van negen traveeën met een schuin geplaatste hoektravee onder een doorlopende dakgoot en geknikt en afgewolfd zadeldak.

Nu een voornamelijk negentiende eeuws voorkomen maar met duidelijke oude kernen.

De Calvarie van de Sint Pauluskerk is een verborgen parel van een oase die zelfs de meeste Antwerpenaren niet kennen. De beeldentuin naast de kerk was het initiatief van twee dominicanen.

Een pelgrimstocht naar het Heilige land was toen onveilig en daarom brachten ze, Brh H’Shm, Jeruzalem naar Antwerpen. Meer dan zestig levensgrote beelden staan in de tuin.

Engelen leiden de bezoeker naar een indrukwekkende Calvarieberg waar Christus aan het kruis hangt. Het oudste ontwerp dateert uit 1699 met de Calvarieberg maar geleidelijk aan worden er beelden toegevoegd.

Wat ” couleur locale “: Viemart in de volksmond, een bewogen plek waar veel gebeurd is in de éérste wijk. Veel stadsgidsen passeren er vaak op diverse wandelingen omdat ge er nu eenmaal ook heel veel kunt over vertellen. En met de prachtige st Pauluskerk vlakbij maakt dat deze “coteé” van’t stad nog aantrekkelijker wordt. Ooit nog een galgenveld geweest, misschien zelfs het allereerste net buiten de burcht.

Nu dat was geen aardigheid want galgenvelden verhuisden regelmatig met de groei van de stad natuurlijk. Ooit een merkt of markt geweest natuurlijk, de Veemerct of Veemerkt waar onder andere allerhande vee verhandeld werd.

Veel later een volksplein met bekende cafés waar de vermaarde “Zaziko”- basketbalploeg speelde en waar de grote Willy Steveniers zijn vader nog café gehouden heeft.

Zaziko, een samenvoeging van de straten Zak, Zirk en Koepoortsstraat. Er was destijds een cafeetje, stad Oostende bij de “rosse Marc” waar Pierre Kartner alias vader Abraham zijn liedje, ” Daar in dat kleine café aan de haven ” zou geschreven hebben.

Een dramatisch verhaal met een mooie kant is de brand van de Sint Pauluskerk op drie april 1968. Tussen 1u30 en 1u45 s’nachts merkt een politie – officier brand op en belt Majoor Rombout van de brandweer om te blussen en zoveel mogelijk kunstwerken te verwijderen.

Onder leiding van de conservator helpen buurtbewoners de kunstwerken te verwijderen. Opmerkelijk is ook dat de prostitué’s uit het nabijgelegen Schiooerskwartier uit solidariteit meehelpen. Veel kunstwerken en relikwieën worden zo gered.

Anderen, zoals de haan op de toren, worden genadeloos door het vuur verteerd. De renovatie zal dertig jaar duren en er zijn nog altijd sporen zichtbaar, bijvoorbeeld aan de toren. Bij de brand aan de Notre Dame hadden veel oudere Antwerpenaren en déjà vu.

Op het plein vindt je tal van gezellige cafeetjes en restaurant terug.

Jaarlijks vindt hier het tornooi van “ de Geuzen “ plaats, een basketball- tornooi met legendes uit de Antwerpse basket-wereld. De opbrengst gaat naar een goed doel.

 

Lees verder

De Groenplaats

De Groenplaats is een gezellige ontmoetingsplek in hartje Stad en tegelijkertijd een oase van rust.

Ook de vele aangename terrasjes met een lekker aanbod maken dit dé plek om in alle rust te genieten van onze Stad.

In het midden prijkt ons Antwerps icoon Pieter Rubens en op de vele zitbanken heb je een prachtig zicht op de kathedraal.

De Groenplaats, ooit een kerkhof, zou ook meer  groen moeten zijn maar daarover later meer.

Minstens sinds de dertiende  eeuw fungeerde de zuidkant van de Onze-Lieve-Vrouwekerk als Antwerpse begraafplaats.

Vooral voor bewoners die te arm waren om in de kerk zelf begraven te worden.

In 1795 werd het Onze-Lieve-Vrouwekerkhof, ook “Groenkerkhof“ genoemd door de Fransen opgeëist en de muren errond werden, in 1799, gesloopt.

