Standbeelden

Silvius Brabo, het symbool van Antwerpen 

Silvius Brabo is volgens de legende de Romeinse soldaat die de hand van de reus Druon Antigoon afhakte en in de Schelde wierp.

Deze aktie vormt de etymologische basis voor de naam van onze stad.

De reus Antigoon dwong alle scheepsvaarders tol te betalen vooraleer ze de Schelde mochten opvaren.

De Romeinse legionair Brabo kwam daartegen in opstand, doodde de reus en wierp zijn afgehakte hand de Schelde in.

” Hand te werpen ” is volgens de legende dus de basis van de naam van onze stad.

Een extra legende is dat Brabo dit zou gedaan hebben op verzoek van zeven jonge mannen die wensten te trouwen maar onvoldoende geld hadden om Antigoon te betalen.

Brabo hielp de zeven mannen bij de moord op Antigoon waardoor ze als helden in de stad ontvangen werden.

Deze zeven jonge mannen worden beschouwd als de stamvaders van Antwerpen.

In elk van hun wapenschild stond een schaakbord afgebeeld vandaar de bijnaam ” de Zeven Schaken”, vandaag een bekend café op de Grote Markt. Het standbeeld werd, op vraag van het toenmalig stadsbestuur, door de beeldhouwer Jef Lambeaux in 1887. Volgens de opstelling gooit Brabo de hand richting stad en niet richting Schelde omdat het anders lijkt dat hij de hand het Stadhuis wil inwerpen.

Wat weinig mensen weten of opmerken is dat het beeld anatomisch niet klopt. Brabo gooit immers met zijn rechterhand met als steunbeen zijn rechterbeen wat een onnatuurlijke houding is.

Het beeld was echter betaald en het stadsbestuur meende terecht dat niemand dit zou opmerken. In ieder geval is het standbeeld, met fontein, hét icoon van onze Metropool !

 

Lees verder

Silvius Brabo, het symbool van Antwerpen 

Mobile – Silvius Brabo is volgens de legende de Romeinse soldaat die de hand van de reus Druon Antigoon afhakte en in de Schelde wierp.

Deze aktie vormt de etymologische basis voor de naam van onze stad.

De reus Antigoon dwong alle scheepsvaarders tol te betalen vooraleer ze de Schelde mochten opvaren.

De Romeinse legionair Brabo kwam daartegen in opstand, doodde de reus en wierp zijn afgehakte hand de Schelde in.

” Hand te werpen ” is volgens de legende dus de basis van de naam van onze stad.

Een extra legende is dat Brabo dit zou gedaan hebben op verzoek van zeven jonge mannen die wensten te trouwen maar onvoldoende geld hadden om Antigoon te betalen.

Brabo hielp de zeven mannen bij de moord op Antigoon waardoor ze als helden in de stad ontvangen werden.

Deze zeven jonge mannen worden beschouwd als de stamvaders van Antwerpen.

In elk van hun wapenschild stond een schaakbord afgebeeld vandaar de bijnaam ” de Zeven Schaken”, vandaag een bekend café op de Grote Markt.

Het standbeeld werd, op vraag van het toenmalig stadsbestuur, door de beeldhouwer Jef Lambeaux in 1887.

Volgens de opstelling gooit Brabo de hand richting stad en niet richting Schelde omdat het anders lijkt dat hij de hand het Stadhuis wil inwerpen.

Wat weinig mensen weten of opmerken is dat het beeld anatomisch niet klopt.

Brabo gooit immers met zijn rechterhand met als steunbeen zijn rechterbeen wat een onnatuurlijke houding is.

Het beeld was echter betaald en het stadsbestuur meende terecht dat niemand dit zou opmerken.

In ieder geval is het standbeeld, met fontein, hét icoon van onze Metropool !

Lees verder

Pieter Paul Rubens

Pieter Paul Rubens, de ambassadeur van Antwerpen, de eerste Vlaming met een standbeeld.

De wereldvermaarde meesterschilder Pieter Paul Rubens is natuurlijk dé Ambassadeur van onze stad.

Naar verluidt zou hij ook de symboliek van de hand in Antwerpen geïntroduceerd hebben.

Het standbeeld, in het midden van de Groenplaats is in brons gegoten door de beeldhouwer Willem Geefs en werd ingehuldigd in 1843, iets meer dan tweehonderd jaar na het overlijden van Rubens.

Het beeld werd gefinancierd door de «  Société de Sciences , Lettres et Arts d’Anvers «  met fondsen verzameld via openbare inschrijving.
Een tekort aan fondsen werd aangevuld door het stadsbestuur maar in 1840 ( exact tweehonderd jaar na het overlijden) moest het beeld dus nog in gipsen vorm worden ingehuldigd.
(Minder dan een eeuw later zou de poort voor de Olympische Spelen in 1920 ook in papier maché worden opgericht …..).

In 1843 kreeg het beeld zijn huidige opstelling in het midden van de Groenplaats waar zich voordien het kruis van het voormalig Groenkerkhof bevond bovenop het graf van bisschop Antonius d’Espinosa.

Rubens wordt afgebeeld als schilder en diplomaat, rechtopstaand, de linkervoet vooruit en de rechterarm neerwaarts gestrekt, met een degen rond het middel, de mantel gedrapeerd over de linker schouder en een schilderspalet aan de voeten.

Op de voorzijde van de sokkel vindt je in bronzen letters “ PETRO PAULO – RUBENS- CIVI OLIM SUO – SPQA – SUMPTIB. PUBL. ET PRIV. – P. – MDCCCXXX

Aan de bewonderaar om dit te vertalen …..

Voor dit artikel wordt gebruik gebruik gemaakt van Inventaris Onroerend erfgoed.

 

Lees meer

Pieter Paul Rubens

Pieter Paul Rubens, de ambassadeur van Antwerpen, de eerste Vlaming met een standbeeld.

De wereldvermaarde meesterschilder Pieter Paul Rubens is natuurlijk dé Ambassadeur van onze stad.

Naar verluidt zou hij ook de symboliek van de hand in Antwerpen geïntroduceerd hebben.

Het standbeeld, in het midden van de Groenplaats is in brons gegoten door de beeldhouwer Willem Geefs en werd ingehuldigd in 1843, iets meer dan tweehonderd jaar na het overlijden van Rubens.

Het beeld werd gefinancierd door de «  Société de Sciences , Lettres et Arts d’Anvers «  met fondsen verzameld via openbare inschrijving.
Een tekort aan fondsen werd aangevuld door het stadsbestuur maar in 1840 ( exact tweehonderd jaar na het overlijden) moest het beeld dus nog in gipsen vorm worden ingehuldigd.
(Minder dan een eeuw later zou de poort voor de Olympische Spelen in 1920 ook in papier maché worden opgericht …..).

In 1843 kreeg het beeld zijn huidige opstelling in het midden van de Groenplaats waar zich voordien het kruis van het voormalig Groenkerkhof bevond bovenop het graf van bisschop Antonius d’Espinosa.

Rubens wordt afgebeeld als schilder en diplomaat, rechtopstaand, de linkervoet vooruit en de rechterarm neerwaarts gestrekt, met een degen rond het middel, de mantel gedrapeerd over de linker schouder en een schilderspalet aan de voeten.

Op de voorzijde van de sokkel vindt je in bronzen letters “ PETRO PAULO – RUBENS- CIVI OLIM SUO – SPQA – SUMPTIB. PUBL. ET PRIV. – P. – MDCCCXXX

Aan de bewonderaar om dit te vertalen …..

Voor dit artikel wordt gebruik gebruik gemaakt van Inventaris Onroerend erfgoed.

 

Lees meer

Jan Van Rijswijck

Burgermeester Jan Van Rijswijck, sociale liberaal-flamingant

Op de hoek van de Napoleonkaai en het Verbindingsdok prijkt het rijzige standbeeld van de populaire liberaal-flamingante burgemeester Jan Van Rijswijck (1853-1906).

Het beeld staat er als baken en begroeting voor iedereen die de Willemdok binnenvaart.

Het beeld staat niet toevallig daar.

Jan Van Rijswijck was een uiterst populaire burgemeester en zeer sociaal voelend.

Het was hier op het Eilandje dat Van Rijswijck, aan het begin van de twintigste eeuw, de dokwerkers toesprak tijdens stakingen en hen betere arbeidsvoorwaarden beloofde waar hij ook voor ijverde.

Het beeld werd gegoten door de Brabantse kunstenaar Tom Frantzen  en in 2006
(honderd jaar na diens overlijden) ingehuldigd door toenmalig premier Guy Verhofstadt, Schepen Ludo Van Campenhout en een achterkleinzoon van de vermaarde burgemeester.

Het beeld symboliseert ook de uitbouw van de haven en de industrie waar Van Rijswijck een prominente rol in speelde.

Jan Van Rijswijck

Burgermeester Jan Van Rijswijck, sociale liberaal-flamingant

Op de hoek van de Napoleonkaai en het Verbindingsdok prijkt het rijzige standbeeld van de populaire liberaal-flamingante burgemeester Jan Van Rijswijck (1853-1906).

Het beeld staat er als baken en begroeting voor iedereen die de Willemdok binnenvaart.

Het beeld staat niet toevallig daar.

Jan Van Rijswijck was een uiterst populaire burgemeester en zeer sociaal voelend.

Het was hier op het Eilandje dat Van Rijswijck, aan het begin van de twintigste eeuw, de dokwerkers toesprak tijdens stakingen en hen betere arbeidsvoorwaarden beloofde waar hij ook voor ijverde.

Het beeld werd gegoten door de Brabantse kunstenaar Tom Frantzen  en in 2006
(honderd jaar na diens overlijden) ingehuldigd door toenmalig premier Guy Verhofstadt, Schepen Ludo Van Campenhout en een achterkleinzoon van de vermaarde burgemeester.

Het beeld symboliseert ook de uitbouw van de haven en de industrie waar Van Rijswijck een prominente rol in speelde.

Nicolaas Cupérus

Standbeeld Nicolaas Cupérus, vader van de Vlaamse turnsport

We vieren dit jaar honderd jaar Olympische Spelen in Antwerpen dus is het meer dan gepast stil te staan bij het monument van Nicolaas Cupérus in het Nachtegalenpark.

Cupérus was een liberaal – flamingante politicus maar vooral dé promotor van de turnsport.

Hij koppelde ook de promotie van de turnsport aan de Vlaamse ontvoogding.