 

Met de aanleg van de  « Place de l’égalité «  werd begonnen in 1803.
De huizen aan aan de Schoenmarkt werden afgebroken en er werden drie rijen Lindebomen geplant.

Het plein kreeg tot in 1815 de naam “ Bonapartaplein “.

In het midden zou een gedenkteken komen voor de “ Vrijheid” maar tussen kerk en stadsbestuur was teveel discussie en er zou uiteindelijk in 1843 het standbeeld van Rubens komen op de tombe van bisschop Karel d’Espinoza.

Kenmerkend voor de Groenplaats is ook de kiosk voor muzikale evenementen. De huidige kiosk is de derde maar wordt door weinig Antwerpenaren gesmaakt.

De meest indrukwekkende was de tweede, ontworpen door architect Emile Thielens maar werd in 1960 gesloopt. Nu gaan er veel stemmen op om weer een mooie nieuwe,  qua vorm klassieke, kiosk te plaatsen.

Het Postgebouw heeft ook een markante geschiedenis want ooit was dit de residentie van Burgemeester Marnix van Sint-Aldegonde.

Waar nu het Hilton hotel is begon de Fransman Adolphe Kileman in 1885 het grootwarenhuis « Grand Bazar du Bon Marché «. Talloze Antwerpenaren hebben hier op de bovenste verdieping, nu de balzaal, op de schoot van Sinterklaas gezeten. Dit charmante plein maakt in ieder geval nu deel nu uit het hart van de binnenstad en heeft immense opportuniteiten naar de toekomst.

Beschermde gebouwen zijn hier uiteraard

– de Kathedraal

–  een OLV- beeld tussen de gevels nr 29 en 30.

– De Hilton, vroeger “Grand Bazar”.

– Het restant van het “Karbonkelhuis” ook wel diamanthuis genoemd ( op een bepaald moment was hier de diamanthandel geconcentreerd).
Gebouwd rond 1520 en één van de eerste woningen in Renaissance-stijl.

– Het beschermde gebouw op de hoek met de Geefstraat , het vroegere “ hotel Galeries Nationales « .

– Het postgebouw aan de zuidkant,  volop in renovatie.

Dringend heraangelegd in 1993, “ Antwerpen Culturele Hoofdstad “, zijn er wat kansen gemist maar de verdienste is dat de Hilton en het winkelcentrum nieuwe trekkers geworden zijn.

De Groenplaats is niet alleen een plek om af te spreken of rustig op een bankje te genieten maar is ook het kruispunt van het tramverkeer in onze stad. Ondergronds kom je aan of vertrek je van of naar zowat heel de stad.

Jammer genoeg stap je uit met zicht op parking Brabo en niet op Rubens of de kathedraal. De plannen van de stad zijn dan ook om in de toekomst de metro-ingang te kantelen waardoor je “ uit de grond komt “ met een direct zicht op Brabo en de Kathedraal.

Ook de metro-ingang aan de Karel de Grote Hogeschool is eigenlijk , mits aanpassingen aan het station Groenplaats, overbodig en zou in plaats van een “dode zone “ een levende plint kunnen worden.

De Karel de Grote Hogeschool heeft er in ieder geval al voor geopteerd om het gelijkvloers te ontwikkelen voor detailhandel zodat de blinde vlek van de as Meir – Eiermarkt – Nationalestraat mooi wordt weggewerkt. Ook de aan de gang zijnde herontwikkeling van het oude Postgebouw zal hier een belangrijke boost geven. Ook hotel Hilton en het winkelcentrum hebben belangrijke renovatie – plannen.

De inrit aan de Eiermarkt , nu een hinderend zwart gat, zou kunnen gesloten worden zodat de Eiermarkt een gezellig plein wordt en een mooie as wordt naar de Meir en de Wilde Zee.

Omdat er zoveel, ook nieuw ontdekt potentieel is, besliste de stad om een werkgroep op te richten om heel het gebied, met de talrijke partners, zowel horizontaal als verticaal, als één aansluitend geheel te ontwikkelen met als doel een bruisende, “groene” Groenplaats en een logische wandelas tussen Nationalestraat- Kammenstraat, Oude Koornmarkt, Handschoenmarkt enerzijds en Eiermarkt, Wilde Zee, Meir anderzijds.