In 1860 was hij lid geworden van de enige turnclub , de “ Société royale de gymnastique et d’armes “ .

In 1868 sticht hij de “ Gymnastische Volkskring” waarvan hij voorzitter en turnleider is.

Hij publiceert ook de vaktaal voor het turnen in het Nederlands wat ook officieel erkend wordt.

Van 1878 tot 1923 is hij voorzitter van de Belgische Turnbond.

Op 23 juli 1881 richt hij in Luik de “ European Federation of Gymnastics “ op , in 1921 herdoopt in de huidige “Fédération Internationale de Gymnastique “ (FIG).

Dit is trouwens de oudste internationale sportorganisatie. Deze organisatie bepaalt de regels en organiseert tournooien. Zo was er in 2013 het WK artistiek turnen in Antwerpen en in 2023 zal Antwerpen opnieuw gaststad zijn. Van 1881 tot 1924 is Cupérus voorzitter van de FIG. Politiek is hij gemeenteraadslid in Antwerpen en later ook senator. Zijn strijdpunt is voornamelijk de vernederlandsing van onderwijs en administratie.

 

Lees meer

Nicolaas Cupérus

Standbeeld Nicolaas Cupérus, vader van de Vlaamse turnsport

We vieren dit jaar honderd jaar Olympische Spelen in Antwerpen dus is het meer dan gepast stil te staan bij het monument van Nicolaas Cupérus in het Nachtegalenpark.

Cupérus was een liberaal – flamingante politicus maar vooral dé promotor van de turnsport.

Hij koppelde ook de promotie van de turnsport aan de Vlaamse ontvoogding.

In 1860 was hij lid geworden van de enige turnclub , de “ Société royale de gymnastique et d’armes “ .

In 1868 sticht hij de “ Gymnastische Volkskring” waarvan hij voorzitter en turnleider is.

Hij publiceert ook de vaktaal voor het turnen in het Nederlands wat ook officieel erkend wordt.

Van 1878 tot 1923 is hij voorzitter van de Belgische Turnbond.

Op 23 juli 1881 richt hij in Luik de “ European Federation of Gymnastics “ op , in 1921 herdoopt in de huidige “Fédération Internationale de Gymnastique “ (FIG).

Dit is trouwens de oudste internationale sportorganisatie. Deze organisatie bepaalt de regels en organiseert tournooien. Zo was er in 2013 het WK artistiek turnen in Antwerpen en in 2023 zal Antwerpen opnieuw gaststad zijn. Van 1881 tot 1924 is Cupérus voorzitter van de FIG. Politiek is hij gemeenteraadslid in Antwerpen en later ook senator. Zijn strijdpunt is voornamelijk de vernederlandsing van onderwijs en administratie.

 

Lees meer

De Landverhuizer

Tussen ongeveer 1870 en 1930 vertrokken ongeveer 2,7 miljoen mensen vanuit ( Oost)-Europa naar het beloofde land Amerika via Antwerpen.

Zij maakten de reis met de illustere Red Star Line vanop de Rijnkaai.

Gezien de barre omstandigheden op de kaai liet de overheid gebouwen optrekken voor ondermeer bagage-opslag en gezondheidsinspectie.

Deze originele gebouwen werden gered van de sloop en ontwikkeld tot een boeiend migratie-museum door Schepenen Heylen en Van Campenhout.

De schilder, Eugeen Van Mieghem, hèrontdekt door Erwin Joos tekende en schilderde diverse taferelen van de landverhuizers.

Hierop geïnspireerd liet Erwin Joos verschillende beelden ontwikkelen door de beeldhouwster Carla Kamphuis Meijer.

Één van deze beelden vindt je terug op de Rijnkaai en symboliseert op treffende wijze “ de landverhuizer”.

De Landverhuizer

Tussen ongeveer 1870 en 1930 vertrokken ongeveer 2,7 miljoen mensen vanuit ( Oost)-Europa naar het beloofde land Amerika via Antwerpen.

Zij maakten de reis met de illustere Red Star Line vanop de Rijnkaai.

Gezien de barre omstandigheden op de kaai liet de overheid gebouwen optrekken voor ondermeer bagage-opslag en gezondheidsinspectie.

Deze originele gebouwen werden gered van de sloop en ontwikkeld tot een boeiend migratie-museum door Schepenen Heylen en Van Campenhout.

De schilder, Eugeen Van Mieghem, hèrontdekt door Erwin Joos tekende en schilderde diverse taferelen van de landverhuizers.

Hierop geïnspireerd liet Erwin Joos verschillende beelden ontwikkelen door de beeldhouwster Carla Kamphuis Meijer.

Één van deze beelden vindt je terug op de Rijnkaai en symboliseert op treffende wijze “ de landverhuizer”.

Willem Elsschot

Hij wordt beschouwd als één van de grootste Antwerpse auteurs.
Van beroep was hij reclameman.
Zijn boeken zijn op de meeste scholen dan ook verplichte lectuur.
Zijn bekendste werken zijn ondermeer “Lijmen/het been”, “Kaas” en het dwaallicht.
In ” Kaas ” is een zakenman zoveel met de voorbereidingen van zijn winkel bezig dat hij de essentie vergeet “verkopen !”.
In “het Dwaallicht ” gaan Afghaanse zeelui op zoek naar een mysterieuze Maria Van Damme en dwalen door Antwerpen.
Zijn beeld vind je op het Mechelseplein.

Willem Elsschot

Hij wordt beschouwd als één van de grootste Antwerpse auteurs.
Van beroep was hij reclameman.
Zijn boeken zijn op de meeste scholen dan ook verplichte lectuur.
Zijn bekendste werken zijn ondermeer “Lijmen/het been”, “Kaas” en het dwaallicht.
In ” Kaas ” is een zakenman zoveel met de voorbereidingen van zijn winkel bezig dat hij de essentie vergeet “verkopen !”.
In “het Dwaallicht ” gaan Afghaanse zeelui op zoek naar een mysterieuze Maria Van Damme en dwalen door Antwerpen.
Zijn beeld vind je op het Mechelseplein.

Paul Van Ostaijen

Paul Van Ostaijen was een Vlaams/Antwerps dichter en prozaschrijver.

Tot zijn bekendste werken behoren Huldegedicht aan Singer, Rijke Armoede van de Trekharmonica, Alpejagerslied, Avondgeluiden, Melopee, Boem Paukeslag en natuurlijk, wat iedereen op school moest leren “ Marc groet ‘s morgens de dingen.

Na van het Onze-Lieve-Vrouwecollege te zijn gestuurd gaat hij naar het Koninklijk Atheneum waar hij zich aansluit bij de Vlaamsche Bond.

Hij werkte ook als klerk op het Antwerpse Stadhuis.

Van Ostaijen verkende ook uitbundig het Antwerpse nachtleven.

Als links-progressieve flamingant komt hij vaak in conflict met de overheid wat hem zelfs een gevangenisstraf oplevert.

Hij werd geconfronteerd met een innerlijke tweestrijd tussen “ innerlijkheid” en “ uiterlijkheid” , tussen donkere gedachten en de zintuiglijke werkelijkheid.
In de dichtbundel “ De feesten van angst en pijn “ probeert hij deze innerlijke tweestrijd te verzoenen door een “ unio mystica”, een metafysische extase.

Wanneer hij naar Berlijn vlucht na de eerste Wereldoorlog schrijft hij het bekende “Huldegedicht aan Singer “ en een “In Memoriam” voor de Vlaamse martelaar Herman Van den Reeck die, tijdens een betoging, op schandalige wijze door de Antwerpse politie werd neergeschoten.

De dichter krijgt tuberculose, waar hij ook aan zal overlijden. In zijn laatste levensjaren ontwikkelt hij zijn kenmerkende visie op de zuivere “lyriek”, pure klankpoēzie zonder bijbedoelingen.

Hij ligt begraven op het ere-perk van het Schoonselhof. Zijn standbeeld staat op de Pottenbrug aan de Minderbroedersrui en werd ontworpen door Wilfried Pas.

 

Lees verder

Paul Van Ostaijen

Paul Van Ostaijen was een Vlaams/Antwerps dichter en prozaschrijver.

Tot zijn bekendste werken behoren Huldegedicht aan Singer, Rijke Armoede van de Trekharmonica, Alpejagerslied, Avondgeluiden, Melopee, Boem Paukeslag en natuurlijk, wat iedereen op school moest leren “ Marc groet ‘s morgens de dingen.

Na van het Onze-Lieve-Vrouwecollege te zijn gestuurd gaat hij naar het Koninklijk Atheneum waar hij zich aansluit bij de Vlaamsche Bond.

Hij werkte ook als klerk op het Antwerpse Stadhuis.

Van Ostaijen verkende ook uitbundig het Antwerpse nachtleven.

Als links-progressieve flamingant komt hij vaak in conflict met de overheid wat hem zelfs een gevangenisstraf oplevert.

Hij werd geconfronteerd met een innerlijke tweestrijd tussen “ innerlijkheid” en “ uiterlijkheid” , tussen donkere gedachten en de zintuiglijke werkelijkheid.
In de dichtbundel “ De feesten van angst en pijn “ probeert hij deze innerlijke tweestrijd te verzoenen door een “ unio mystica”, een metafysische extase.

Wanneer hij naar Berlijn vlucht na de eerste Wereldoorlog schrijft hij het bekende “Huldegedicht aan Singer “ en een “In Memoriam” voor de Vlaamse martelaar Herman Van den Reeck die, tijdens een betoging, op schandalige wijze door de Antwerpse politie werd neergeschoten.

De dichter krijgt tuberculose, waar hij ook aan zal overlijden. In zijn laatste levensjaren ontwikkelt hij zijn kenmerkende visie op de zuivere “lyriek”, pure klankpoēzie zonder bijbedoelingen.

Hij ligt begraven op het ere-perk van het Schoonselhof. Zijn standbeeld staat op de Pottenbrug aan de Minderbroedersrui en werd ontworpen door Wilfried Pas.

 

Lees verder

Jacob Jordaens

Na Pieter en Paul Rubens en Sir Anthony van Dijck is Jacob Jordaens ( 1593-1678) de belangrijkste Antwerpse historieschilder.

Hij schilderde vooral grote historiestukken maar ook landschappen en portretten.

Hij was net als Rubens een leerling van Adam van Noort.
Hij sluit zich als “ waterschilder” aan bij de Sint-Lucasgilde.
Voor het vervaardigen van wandtapijten werd in de zeventiende eeuw Immers de “ aquarel-techniek “ gebruikt.

Hij werkt vooral voor lokale gegoede burgers.
Na het overlijden van Rubens en Van Dijck begint hij vorstelijke opdrachten uit het buitenland te krijgen.

Jordaens was, zoals velen in het toenmalige Antwerpen, een calvinist.
Door het stadsbestuur enigszins gedoogd wordt hij toch beschuldigd van ketterij.
Hij komt er van af met een boete en gezien zijn status wordt zijn overtuiging verder gedoogd.

Na de onafhankelijkheid wil men in Belgie een nationalistisch gevoel proberen te creëren. De filosofoof Hippolyte Taine was van oordeel dat kunst een uiting was van ras, moment en milieu. Men vind dat het feit dat Jordaens situaties verbeeldde uit het gewone leven in de zeventiende eeuw bijdroeg tot een vorm van Belgische identiteit.

Om hem hiervoor te eren, besluit men een standbeeld te laten ontwerpen door Jef Lambeaux ( de beeldhouwer van Brabo).

Lees verder

Jacob Jordaens

Na Pieter en Paul Rubens en Sir Anthony van Dijck is Jacob Jordaens ( 1593-1678) de belangrijkste Antwerpse historieschilder.

Hij schilderde vooral grote historiestukken maar ook landschappen en portretten.

Hij was net als Rubens een leerling van Adam van Noort.
Hij sluit zich als “ waterschilder” aan bij de Sint-Lucasgilde.
Voor het vervaardigen van wandtapijten werd in de zeventiende eeuw Immers de “ aquarel-techniek “ gebruikt.

Hij werkt vooral voor lokale gegoede burgers.
Na het overlijden van Rubens en Van Dijck begint hij vorstelijke opdrachten uit het buitenland te krijgen.

Jordaens was, zoals velen in het toenmalige Antwerpen, een calvinist.
Door het stadsbestuur enigszins gedoogd wordt hij toch beschuldigd van ketterij.
Hij komt er van af met een boete en gezien zijn status wordt zijn overtuiging verder gedoogd.

Na de onafhankelijkheid wil men in Belgie een nationalistisch gevoel proberen te creëren. De filosofoof Hippolyte Taine was van oordeel dat kunst een uiting was van ras, moment en milieu. Men vind dat het feit dat Jordaens situaties verbeeldde uit het gewone leven in de zeventiende eeuw bijdroeg tot een vorm van Belgische identiteit.

Om hem hiervoor te eren, besluit men een standbeeld te laten ontwerpen door Jef Lambeaux ( de beeldhouwer van Brabo).

Lees verder

Antoon Van Dijck

Anthony Van Dijck was een Zuid-Nederlandse barokschilder  uit de Antwerpse school.

Hij werd geboren in “Den Berendans” in Antwerpen in een kroostrijk gezin.
Het gezin beleeft moeilijke tijden en het is Antoon die de reputatie van de familie redt.

Reeds op tienjarige leeftijd (1609) ging hij op leer bij Hendrik van Balen om zo klaargestoomd te worden voor een opleiding bij de grootmeester Pieter Paul Rubens.

Reeds op veertien jaar schildert hij zijn vroegste portret .
Op zijn zestien jaar schildert hij een markant zelfportret.
In 1618 krijgt hij de titel meester en opent zijn eigen werkplaats “Den Dom van Ceulen” aan de Mutsaertstraat.

Hij werkt veel samen met Rubens en steekt er veel van op.
Via Rubens krijgt hij ook toegang tot een internationaal netwerk wat hem opdrachten in Italië en Engeland zal bezorgen.

In 1620 verblijft hij voor de eerste keer kort in Engeland maar vertrekt dan naar Italië.

Daar leert hij de Renaissance kennen en kopieert werken van grootmeesters als Titiaan. Hij keert dan terug naar Antwerpen en wordt hofschilder van aartshertogin Isabella.

Ook in de zuidelijke Nederlanden krijgt hij opdrachten en schildert ondermeer Prins Frederik Henderik van Oranje. Door zijn reputatie wordt hij naar Engeland geroepen door Koning Karel I en wordt daar al snel uitermate beroemd.

In 1632 wordt hij dan ook geridderd ( vandaar “Sir”) en een jaar later wordt hij hofschilder van de koning. Na tussenstoppen in Antwerpen en Parijs keert hij terug naar Londen waar hij zal overlijden.

Sir Anthony Van Dijck ligt begraven in de Saint Paul’s Cathedral.

 

Lees verder

Antoon Van Dijck

Anthony Van Dijck was een Zuid-Nederlandse barokschilder  uit de Antwerpse school.

Hij werd geboren in “Den Berendans” in Antwerpen in een kroostrijk gezin.
Het gezin beleeft moeilijke tijden en het is Antoon die de reputatie van de familie redt.

Reeds op tienjarige leeftijd (1609) ging hij op leer bij Hendrik van Balen om zo klaargestoomd te worden voor een opleiding bij de grootmeester Pieter Paul Rubens.

Reeds op veertien jaar schildert hij zijn vroegste portret .
Op zijn zestien jaar schildert hij een markant zelfportret.
In 1618 krijgt hij de titel meester en opent zijn eigen werkplaats “Den Dom van Ceulen” aan de Mutsaertstraat.

Hij werkt veel samen met Rubens en steekt er veel van op.
Via Rubens krijgt hij ook toegang tot een internationaal netwerk wat hem opdrachten in Italië en Engeland zal bezorgen.

In 1620 verblijft hij voor de eerste keer kort in Engeland maar vertrekt dan naar Italië.

Daar leert hij de Renaissance kennen en kopieert werken van grootmeesters als Titiaan. Hij keert dan terug naar Antwerpen en wordt hofschilder van aartshertogin Isabella.

Ook in de zuidelijke Nederlanden krijgt hij opdrachten en schildert ondermeer Prins Frederik Henderik van Oranje. Door zijn reputatie wordt hij naar Engeland geroepen door Koning Karel I en wordt daar al snel uitermate beroemd.

In 1632 wordt hij dan ook geridderd ( vandaar “Sir”) en een jaar later wordt hij hofschilder van de koning. Na tussenstoppen in Antwerpen en Parijs keert hij terug naar Londen waar hij zal overlijden.

Sir Anthony Van Dijck ligt begraven in de Saint Paul’s Cathedral.

Lees verder

Panamarenko

Panamarenko (1940-2019) is een Antwerps icoon die volgens een eigen stijl veel markante beelden maakte.
Panamarenko ( echte naam is Henri Van Herwegen) is een pseudoniem en een samentrekking van “Pan American Airlines andCompany”. Er was echter ook een Russische oud-generaal, politicus-ambassadeur in de Koude Oorlog met de naam Ponomarenko. De kunstenaar Henri Van Herwegen hoorde deze naam op de radio.
Hij wordt beschouwd als één van de voornaamste beeldhouwers uit de tweede helft van de twintigste eeuw .
Één van de gekendste werken is de “parachutist” op het Sint Jansplein.

 

Panamarenko

Panamarenko (1940-2019) is een Antwerps icoon die volgens een eigen stijl veel markante beelden maakte.
Panamarenko ( echte naam is Henri Van Herwegen) is een pseudoniem en een samentrekking van “Pan American Airlines andCompany”. Er was echter ook een Russische oud-generaal, politicus-ambassadeur in de Koude Oorlog met de naam Ponomarenko. De kunstenaar Henri Van Herwegen hoorde deze naam op de radio.
Hij wordt beschouwd als één van de voornaamste beeldhouwers uit de tweede helft van de twintigste eeuw .
Één van de gekendste werken is de “parachutist” op het Sint Jansplein.

 

Lange Wapper

Lange wapper is volgens de legende in het collectief geheugen van de Antwerpenaren de kwelgeest die ‘s nachts tevoorschijn komt en dronkaards achtervolgt, hij maakt zich hierbij groot boven de huizen, achtervolgt hen en kijkt wanneer ze naar bed gaan door hun raam naar binnen.

Volgens een extra sage zouden er door de Lange Wapper ook zoveel Mariabeelden op de gevels in de binnenstad staan.

Lange Wapper kon deze beeltenis immers niet verdragen.
Uiteindelijk zou hij hierdoor zelfs wegvluchten , in de Schelde vallen en verdrinken.

Lange Wapper

Lange wapper is volgens de legende in het collectief geheugen van de Antwerpenaren de kwelgeest die ‘s nachts tevoorschijn komt en dronkaards achtervolgt, hij maakt zich hierbij groot boven de huizen, achtervolgt hen en kijkt wanneer ze naar bed gaan door hun raam naar binnen.

Volgens een extra sage zouden er door de Lange Wapper ook zoveel Mariabeelden op de gevels in de binnenstad staan.

Lange Wapper kon deze beeltenis immers niet verdragen.
Uiteindelijk zou hij hierdoor zelfs wegvluchten , in de Schelde vallen en verdrinken.

David Teniers

Wanneer je van de De Keyserlei naar de Meir wandelt, over het gerenoveerd Operaplein, loop je recht op het standbeeld van David Teniers.
Om exact te zijn het beeld van David Teniers de Jonge.
Zijn vader, ook David Teniers, was immers ook schilder en leerling van Pieter Paul Rubens.
David Teniers de Jonge (1610-1690) was een Vlaamse barokschilder in vele genres.
Zo schilderde hij landschappen, portretten, genrestukken, kunstverzamelingen en stillevens.
Hij was schilder aan het Brussels hof en conservator van de kunstverzameling van aartshertog Leopold Willem van Oostenrijk.

David Teniers

Wanneer je van de De Keyserlei naar de Meir wandelt, over het gerenoveerd Operaplein, loop je recht op het standbeeld van David Teniers.
Om exact te zijn het beeld van David Teniers de Jonge.
Zijn vader, ook David Teniers, was immers ook schilder en leerling van Pieter Paul Rubens.
David Teniers de Jonge (1610-1690) was een Vlaamse barokschilder in vele genres.
Zo schilderde hij landschappen, portretten, genrestukken, kunstverzamelingen en stillevens.
Hij was schilder aan het Brussels hof en conservator van de kunstverzameling van aartshertog Leopold Willem van Oostenrijk.

De Waterspiegel

Voor het Museum voor Schone kunsten vind je de “Waterspiegel”.

Geen klassiek verticaal monument maar een horizontaal vlak waarin het museum weerspiegeld wordt en eb en vloed van de Schelde gesimuleerd wordt.