Wat het plein zelf betreft,  zou de kanteling van de metro-ingang met zicht op kathedraal en Rubens In atrium-formule ( open daglicht) voor iedereen die uit de tram stapt een unieke beleving zijn.

Wat groen, bomen betreft zijn, gezien de beperkte dikte tussen grond en dak-parking, de mogelijkheden voor volwaardig groen beperkt.

Gelukkig zijn er aan de zijden en vooral aan de kant kiosk – postgebouw nog veel diepe delen ( waaronder een ongebruikte koker van de Lijn) waardoor er daar volwaardige en talrijke hoogwaardige bomen kunnen geplant worden zodat de Groenplaats echt “ groen” wordt !

De Groenplaats wordt dus de centrale plek waar geschiedenis en toekomst elkaar de hand zullen reiken, Antwerpenaren rustig op een bankje wat verpozen of afspreken en tienduizenden Antwerpenaren per dag uit de metro stappen met als eerste blik het zicht Rubens en de Kathedraal !

 

 

Lees verder

De Groenplaats

De Groenplaats is een gezellige ontmoetingsplek in hartje Stad en tegelijkertijd een oase van rust.

Ook de vele aangename terrasjes met een lekker aanbod maken dit dé plek om in alle rust te genieten van onze Stad.

In het midden prijkt ons Antwerps icoon Pieter Rubens en op de vele zitbanken heb je een prachtig zicht op de kathedraal.

De Groenplaats, ooit een kerkhof, zou ook meer  groen moeten zijn maar daarover later meer.

Minstens sinds de dertiende  eeuw fungeerde de zuidkant van de Onze-Lieve-Vrouwekerk als Antwerpse begraafplaats.

Vooral voor bewoners die te arm waren om in de kerk zelf begraven te worden.

In 1795 werd het Onze-Lieve-Vrouwekerkhof, ook “Groenkerkhof“ genoemd door de Fransen opgeëist en de muren errond werden, in 1799, gesloopt.

 

Met de aanleg van de  « Place de l’égalité «  werd begonnen in 1803.
De huizen aan aan de Schoenmarkt werden afgebroken en er werden drie rijen Lindebomen geplant.

Het plein kreeg tot in 1815 de naam “ Bonapartaplein “.

In het midden zou een gedenkteken komen voor de “ Vrijheid” maar tussen kerk en stadsbestuur was teveel discussie en er zou uiteindelijk in 1843 het standbeeld van Rubens komen op de tombe van bisschop Karel d’Espinoza.

Kenmerkend voor de Groenplaats is ook de kiosk voor muzikale evenementen. De huidige kiosk is de derde maar wordt door weinig Antwerpenaren gesmaakt.

De meest indrukwekkende was de tweede, ontworpen door architect Emile Thielens maar werd in 1960 gesloopt. Nu gaan er veel stemmen op om weer een mooie nieuwe,  qua vorm klassieke, kiosk te plaatsen.

Het Postgebouw heeft ook een markante geschiedenis want ooit was dit de residentie van Burgemeester Marnix van Sint-Aldegonde.

Waar nu het Hilton hotel is begon de Fransman Adolphe Kileman in 1885 het grootwarenhuis « Grand Bazar du Bon Marché «. Talloze Antwerpenaren hebben hier op de bovenste verdieping, nu de balzaal, op de schoot van Sinterklaas gezeten. Dit charmante plein maakt in ieder geval nu deel nu uit het hart van de binnenstad en heeft immense opportuniteiten naar de toekomst.

Beschermde gebouwen zijn hier uiteraard

– de Kathedraal

–  een OLV- beeld tussen de gevels nr 29 en 30.

– De Hilton, vroeger “Grand Bazar”.

– Het restant van het “Karbonkelhuis” ook wel diamanthuis genoemd ( op een bepaald moment was hier de diamanthandel geconcentreerd).
Gebouwd rond 1520 en één van de eerste woningen in Renaissance-stijl.

– Het beschermde gebouw op de hoek met de Geefstraat , het vroegere “ hotel Galeries Nationales « .

– Het postgebouw aan de zuidkant,  volop in renovatie.

Dringend heraangelegd in 1993, “ Antwerpen Culturele Hoofdstad “, zijn er wat kansen gemist maar de verdienste is dat de Hilton en het winkelcentrum nieuwe trekkers geworden zijn.