De vloer is bekleed met 2700 elementen vervaardigd in hars met een geoxideerde koperkleur, voldoende donker om de weerspiegeling van het museum te garanderen.

Om de zeven minuten stroomt de vijver vol waarna hij weer leegloopt, een simulatie van eb en vloed.

Op de bodempanelen is vegetatie geprint zodat, wanneer de waterspiegel is weggelopen, je de natuur kan zien.

Het water nodigt ook uit om te pootje baden wat veel kinderen dan ook veelvuldig doen.

De kunstenares Cristina Iglesias, afkomstig van Madrid, is niet de minste.
Haar werk is opgenomen in het Guggenheim van New York.
Ze heeft een volledige ruimte op haar naam in het Centre Pompidou in Parijs.

De Waterspiegel

Voor het Museum voor Schone kunsten vind je de “Waterspiegel”.

Geen klassiek verticaal monument maar een horizontaal vlak waarin het museum weerspiegeld wordt en eb en vloed van de Schelde gesimuleerd wordt.

De vloer is bekleed met 2700 elementen vervaardigd in hars met een geoxideerde koperkleur, voldoende donker om de weerspiegeling van het museum te garanderen.

Om de zeven minuten stroomt de vijver vol waarna hij weer leegloopt, een simulatie van eb en vloed.

Op de bodempanelen is vegetatie geprint zodat, wanneer de waterspiegel is weggelopen, je de natuur kan zien.

Het water nodigt ook uit om te pootje baden wat veel kinderen dan ook veelvuldig doen.

De kunstenares Cristina Iglesias, afkomstig van Madrid, is niet de minste.
Haar werk is opgenomen in het Guggenheim van New York.
Ze heeft een volledige ruimte op haar naam in het Centre Pompidou in Parijs.

Obelisk Napoleon Bonapartedok

Aan de Nassaubrug , tussen Bonaparte -en Willemdok. prijkt een markante obelisk.

De porfieren obelisk van vijf meter hoog is een ontwerp van architect Alexis Van Mechelen en bronsgieter Jan Kerckx. Het monument staat symbool voor de 100ste verjaardag van het Napoleontisch decreet van 18 juli 1803 waarin de bouw van het ‘Petit et Grand bassin’ werd bevolen.
De onthulling in 1906 ging gepaard met de naamsverandering van de eerste besluisde dokken in onze havenstad.
Hun naam was niet langer ‘Klein en Groot Dok’ maar ze werden herdoopt tot Bonaparte- en Willemdok, genoemd naar hun inspirator Napoleon en koning Willem I, die een grote promotor was van de Antwerpse economie en Haven.
Het zogenaamd Klein Dok en Groot Dok werden ontworpen en aangelegd in 1803-1812 door ingenieur Joseph N. Mengin ingevolge decreet van 26 juli 1803 van Napoleon.
Napoleon vond tijdens zijn bezoek aan Antwerpen met behandeling van de schepen op de rivier ( met een tij-verschil van vijf meter ) en vanop de vlieten redelijk “achterlijk”.
Hij wou dus een moderne haven uitbouwen met dokken en sluizen, met commerciële maar ook met militaire bedoelingen.

In 1807 werd begonnen met het graven van het Bonapartedok dat in 1811 werd ingevaren. In 1808 wordt begonnen met het Willemdok dat in 1812 wordt ingevaren. De oriëntering van de twee dokken is nauwkeurig west-oost.

De 5 meter hoge gedenkzuil aan de Veurnekaai, graniet met brons door A. Van Mechelen, herdenkt de verdoping tot de huidige namen, honderd jaar nadat Napoleon, het bevel gaf tot het graven van Antwerpens eerste twee besluisde dokken en koning Willem I, die ze in 1815 aan de stad schonk.

 

Lees verder

Obelisk Napoleon Bonapartedok

Aan de Nassaubrug, tussen Bonaparte -en Willemdok. prijkt een markante obelisk.

De porfieren obelisk van vijf meter hoog is een ontwerp van architect Alexis Van Mechelen en bronsgieter Jan Kerckx. Het monument staat symbool voor de 100ste verjaardag van het Napoleontisch decreet van 18 juli 1803 waarin de bouw van het ‘Petit et Grand bassin’ werd bevolen.
De onthulling in 1906 ging gepaard met de naamsverandering van de eerste besluisde dokken in onze havenstad.
Hun naam was niet langer ‘Klein en Groot Dok’ maar ze werden herdoopt tot Bonaparte- en Willemdok, genoemd naar hun inspirator Napoleon en koning Willem I, die een grote promotor was van de Antwerpse economie en Haven.
Het zogenaamd Klein Dok en Groot Dok werden ontworpen en aangelegd in 1803-1812 door ingenieur Joseph N. Mengin ingevolge decreet van 26 juli 1803 van Napoleon.
Napoleon vond tijdens zijn bezoek aan Antwerpen met behandeling van de schepen op de rivier ( met een tij-verschil van vijf meter ) en vanop de vlieten redelijk “achterlijk”.
Hij wou dus een moderne haven uitbouwen met dokken en sluizen, met commerciële maar ook met militaire bedoelingen.

In 1807 werd begonnen met het graven van het Bonapartedok dat in 1811 werd ingevaren. In 1808 wordt begonnen met het Willemdok dat in 1812 wordt ingevaren. De oriëntering van de twee dokken is nauwkeurig west-oost.

De 5 meter hoge gedenkzuil aan de Veurnekaai, graniet met brons door A. Van Mechelen, herdenkt de verdoping tot de huidige namen, honderd jaar nadat Napoleon, het bevel gaf tot het graven van Antwerpens eerste twee besluisde dokken en koning Willem I, die ze in 1815 aan de stad schonk.

 

Lees verder

Schelde Vrij

Na de val van Antwerpen In 1585 sloten de Nederlanders de Schelde de monding van deze rivier af en zo de scheepvaart naar Antwerpen.

Het afknippen van deze levensader was een economische ramp voor onze stad.

Ook omwille van de religieuze onverdraagzaamheid van de Spaanse ciontra-reformatie ontvluchtten tienduizenden Antwerpenaren onze stad, voornamelijk naar Nederland.

Dit drama is vandaag nog altijd in ons collectief geheugen gegrift.

Bij de verovering van de Nederlanden garandeert Napoleon opnieuw de vrije scheepvaart op de Schelde.

Na diens nederlaag en de hereniging van de Nederlanden laat ook Koning Willem de scheepvaart vrij.

Voor hem was Antwerpen van groot economisch en mercantiel belang.

Met de Belgische onafhankelijkheid beginnen de Nederlanders zware tol te heffen op de scheepvaart naar Antwerpen. Ondermeer uit protectionisme naar de Haven van Rotterdam toe.

Door internationale bemiddeling wordt er op 12 mei 1863 een verdrag afgesloten dat de tol afkoopt met een grote som en de vrije scheepvaart garandeert.

Vooral Lord Palmerston van Groot-Brittannië heeft hierin een belangrijke rol gespeeld. Verschil landen vanover heel de wereld ratificeren het Verdrag.

Van dan af is de Schelde echt vrij ( hoewel de Nederlanders omwille van de concurrentie met Rotterdam ons het leven moeilijk blijven maken ). Om dit te vieren wordt beslist om een monument op te richten op de Marnixplaats , genaamd naar Marnix van Sint Aldegonde die in 1585 Antwerpen heldhaftig tegen de Spanjaarden verdedigde.

Vandaag is het plein trouwens een bruisende uitgaansbuurt. Het beeld werd in 1873 ontworpen door architect Jean-Jacques Winders, in samenwerking met de beeldhouwer Louis Dupuis, die de leeuwen en medaillons maakte, Jacques De Braekeleer, die voor Neptunus en Mercurius zorgde en Frans Floris die de schrijvende vrouwenfiguur realiseerde.

Het monument is 20 meter hoog en beslaat een oppervlak – inclusief het hekwerk – van 15,5 bij 15,5 meter. Op een piramidevorm staat een vierkante sokkel met aan elke zijde een masker van een watergod die water spuwt door de doorgebroken ketting van de Schelde heen. Boven elk masker zit een medaillon met een tekst: aan de noordzijde staat de vermelding ‘Door de stad Antwerpen opgericht 1883’, terwijl de teksten op de andere drie zijden de namen vermelden van personen die een belangrijke rol hebben gespeeld in de opheffing van de Scheldesluiting, te weten minister Karel Rogier, baron Auguste Lambermont en burgemeester Marnix van Sint-Aldegonde.

Bovenop deze sokkel staat een obelisk waarop een naakte vrouw de woorden ‘1863 Schelde vrij’ schrijft. De obelisk bevat de portretten van Rogier, Lambermont en Sint-Aldegonde; aan de bovenzijde steekt de boeg van een schip aan weerszijden uit de obelisk.

Op de obelisk staat een beeldengroep van 7 meter hoog. Deze bestaat uit de zeegod Neptunus, geflankeerd door de god van de handel Mercurius en de stedenmaagd. Neptunus draagt een bronzen drietand.

 

Lees verder

Schelde Vrij

Na de val van Antwerpen In 1585 sloten de Nederlanders de Schelde de monding van deze rivier af en zo de scheepvaart naar Antwerpen.

Het afknippen van deze levensader was een economische ramp voor onze stad.

Ook omwille van de religieuze onverdraagzaamheid van de Spaanse ciontra-reformatie ontvluchtten tienduizenden Antwerpenaren onze stad, voornamelijk naar Nederland.

Dit drama is vandaag nog altijd in ons collectief geheugen gegrift.

Bij de verovering van de Nederlanden garandeert Napoleon opnieuw de vrije scheepvaart op de Schelde.

Na diens nederlaag en de hereniging van de Nederlanden laat ook Koning Willem de scheepvaart vrij.

Voor hem was Antwerpen van groot economisch en mercantiel belang.

Met de Belgische onafhankelijkheid beginnen de Nederlanders zware tol te heffen op de scheepvaart naar Antwerpen. Ondermeer uit protectionisme naar de Haven van Rotterdam toe.

Door internationale bemiddeling wordt er op 12 mei 1863 een verdrag afgesloten dat de tol afkoopt met een grote som en de vrije scheepvaart garandeert.

Vooral Lord Palmerston van Groot-Brittannië heeft hierin een belangrijke rol gespeeld. Verschil landen vanover heel de wereld ratificeren het Verdrag.

Van dan af is de Schelde echt vrij ( hoewel de Nederlanders omwille van de concurrentie met Rotterdam ons het leven moeilijk blijven maken ). Om dit te vieren wordt beslist om een monument op te richten op de Marnixplaats , genaamd naar Marnix van Sint Aldegonde die in 1585 Antwerpen heldhaftig tegen de Spanjaarden verdedigde.

Vandaag is het plein trouwens een bruisende uitgaansbuurt. Het beeld werd in 1873 ontworpen door architect Jean-Jacques Winders, in samenwerking met de beeldhouwer Louis Dupuis, die de leeuwen en medaillons maakte, Jacques De Braekeleer, die voor Neptunus en Mercurius zorgde en Frans Floris die de schrijvende vrouwenfiguur realiseerde.

Het monument is 20 meter hoog en beslaat een oppervlak – inclusief het hekwerk – van 15,5 bij 15,5 meter. Op een piramidevorm staat een vierkante sokkel met aan elke zijde een masker van een watergod die water spuwt door de doorgebroken ketting van de Schelde heen. Boven elk masker zit een medaillon met een tekst: aan de noordzijde staat de vermelding ‘Door de stad Antwerpen opgericht 1883’, terwijl de teksten op de andere drie zijden de namen vermelden van personen die een belangrijke rol hebben gespeeld in de opheffing van de Scheldesluiting, te weten minister Karel Rogier, baron Auguste Lambermont en burgemeester Marnix van Sint-Aldegonde.

Bovenop deze sokkel staat een obelisk waarop een naakte vrouw de woorden ‘1863 Schelde vrij’ schrijft. De obelisk bevat de portretten van Rogier, Lambermont en Sint-Aldegonde; aan de bovenzijde steekt de boeg van een schip aan weerszijden uit de obelisk.

Op de obelisk staat een beeldengroep van 7 meter hoog. Deze bestaat uit de zeegod Neptunus, geflankeerd door de god van de handel Mercurius en de stedenmaagd. Neptunus draagt een bronzen drietand.

Lees verder

Hendrik Conscience

Het beeld van Hendrik Conscience (1812-1883) kijkt dominerend uit over het gelijknamige Conscienceplein.

Hij was een geëerd Vlaams schrijver en zoals we op school leerden “ de man die zijn volk leerde lezen “.

Conscience was pro-Belgisch maar wel fel Vlaamsgezind. Het belang van de volkstaal promoten was voor hem een belangrijke missie.

Zijn populairste werk is ongetwijfeld “ de Leeuw van Vlaanderen “.

Hendrik was de zoon van de Antwerpse ongeletterde Cornelia Balieu en Pierre Conscience, afkomstig uit Besançon die werkte voor de Franse marine onder Napoléon en verantwoordelijkheden had in de Antwerpse haven.
Hij leerde Cornelia kennen en bleef na de oorlog in Antwerpen.

Het echtpaar kreeg acht kinderen waarvan er maar twee overleefden waaronder Hendrik.

Hendrik had een zwakke gezondheid en bracht de eerste zeven jaren van zijn leven door op een stoeltje voor de venster.

Zijn moeder monterde hem op door typische Antwerpse verhalen te vertellen. Toen hij later fit genoeg was om op straat te spelen werd hij een geboren verteller voor zijn speelmakkers. Onderwijs werd door zijn vader gegeven.

In de mooie familietuin ontwikkelt hij een passie voor de natuur. Hendrik was een autodidact en leert zo Engels en Frans. Bij het begin van de Belgische Revolutie geeft hij zich op als vrijwilliger.

Toen had hij al nauwe contacten met Jan De Laet ( later Vlaamsgezinde volksvertegenwoordiger) en de Groot Nederlander Theodoor van Rijswijck ( nonkel van de latere burgemeester). Zij worden zijn Antwerpse lettervrienden.

Hij wordt later lid van de rederijkerskamer “ de Olijftak “ en ontwikkelt zich tot volksschrijver. Zijn materiële situatie was echter pover en kunstschilder Gustaaf Wappers bezorgt hem een baan als vertaler bij het provinciaal bestuur. Omwille van zijn Vlaamsgezindheid moet hij hier echter vertrekken en wordt, ook gezien zijn passie, hovenier.

Aanvankelijk schrijft hij Franse gedichten en publiceert “ In ‘t Wonderjaer” 1566” en “”Phantazy” maar zonder veel succes. Hij blijft in de financiële problemen zitten en krijgt een subsidie van Leopold I en een erefunctie als leraar Nederlands van de prinsen.

De grote doorbraak komt er echter met het schrijven van “de Leeuw van Vlaanderen “. Historisch misschien niet altijd accuraat maar dit boek wordt een cruciale stuwer voor de Vlaamse bewustwording in de negentiende eeuw en de groei van de Vlaamse Beweging in de twintigste eeuw.

Dankzij het brede succes verwerft Conscience de bijnaam “ de man die zijn vol leerde lezen”. Nadat veel van zijn kinderen overlijden vlucht Conscience naar Zoersel waar hij de befaamde “De Loteling” schrijft.

Conscience zal in zijn leven en werk veel tegenstand ondervinden omwille van zijn Vlaamsgezindheid. Hij overlijdt op 13 augustus 1883. Eerst begraven op het Kielkerkhof wordt zijn stoffelijk overschot en grafmonument later overgebracht naar het ere-perk van het Schoonselhof. Een terecht eerbetoon voor de man die “ zijn volk leerde lezen “.

 

Lees verder

Hendrik Conscience

Het beeld van Hendrik Conscience (1812-1883) kijkt dominerend uit over het gelijknamige Conscienceplein.

Hij was een geëerd Vlaams schrijver en zoals we op school leerden “ de man die zijn volk leerde lezen “.

Conscience was pro-Belgisch maar wel fel Vlaamsgezind. Het belang van de volkstaal promoten was voor hem een belangrijke missie.

Zijn populairste werk is ongetwijfeld “ de Leeuw van Vlaanderen “.

Hendrik was de zoon van de Antwerpse ongeletterde Cornelia Balieu en Pierre Conscience, afkomstig uit Besançon die werkte voor de Franse marine onder Napoléon en verantwoordelijkheden had in de Antwerpse haven.
Hij leerde Cornelia kennen en bleef na de oorlog in Antwerpen.

Het echtpaar kreeg acht kinderen waarvan er maar twee overleefden waaronder Hendrik.

Hendrik had een zwakke gezondheid en bracht de eerste zeven jaren van zijn leven door op een stoeltje voor de venster.

Zijn moeder monterde hem op door typische Antwerpse verhalen te vertellen. Toen hij later fit genoeg was om op straat te spelen werd hij een geboren verteller voor zijn speelmakkers. Onderwijs werd door zijn vader gegeven.

In de mooie familietuin ontwikkelt hij een passie voor de natuur. Hendrik was een autodidact en leert zo Engels en Frans. Bij het begin van de Belgische Revolutie geeft hij zich op als vrijwilliger.

Toen had hij al nauwe contacten met Jan De Laet ( later Vlaamsgezinde volksvertegenwoordiger) en de Groot Nederlander Theodoor van Rijswijck ( nonkel van de latere burgemeester). Zij worden zijn Antwerpse lettervrienden.

Hij wordt later lid van de rederijkerskamer “ de Olijftak “ en ontwikkelt zich tot volksschrijver. Zijn materiële situatie was echter pover en kunstschilder Gustaaf Wappers bezorgt hem een baan als vertaler bij het provinciaal bestuur. Omwille van zijn Vlaamsgezindheid moet hij hier echter vertrekken en wordt, ook gezien zijn passie, hovenier.

Aanvankelijk schrijft hij Franse gedichten en publiceert “ In ‘t Wonderjaer” 1566” en “”Phantazy” maar zonder veel succes. Hij blijft in de financiële problemen zitten en krijgt een subsidie van Leopold I en een erefunctie als leraar Nederlands van de prinsen.

De grote doorbraak komt er echter met het schrijven van “de Leeuw van Vlaanderen “. Historisch misschien niet altijd accuraat maar dit boek wordt een cruciale stuwer voor de Vlaamse bewustwording in de negentiende eeuw en de groei van de Vlaamse Beweging in de twintigste eeuw.

Dankzij het brede succes verwerft Conscience de bijnaam “ de man die zijn vol leerde lezen”. Nadat veel van zijn kinderen overlijden vlucht Conscience naar Zoersel waar hij de befaamde “De Loteling” schrijft.

Conscience zal in zijn leven en werk veel tegenstand ondervinden omwille van zijn Vlaamsgezindheid. Hij overlijdt op 13 augustus 1883. Eerst begraven op het Kielkerkhof wordt zijn stoffelijk overschot en grafmonument later overgebracht naar het ere-perk van het Schoonselhof. Een terecht eerbetoon voor de man die “ zijn volk leerde lezen “.

 

Lees verder

De Neus Van Sint Andries

Op het Neuzenplein ( officieuze naam) vinden we het beeld van de “ Neus van Sint Andries “ terug.

Antwerpen kende een gevestigde traditie qua poppentheater.

In drie van de Antwerpse poesjenellentheaters was “ de Neus” een prominent personage.

Zo een reputatie verdient natuurlijk een standbeeld.

Op initiatief van de “ Poesje van Sint Andries “ werd vervolgens een standbeeld opgericht.

Het werd verplaatst naar aanleiding van de werken aan de Nationalestraat maar staat nu terug voor altijd op het Neuzenplein.

Neuzenplein is eigenlijk een officieuze naam want hier lopen eigenlijk de Lange Vlierstraat aan de ene kant en de Prekerstraat aan de andere kant.

De naam van het plein officialiseren zou teveel administratieve rompslomp voor de bewoners meebrengen.

De Neus Van Sint Andries

Op het Neuzenplein ( officieuze naam) vinden we het beeld van de “ Neus van Sint Andries “ terug.

Antwerpen kende een gevestigde traditie qua poppentheater.

In drie van de Antwerpse poesjenellentheaters was “ de Neus” een prominent personage.

Zo een reputatie verdient natuurlijk een standbeeld.

Op initiatief van de “ Poesje van Sint Andries “ werd vervolgens een standbeeld opgericht.

Het werd verplaatst naar aanleiding van de werken aan de Nationalestraat maar staat nu terug voor altijd op het Neuzenplein.

Neuzenplein is eigenlijk een officieuze naam want hier lopen eigenlijk de Lange Vlierstraat aan de ene kant en de Prekerstraat aan de andere kant.