De Groenplaats is niet alleen een plek om af te spreken of rustig op een bankje te genieten maar is ook het kruispunt van het tramverkeer in onze stad. Ondergronds kom je aan of vertrek je van of naar zowat heel de stad.

Jammer genoeg stap je uit met zicht op parking Brabo en niet op Rubens of de kathedraal. De plannen van de stad zijn dan ook om in de toekomst de metro-ingang te kantelen waardoor je “ uit de grond komt “ met een direct zicht op Brabo en de Kathedraal.

Ook de metro-ingang aan de Karel de Grote Hogeschool is eigenlijk , mits aanpassingen aan het station Groenplaats, overbodig en zou in plaats van een “dode zone “ een levende plint kunnen worden.

De Karel de Grote Hogeschool heeft er in ieder geval al voor geopteerd om het gelijkvloers te ontwikkelen voor detailhandel zodat de blinde vlek van de as Meir – Eiermarkt – Nationalestraat mooi wordt weggewerkt. Ook de aan de gang zijnde herontwikkeling van het oude Postgebouw zal hier een belangrijke boost geven. Ook hotel Hilton en het winkelcentrum hebben belangrijke renovatie – plannen.

De inrit aan de Eiermarkt , nu een hinderend zwart gat, zou kunnen gesloten worden zodat de Eiermarkt een gezellig plein wordt en een mooie as wordt naar de Meir en de Wilde Zee.

Omdat er zoveel, ook nieuw ontdekt potentieel is, besliste de stad om een werkgroep op te richten om heel het gebied, met de talrijke partners, zowel horizontaal als verticaal, als één aansluitend geheel te ontwikkelen met als doel een bruisende, “groene” Groenplaats en een logische wandelas tussen Nationalestraat- Kammenstraat, Oude Koornmarkt, Handschoenmarkt enerzijds en Eiermarkt, Wilde Zee, Meir anderzijds.

Wat het plein zelf betreft,  zou de kanteling van de metro-ingang met zicht op kathedraal en Rubens In atrium-formule ( open daglicht) voor iedereen die uit de tram stapt een unieke beleving zijn.

Wat groen, bomen betreft zijn, gezien de beperkte dikte tussen grond en dak-parking, de mogelijkheden voor volwaardig groen beperkt.

Gelukkig zijn er aan de zijden en vooral aan de kant kiosk – postgebouw nog veel diepe delen ( waaronder een ongebruikte koker van de Lijn) waardoor er daar volwaardige en talrijke hoogwaardige bomen kunnen geplant worden zodat de Groenplaats echt “ groen” wordt !

De Groenplaats wordt dus de centrale plek waar geschiedenis en toekomst elkaar de hand zullen reiken, Antwerpenaren rustig op een bankje wat verpozen of afspreken en tienduizenden Antwerpenaren per dag uit de metro stappen met als eerste blik het zicht Rubens en de Kathedraal !

 

 

Lees verder

Markgrave

Markgrave, ook wel Leikwartier, is een stadswijk van Antwerpen.

De wijk is ontstaan rond de huidige Markgravelei (avenue du Margrave) en bestaat uit de volgende straten (leien of lanen):

De wijk ligt tussen de Karel Oomsstraat in het oosten, de Desguinlei in het zuiden, de Hinnekeslei (Sint Laureisstraat)/Haantjeslei in het westen en de Lange Lozanastraat/Korte Lozanastraat in het noorden.

De wijk is residentieel maar bestond oorspronkelijk uit landerijen en buitengoederen. Het Domein Hertoghe en het Hof van Leysen met aansluitend het Torenhof zijn

restanten van deze buitengoederen.

Gilbert Van Schoonbeke, doe ook het Eilandje ontwikkeld heeft, verkavelde  in de zestiende eeuw, met de aanleg van voormelde leien. Voor de Eerste Wereldoorlog heeft de wijk een tweede verkavelingsgolf gekend die tot het huidige uitzicht heeft geleid.