De naam van het plein officialiseren zou teveel administratieve rompslomp voor de bewoners meebrengen.

Camille Huysmans

Camille Huysmans ( Bilzen 1871 – Antwerpen 1968 )

Camille Huysmans studeerde Germaanse filologie te Luik.

Hij was leraar van 1893 tot 1897 en daarna journalist en in 1914 mede-oprichter van de Volksgazet.

Samen met de katholiek Frans Van Cauwelaert en de liberaal Louis Franck was hij één van de illustere “ drie kraaiende hanen”, voorvechters van ondermeer de vernederlandsing van de Gentse Universiteit.

Als secretaris van de tweede socialistische Internationale deed hij in 1917 een tevergeefse poging in het neutrale Zweden om als pacifist de Eerste Wereldoorlog te beëindigen.

Hij was een groot voorvechter van de Vlaamse Beweging, vooral ook vanuit emancipatorische overwegingen.

Tijdens de tweede Wereldoorlog verbleef hij in Londen als voorzitter van het Belgisch Parlementair Bureau en lid van de Raadgevende Commissie van de regering Pierlot.

Hij was aanwezig bij de bevrijding van België en schudde de hand bij de aankomst van de bevrijder maarschalk Montgomery.

In 1945 werd hij tot Minister van Staat benoemd. Als tegenstander van de terugkeer van Leopold III leidde hij een linkse regering van 1946 tot 1947.

Vervolgens leidt hij meer dan vijftig jaar de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Onder zijn impuls wordt ook het Noordkasteel tot een gesmaakte recreatiezone omgevormd.

Hij was zeer populair omwille van zijn lange gestalte, koppig doorzettingsvermogen en eigen stijl van gesmaakte humor. Hij huwt nog op hoge leeftijd en schrijft zijn robuuste gezondheid toe aan het eten van look, “ Eet wat dan ook, maar altijd met look”

Hij is ook gekend omwille van zijn geniale humoristische citaten.

Twee voorbeelden : wanneer in de Kamer een voorstel van hem wordt afgewezen met 51 percent zegt hij “ de helft van diegenen die hier zitten zijn ezels “.
Wanneer de Voorzitter hem vraagt die beledigende uitspraak in te trekken, zegt hij “ de helft van diegenen die hier zitten, zijn geen ezels.

Wanneer de partij hem op zeer gezegende leeftijd komt zeggen, “Camille, er is een tijd van komen en van gaan repliceert hij “uw tijd van gaan is gekomen “ “. Hij wou als honderdjarige in het parlement zetel maar wordt dus door de partij geweerd. Hij sticht zijn eigen partij maar wordt ondanks een indrukwekkend aantal voorkeurstemmen niet verkozen.

In 1968 beslist het College van Burgemeester en Schepenen om voor hem een standbeeld op te richten. Vandaag vindt je dit beeld terug aan de ingang van de Camille Huysmanslaan langs de Jan van Rijswijcklaan.

 

Lees verder

Camille Huysmans

Camille Huysmans ( Bilzen 1871 – Antwerpen 1968 )

Camille Huysmans studeerde Germaanse filologie te Luik.

Hij was leraar van 1893 tot 1897 en daarna journalist en in 1914 mede-oprichter van de Volksgazet.

Samen met de katholiek Frans Van Cauwelaert en de liberaal Louis Franck was hij één van de illustere “ drie kraaiende hanen”, voorvechters van ondermeer de vernederlandsing van de Gentse Universiteit.

Als secretaris van de tweede socialistische Internationale deed hij in 1917 een tevergeefse poging in het neutrale Zweden om als pacifist de Eerste Wereldoorlog te beëindigen.

Hij was een groot voorvechter van de Vlaamse Beweging, vooral ook vanuit emancipatorische overwegingen.

Tijdens de tweede Wereldoorlog verbleef hij in Londen als voorzitter van het Belgisch Parlementair Bureau en lid van de Raadgevende Commissie van de regering Pierlot.

Hij was aanwezig bij de bevrijding van België en schudde de hand bij de aankomst van de bevrijder maarschalk Montgomery.

In 1945 werd hij tot Minister van Staat benoemd. Als tegenstander van de terugkeer van Leopold III leidde hij een linkse regering van 1946 tot 1947.

Vervolgens leidt hij meer dan vijftig jaar de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Onder zijn impuls wordt ook het Noordkasteel tot een gesmaakte recreatiezone omgevormd.

Hij was zeer populair omwille van zijn lange gestalte, koppig doorzettingsvermogen en eigen stijl van gesmaakte humor. Hij huwt nog op hoge leeftijd en schrijft zijn robuuste gezondheid toe aan het eten van look, “ Eet wat dan ook, maar altijd met look”

Hij is ook gekend omwille van zijn geniale humoristische citaten.

Twee voorbeelden : wanneer in de Kamer een voorstel van hem wordt afgewezen met 51 percent zegt hij “ de helft van diegenen die hier zitten zijn ezels “.
Wanneer de Voorzitter hem vraagt die beledigende uitspraak in te trekken, zegt hij “ de helft van diegenen die hier zitten, zijn geen ezels.

Wanneer de partij hem op zeer gezegende leeftijd komt zeggen, “Camille, er is een tijd van komen en van gaan repliceert hij “uw tijd van gaan is gekomen “ “. Hij wou als honderdjarige in het parlement zetel maar wordt dus door de partij geweerd. Hij sticht zijn eigen partij maar wordt ondanks een indrukwekkend aantal voorkeurstemmen niet verkozen.

In 1968 beslist het College van Burgemeester en Schepenen om voor hem een standbeeld op te richten. Vandaag vindt je dit beeld terug aan de ingang van de Camille Huysmanslaan langs de Jan van Rijswijcklaan.

 

Lees verder

Nello en Patrasche

Nello en Patrache zijn de hoofdpersonages uit een Engelse roman “ the Dog of Flanders “ uit 1872.

Het verhaal speelt zich af in Hoboken maar ook Antwerpen en de Kathedraal en de schilderijen van Rubens spelen een belangrijke ( dramatische ) rol.

In Japan is deze legende verplichte lectuur. Veel Japanse toeristen kwamen in het verleden aan de toeristische balie vragen waar er iets fysisch te zien was maar niemand kende het verhaal.

Volgens de legende in het boekje is Nello een arme weesjongen die optrekt En bevriend geraakt met een zwervershond Patrache.

Hij wordt ook verliefd op een molenaarsdochter uit Hoboken maar zonder succes.

Samen trekken ze alle dagen samen naar de Kathedraal waar ze de schilderijen van Rubens bewonderen.

Het verhaal eindigt dramatisch wanneer het tweetal door ontbering bevroren sterft aan de voet van de kathedraal.

Het is dus een atypisch kerstverhaal waarin echter trots en onvoorwaardelijke vriendschap centraal staan.

Omdat het verhaal zo geliefd Is door de Japanse toeristen en zich afspeelt in Antwerpen werd beslist voor de kathedraal een (liggend) standbeeld te plaatsen. Het beeld is ontworpen door Batist Vermeulen. Je ziet Nello en Patrache liefdevol in elkaars armen uitdoven.

 

Lees verder

Nello en Patrasche

Nello en Patrache zijn de hoofdpersonages uit een Engelse roman “ the Dog of Flanders “ uit 1872.

Het verhaal speelt zich af in Hoboken maar ook Antwerpen en de Kathedraal en de schilderijen van Rubens spelen een belangrijke ( dramatische ) rol.

In Japan is deze legende verplichte lectuur. Veel Japanse toeristen kwamen in het verleden aan de toeristische balie vragen waar er iets fysisch te zien was maar niemand kende het verhaal.

Volgens de legende in het boekje is Nello een arme weesjongen die optrekt En bevriend geraakt met een zwervershond Patrache.

Hij wordt ook verliefd op een molenaarsdochter uit Hoboken maar zonder succes.

Samen trekken ze alle dagen samen naar de Kathedraal waar ze de schilderijen van Rubens bewonderen.

Het verhaal eindigt dramatisch wanneer het tweetal door ontbering bevroren sterft aan de voet van de kathedraal.

Het is dus een atypisch kerstverhaal waarin echter trots en onvoorwaardelijke vriendschap centraal staan.

Omdat het verhaal zo geliefd Is door de Japanse toeristen en zich afspeelt in Antwerpen werd beslist voor de kathedraal een (liggend) standbeeld te plaatsen. Het beeld is ontworpen door Batist Vermeulen. Je ziet Nello en Patrache liefdevol in elkaars armen uitdoven.

Lees verder

Rosalie

Op de hoek van de Ernest Van Dijckkaai en de Suikerrui
( doorlopend tot de Kaasstraat ) prijkt het monumentaal Hansahuis, een van de eerste kantoorgebouwen van Antwerpen, ontworpen door architect Jos Hertogs.

Aan de zijde van de Kaasstraat vind je het monument terug van de muze “Rosalie” uit de hand van de bekende beeldhouwer Jef Lambeaux.

Het vaak gefotografeerde beeld wijst overduidelijk naar het pand “ het Groot Radt derAvonturen” waar naar verluidt Jef Lambeaux zijn atelier had en nu de winkel Rose d’Anvers gevestigd is en de eigenares toevalig ook Rosalie heet.

De echte Rosalie die model stond voor het beeld was naar men zegt een boezemvriendin van de bekende beeldhouwer…

Het pand

Rosalie

Op de hoek van de Ernest Van Dijckkaai en de Suikerrui
( doorlopend tot de Kaasstraat ) prijkt het monumentaal Hansahuis, een van de eerste kantoorgebouwen van Antwerpen, ontworpen door architect Jos Hertogs.

Aan de zijde van de Kaasstraat vind je het monument terug van de muze “Rosalie” uit de hand van de bekende beeldhouwer Jef Lambeaux.

Het vaak gefotografeerde beeld wijst overduidelijk naar het pand “ het Groot Radt derAvonturen” waar naar verluidt Jef Lambeaux zijn atelier had en nu de winkel Rose d’Anvers gevestigd is en de eigenares toevalig ook Rosalie heet.

De echte Rosalie die model stond voor het beeld was naar men zegt een boezemvriendin van de bekende beeldhouwer…

Het pand

Lodewijk Van Bercken

Lodewyk Van Bercken ( Brugge ca. 1436 – Antwerpen ca. 1520) is volgens sommige bronnen ( hoewel volgens sommigen een legende ) de uitvinder van het diamantslijpen.