Doorheen de eeuwen heeft de wijk Markgrave de hogere sociale lagen van de bevolking aangetrollen zoals adel en officieren, burgerij, beoefenaars van vrije beroepen en ‘betere’ middenstand, getuige waarvan de vele indrukwekkende burger-en herenhuizen afgewisseld met fraaie winkelpanden. Ook succesvolle kunstenaars vonden hun weg naar het Leikwartier. Het was de thuis van de families Teichmann en Belpaire dewelke resideerden in de verdwenen huizen van het Domein Hertoghe alsook in het Torenhof, dat aansluit bij het verdwenen Hof van Leysen.

De wijk heeft tot op vandaag haar charme en klasse kunnen bewaren, ondanks oorlogsgeweld en de sloopwoede van de jaren zestig, zeventig en tachtig van de twintigste eeuw en is aldus nog steeds een aangename residentiële buurt voornamelijk bestaande uit stijlvolle huizen met diepe tuinen.

De monumentale Sint-Laurentiuskerk vormt het kroonjuweel van de wijk. Er is ook een erg karaktervol schooltje, thans de Kolibrie, van de hand van stadsbouwmeester Pieter Dens.

Ook de pastorij ontworpen door Pierre Bruno Bourla is vermeldenswaard. Op de hoek van de Desguinlei komen twee nieuwe gebouwen , veertien verdiepingen en 207 appartementen , verbonden met een glazen wand die het geluid van de Singel en Ring moeten tegenhouden. 

Op deze site was de fietstenfabriek van Minerva gevestigd en later het Louise Marie – kinderziekenhuis.

In de Karel Oomsstraat vind je trouwens het smaakvolle restaurant ” Minerva” terug.

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van wikisage

 

 

Lees verder

Markgrave

Markgrave, ook wel Leikwartier, is een stadswijk van Antwerpen.

De wijk is ontstaan rond de huidige Markgravelei (avenue du Margrave) en bestaat uit de volgende straten (leien of lanen):

De wijk ligt tussen de Karel Oomsstraat in het oosten, de Desguinlei in het zuiden, de Hinnekeslei (Sint Laureisstraat)/Haantjeslei in het westen en de Lange Lozanastraat/Korte Lozanastraat in het noorden.

De wijk is residentieel maar bestond oorspronkelijk uit landerijen en buitengoederen. Het Domein Hertoghe en het Hof van Leysen met aansluitend het Torenhof zijn

restanten van deze buitengoederen.

Gilbert Van Schoonbeke, doe ook het Eilandje ontwikkeld heeft, verkavelde  in de zestiende eeuw, met de aanleg van voormelde leien. Voor de Eerste Wereldoorlog heeft de wijk een tweede verkavelingsgolf gekend die tot het huidige uitzicht heeft geleid.

Doorheen de eeuwen heeft de wijk Markgrave de hogere sociale lagen van de bevolking aangetrollen zoals adel en officieren, burgerij, beoefenaars van vrije beroepen en ‘betere’ middenstand, getuige waarvan de vele indrukwekkende burger-en herenhuizen afgewisseld met fraaie winkelpanden. Ook succesvolle kunstenaars vonden hun weg naar het Leikwartier. Het was de thuis van de families Teichmann en Belpaire dewelke resideerden in de verdwenen huizen van het Domein Hertoghe alsook in het Torenhof, dat aansluit bij het verdwenen Hof van Leysen.

De wijk heeft tot op vandaag haar charme en klasse kunnen bewaren, ondanks oorlogsgeweld en de sloopwoede van de jaren zestig, zeventig en tachtig van de twintigste eeuw en is aldus nog steeds een aangename residentiële buurt voornamelijk bestaande uit stijlvolle huizen met diepe tuinen.

De monumentale Sint-Laurentiuskerk vormt het kroonjuweel van de wijk. Er is ook een erg karaktervol schooltje, thans de Kolibrie, van de hand van stadsbouwmeester Pieter Dens.

Ook de pastorij ontworpen door Pierre Bruno Bourla is vermeldenswaard. Op de hoek van de Desguinlei komen twee nieuwe gebouwen , veertien verdiepingen en 207 appartementen , verbonden met een glazen wand die het geluid van de Singel en Ring moeten tegenhouden. 

Op deze site was de fietstenfabriek van Minerva gevestigd en later het Louise Marie – kinderziekenhuis.

In de Karel Oomsstraat vind je trouwens het smaakvolle restaurant ” Minerva” terug.

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van wikisage

 

 

Lees verder