In ieder geval wordt hij in Antwerpen nog altijd geëerd omwille van deze uitvinding.

In 1456 ontdekt Van Bercken het moderne diamantslijpen met een gietijzeren draaischijf en olijfolie.

Op deze wijze sleep hij de “ Fiorentiner” van Karel de Stoute.

Na de verzanding van het Zwin verhuizen de maritieme activiteiten van Brugge naar de Schelde in Antwerpen.

Op dat moment zijn het vooral de uit Portugal gevluchte Joden die , gezien hun bijzondere handelsrelaties met India, diamanten aanvoeren en zo Antwerpen, tot op vandaag, het wereldcentrum van diamant, maakten

U vindt het standbeeld van Lodewijk Van Bercken terug in de nis van het gebouw op de hoek van de Leysstraat en de Jezusstraat.

Het beeld is van de hand van Frans Joris Voor dit artikel werd gebruikt gemaakt van het boek “55 heroes” van de auteur Freddy Michiels.

 

Lees verder

Lodewijk Van Bercken

Lodewyk Van Bercken ( Brugge ca. 1436 – Antwerpen ca. 1520) is volgens sommige bronnen ( hoewel volgens sommigen een legende ) de uitvinder van het diamantslijpen.

In ieder geval wordt hij in Antwerpen nog altijd geëerd omwille van deze uitvinding.

In 1456 ontdekt Van Bercken het moderne diamantslijpen met een gietijzeren draaischijf en olijfolie.

Op deze wijze sleep hij de “ Fiorentiner” van Karel de Stoute.

Na de verzanding van het Zwin verhuizen de maritieme activiteiten van Brugge naar de Schelde in Antwerpen.

Op dat moment zijn het vooral de uit Portugal gevluchte Joden die , gezien hun bijzondere handelsrelaties met India, diamanten aanvoeren en zo Antwerpen, tot op vandaag, het wereldcentrum van diamant, maakten

U vindt het standbeeld van Lodewijk Van Bercken terug in de nis van het gebouw op de hoek van de Leysstraat en de Jezusstraat.

Het beeld is van de hand van Frans Joris Voor dit artikel werd gebruikt gemaakt van het boek “55 heroes” van de auteur Freddy Michiels.

Lees verder

Peter de Grote

Peter De Grote ( Moskou 1672-Sint Petersburg 1725 ) was tsaar van Rusland van 1862 tot aan zijn dood in 1725.
Hij was ook echt groot ( zeker voor die tijd ).
Hij mat maar liefst 204 centimeter.Peter de Grote had zijn blik enorm op het westen gericht en was geboeid door de evoluties daar.Hij was dan ook de eerste tsaar die buiten de grenzen van het rijk reisde.Hij hervormde het leger, de kerk, de handel, nijverheid, het onderwijs en de volksgezondheid.

Hij maakte hij van Rusland een grootmacht.

Cultureel wou hij Rusland wat verwestersen.

Zo moesten bijvoorbeeld mannen hun baarden afscheren.

Hij was een grote bewonderaar van zeilen en schepen omdat deze vervoersmiddelen Rusland uit hun isolement zouden brengen.

Hij trok op studiereis naar Nederland (Zaandam) om persoonlijk te zien hoe een schip gebouwd werd.

Hij had een bijzondere brede, wereldse blik. Zo liet hij meerdere boeken vertalen vanuit het Nederlands , Frans, Duits en Engels naar het Russisch. De enige vreemde taal die hij zelf sprak was Nederlands !

Onder zijn bewind verscheen ook de eerst krant in Rusland.

Peter De Grote had ook een grote seksuele appetijt. In Nederland had hij een minnares en in Rusland had hij bij twee vrouwen vijftien kinderen.

Ook culinair had hij een flinke appetijt. TijdenS een doorreis naar Frankrijk in 1717 verblijft hij kortstondig in Antwerpen. De rekeningen van zijn banketten, bewaard in het stadsarchief, zijn astronomisch.

Ook in Antwerpen bezoekt hij een scheepswerf. Op het einde van de Kloosterstraat op het pleintje aan de Riemstraat wordt een ( natuurlijk groot) standbeeld voor hem opgericht.

Het beeld is van de hand van Georgi Frangoeijan.

Voor dit artikel gebruik gemaakt van het boek van de Antwerpse auteur Freddy Michiels ” 55 Heroes “.

 

Lees verder

Peter de Grote

Peter De Grote ( Moskou 1672-Sint Petersburg 1725 ) was tsaar van Rusland van 1862 tot aan zijn dood in 1725.
Hij was ook echt groot ( zeker voor die tijd ).
Hij mat maar liefst 204 centimeter.Peter de Grote had zijn blik enorm op het westen gericht en was geboeid door de evoluties daar.Hij was dan ook de eerste tsaar die buiten de grenzen van het rijk reisde.Hij hervormde het leger, de kerk, de handel, nijverheid, het onderwijs en de volksgezondheid.

Hij maakte hij van Rusland een grootmacht.

Cultureel wou hij Rusland wat verwestersen.

Zo moesten bijvoorbeeld mannen hun baarden afscheren.

Hij was een grote bewonderaar van zeilen en schepen omdat deze vervoersmiddelen Rusland uit hun isolement zouden brengen.

Hij trok op studiereis naar Nederland (Zaandam) om persoonlijk te zien hoe een schip gebouwd werd.

Hij had een bijzondere brede, wereldse blik. Zo liet hij meerdere boeken vertalen vanuit het Nederlands , Frans, Duits en Engels naar het Russisch. De enige vreemde taal die hij zelf sprak was Nederlands !

Onder zijn bewind verscheen ook de eerst krant in Rusland.

Peter De Grote had ook een grote seksuele appetijt. In Nederland had hij een minnares en in Rusland had hij bij twee vrouwen vijftien kinderen.

Ook culinair had hij een flinke appetijt. TijdenS een doorreis naar Frankrijk in 1717 verblijft hij kortstondig in Antwerpen. De rekeningen van zijn banketten, bewaard in het stadsarchief, zijn astronomisch.

Ook in Antwerpen bezoekt hij een scheepswerf. Op het einde van de Kloosterstraat op het pleintje aan de Riemstraat wordt een ( natuurlijk groot) standbeeld voor hem opgericht.

Het beeld is van de hand van Georgi Frangoeijan.

Voor dit artikel gebruik gemaakt van het boek van de Antwerpse auteur Freddy Michiels ” 55 Heroes “.

 

Lees verder

Pieter Appelmans

Pieter Appelmans was de zoon van Jan, eveneens architect van de Antwerpse kathedraal.
In 1398 werd Pieter meester steenkapper en in 1406 begint hij onder zijn vader als meester “ van de wercke ende metselaren van Onzer Vrouwe kercke “.

Na de dood van zijn vader zet hij diens werk verder.
In die tijd zagen architecten vaak het eindresultaat van hun werk niet.

Hij maakt plannen voor twee torens en de bouw van het zuidelijk deel achter het priesterkoor.

De tweede toren zal nooit gebouwd worden. Veel Antwerpenaren zijn hier, tot op vandaag, van blijven dromen.

Bij de bouw van de Kathedraal wordt ook rekening gehouden met het feit dat de binnenstad toen regelmatig onder water liep. ( de tijmuur kwam er pas in de jaren zeventig van de twintigste eeuw ! ).

Pieter ontwierp ook de plannen voor de gotische Sint-Niklaaskapel in Antwerpen, gebouwd tussen 1419 en 1423.

 

In 1425 wordt hij door de Stad aangeduid als “gesworen erfscheyder” die moest beslissen over het gebruik en afscheiding van stadseigendommen. Een soort landmeter avant la lettre dus.

Sedert 1868 wordt een zijstraat van de De Keyserlei naar hem genoemd.

Jef Lambeaux maakte een beeldengroep ter ere van Pieter Appelmans aan de Handschoenmarkt/Jan Blomstraat aan de zijkant van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Het zijn vier beelden van steenkappers waarvan het bovenste beeld Appelmans voorstelt.

Vaak staan er hier ook vakkundig geschminkte menselijke kopijen van de beelden. “Levende ” standbeelden dus tot jolijt van de talrijke voorbijgangers. Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van het boek van de Antwerpse auteur Freddy Michiels ” 55 heroes”.

 

Lees verder

Pieter Appelmans

Pieter Appelmans was de zoon van Jan, eveneens architect van de Antwerpse kathedraal.
In 1398 werd Pieter meester steenkapper en in 1406 begint hij onder zijn vader als meester “ van de wercke ende metselaren van Onzer Vrouwe kercke “.

Na de dood van zijn vader zet hij diens werk verder.
In die tijd zagen architecten vaak het eindresultaat van hun werk niet.

Hij maakt plannen voor twee torens en de bouw van het zuidelijk deel achter het priesterkoor.

De tweede toren zal nooit gebouwd worden. Veel Antwerpenaren zijn hier, tot op vandaag, van blijven dromen.

Bij de bouw van de Kathedraal wordt ook rekening gehouden met het feit dat de binnenstad toen regelmatig onder water liep. ( de tijmuur kwam er pas in de jaren zeventig van de twintigste eeuw ! ).

Pieter ontwierp ook de plannen voor de gotische Sint-Niklaaskapel in Antwerpen, gebouwd tussen 1419 en 1423.

In 1425 wordt hij door de Stad aangeduid als “gesworen erfscheyder” die moest beslissen over het gebruik en afscheiding van stadseigendommen. Een soort landmeter avant la lettre dus.

Sedert 1868 wordt een zijstraat van de De Keyserlei naar hem genoemd.

Jef Lambeaux maakte een beeldengroep ter ere van Pieter Appelmans aan de Handschoenmarkt/Jan Blomstraat aan de zijkant van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Het zijn vier beelden van steenkappers waarvan het bovenste beeld Appelmans voorstelt.

Vaak staan er hier ook vakkundig geschminkte menselijke kopijen van de beelden. “Levende ” standbeelden dus tot jolijt van de talrijke voorbijgangers. Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van het boek van de Antwerpse auteur Freddy Michiels ” 55 heroes”.

Lees verder

De Buildrager

“ de buidrager verzinnebeeldt voor ons de onsterfelijke fierheid van Antwerpen, de onverwoestbare beslotenheid van ons volk om op zijn arbeid, zijn vrijheid te bouwen en op zijn vrijheid en schoonheid, zijn grootheid “

Dit waren de woorden waarmee toenmalig burgemeester Lode Craeybeckx op 4 september 1950 op het plantsoen naast het Stadhuis ( Suikerrui ) het beeld van de buildrager onthulde.

Op de arduinen sokkel staan de woorden “ Arbeid en Vrijheid “.

De buildrager staat symbool voor de Antwerpse dokwerker.
Veel mensen zeggen trouwens nog altijd foutief “ Buideldrager” wat totaal fout is.
Buil komt van de verbastering van het Engelse woord voor “baal”, buil wat de dokwerkers veel moesten sjouwen.

Het beeld is een eerbetoon aan de dokwerkers die in de periode 1944-45 de haven ( en dus de militaire geallieerde toevoer) ondanks het oorlogsgeweld en de V -bommen die Antwerpen teisterden.

Door hun moed en inzet konden er tonnen legermateriaal, voedsel , munitie en troepen gelost worden zodat de definitieve bevrijding door Amerikanen en Britten kon versneld worden.

Het beeld is ontworpen door Constant Meunier en toont een fiere havenarbeider met de typische hoofdbedekking om de nek te beschermen tegen de te sjouwen builen.

Meunier maakte het beeld voor het eerst in 1850 maar het werd opnieuw gegoten in 1950, het verwelkomt de gasten aan de zij-ingang van het Stadhuis en is een icoon op de Suikerrui.

Gezien de werken aan het stadhuis is het beeld tijdelijk verhuisd naar het Eilandje ( Cadixplein ) maar de gemeenteraad engageerde zich reeds om het beeld na de renovatie van het Stadhuis terug op zijn oorspronkelijke plek te plaatsen !

 

Lees verder

De Buildrager

“ de buidrager verzinnebeeldt voor ons de onsterfelijke fierheid van Antwerpen, de onverwoestbare beslotenheid van ons volk om op zijn arbeid, zijn vrijheid te bouwen en op zijn vrijheid en schoonheid, zijn grootheid “

Dit waren de woorden waarmee toenmalig burgemeester Lode Craeybeckx op 4 september 1950 op het plantsoen naast het Stadhuis ( Suikerrui ) het beeld van de buildrager onthulde.

Op de arduinen sokkel staan de woorden “ Arbeid en Vrijheid “.

De buildrager staat symbool voor de Antwerpse dokwerker.
Veel mensen zeggen trouwens nog altijd foutief “ Buideldrager” wat totaal fout is.
Buil komt van de verbastering van het Engelse woord voor “baal”, buil wat de dokwerkers veel moesten sjouwen.

Het beeld is een eerbetoon aan de dokwerkers die in de periode 1944-45 de haven ( en dus de militaire geallieerde toevoer) ondanks het oorlogsgeweld en de V -bommen die Antwerpen teisterden.

Door hun moed en inzet konden er tonnen legermateriaal, voedsel , munitie en troepen gelost worden zodat de definitieve bevrijding door Amerikanen en Britten kon versneld worden.

Het beeld is ontworpen door Constant Meunier en toont een fiere havenarbeider met de typische hoofdbedekking om de nek te beschermen tegen de te sjouwen builen.

Meunier maakte het beeld voor het eerst in 1850 maar het werd opnieuw gegoten in 1950, het verwelkomt de gasten aan de zij-ingang van het Stadhuis en is een icoon op de Suikerrui.

Gezien de werken aan het stadhuis is het beeld tijdelijk verhuisd naar het Eilandje ( Cadixplein ) maar de gemeenteraad engageerde zich reeds om het beeld na de renovatie van het Stadhuis terug op zijn oorspronkelijke plek te plaatsen !

 

Lees verder

Yan Shufen

Het kunstwerk ¨de Vredeshand¨ van Yan Shufen

De Chinese beeldhouwster Yan Shufen ontwierp en creëerde het symbolische kunstwerk, ¨de Vredeshand¨ vandaag te bewonderen in het Centraal Station van Antwerpen.

Yan Shufen is de ontwerper van o.m. de trofee van ¨the hundred flowers awards¨( de meest prestigieuze film Awards van China ), het beeld van de mascotte van de “ Asian Games” in 1990 ( de panda Panpan ) en recent het bronzen oorlogsmonument in de stad Poperinge ter herdenking van de Chinese gesneuvelden tijdens de Eerste Wereldoorlog.

In beeld de “ Vredeshand” kan je zowel een hand, symbool van de Antwerpen, als een duif in herkennen, symbool van de Vrede.

Yan Shufen wil daarmee haar wens voor wereldvrede als haar erkenning voor de Stad Antwerpen uitdrukken.

Yan Shufen

Het kunstwerk ¨de Vredeshand¨ van Yan Shufen

De Chinese beeldhouwster Yan Shufen ontwierp en creëerde het symbolische kunstwerk, ¨de Vredeshand¨ vandaag te bewonderen in het Centraal Station van Antwerpen.

Yan Shufen is de ontwerper van o.m. de trofee van ¨the hundred flowers awards¨( de meest prestigieuze film Awards van China ), het beeld van de mascotte van de “ Asian Games” in 1990 ( de panda Panpan ) en recent het bronzen oorlogsmonument in de stad Poperinge ter herdenking van de Chinese gesneuvelden tijdens de Eerste Wereldoorlog.

In beeld de “ Vredeshand” kan je zowel een hand, symbool van de Antwerpen, als een duif in herkennen, symbool van de Vrede.

Yan Shufen wil daarmee haar wens voor wereldvrede als haar erkenning voor de Stad Antwerpen uitdrukken.

Jan Olieslagers

Jan Olieslagers ( Antwerpen 1883- Berchem 1942 )

In zijn jonge jaren was Jan een vermaarde wielrenner voor het fietsmerk Minerva.

Later verwierf hij het recht om Minerva motoren te verkopen.

Hij wordt lid van de Antwerp Motor Club en wint een gouden medaille bij de kampioenschappen op de piste in Zurenborg.

In 1901 haalt hij aan een snelheid van 80 km/uur een wereldrecord.
Dat levert hem de bijnaam “ den Antwerpschen Duvel “ op.

In 1904 wint hij de motorrace Parijs-Bordeaux-Parijs.

Daarna zet hij nog verschillende snelheidrecords op zijn naam.

Maar Jan zal vooral herinnerd worden als luchtvaartpionier én vooral grondlegger van de Internationale Luchthaven van Antwerpen.

Jan Olieslagers kocht van Blériot zijn eerste vliegtuig ( Blériot XI).

Hij crasht twee keer maar blijft toch vliegen en wint prijzen als piloot tijdens vliegshows en wedstrijden.
Hij vestigde meerdere wereldrecords op zijn naam.

Na de eerste Wereldoorlog ( die voor het eerst ook in de lucht wordt uitgevochten ) focust Jan zich op de ontwikkeling van de luchtvaart in Antwerpen. Hij kan de Belgische overheid overtuigen om een Internationale luchthaven in Antwerpen te bouwen.

In 1923 vindt de opening van deze luchthaven plaats en de toegangsweg wordt officieel omgedoopt tot “ Jan Olieslagerstraat “. In 1927 wordt hij voorzitter van de “ Antwerp Aviation Club “ ( later RAAC).

Tien jaar na zijn overlijden, op 4 mei 1953, werd een standbeeld onthuld door zijn weduwe nabij de ingang van de luchthaven. Een initiatief van de AAC.

Het beeld is een ontwerp van AAC-lid Willy Kreitz.

 

Lees verder

Jan Olieslagers

 

Jan Olieslagers ( Antwerpen 1883- Berchem 1942 )

In zijn jonge jaren was Jan een vermaarde wielrenner voor het fietsmerk Minerva.

Later verwierf hij het recht om Minerva motoren te verkopen.

Hij wordt lid van de Antwerp Motor Club en wint een gouden medaille bij de kampioenschappen op de piste in Zurenborg.

In 1901 haalt hij aan een snelheid van 80 km/uur een wereldrecord.
Dat levert hem de bijnaam “ den Antwerpschen Duvel “ op.

In 1904 wint hij de motorrace Parijs-Bordeaux-Parijs.

Daarna zet hij nog verschillende snelheidrecords op zijn naam.

Maar Jan zal vooral herinnerd worden als luchtvaartpionier én vooral grondlegger van de Internationale Luchthaven van Antwerpen.

Jan Olieslagers kocht van Blériot zijn eerste vliegtuig ( Blériot XI).

Hij crasht twee keer maar blijft toch vliegen en wint prijzen als piloot tijdens vliegshows en wedstrijden.
Hij vestigde meerdere wereldrecords op zijn naam.

Na de eerste Wereldoorlog ( die voor het eerst ook in de lucht wordt uitgevochten ) focust Jan zich op de ontwikkeling van de luchtvaart in Antwerpen. Hij kan de Belgische overheid overtuigen om een Internationale luchthaven in Antwerpen te bouwen.

In 1923 vindt de opening van deze luchthaven plaats en de toegangsweg wordt officieel omgedoopt tot “ Jan Olieslagerstraat “. In 1927 wordt hij voorzitter van de “ Antwerp Aviation Club “ ( later RAAC).

Tien jaar na zijn overlijden, op 4 mei 1953, werd een standbeeld onthuld door zijn weduwe nabij de ingang van de luchthaven. Een initiatief van de AAC.

Het beeld is een ontwerp van AAC-lid Willy Kreitz.

 

Lees verder

Den Deugnit

(” Deugeniet “op zijn Antwerps)

Den Deugniet is een bronzen beeldje dat staat op de hoek van den Oudaan en de Korte Gasthuisstraat

Het beeldje werd in 1976 gegoten door Luc Verlee en plechtig geplaatst op 2 juli 1997.

De vereniging ” Den Deugniet”,  met als huidig voorzitter Yves-Michel Kinet, zorgt ervoor dat het beeldje regelmatig een nieuw kostuumpje krijgt.

Dit wordt altijd plechtig en uitbundig gevierd.

Het gebeurt ook al eens dat het ventje ontvoerd wordt tot jolijt van sommigen maar treurnis voor velen !

Over het poepje van Den Deugniet wrijven zou immers geluk brengen !
Daarom ook dat het blinkt ….

Den Deugniet heeft lak ( in het Antwerps “het schijt ) aan de burgerlijke Sinjoor.

Op de sokkel vinden we een lied van de Antwerpse volkszanger John Lundström.

Den Deugnit

Oep den Oudaan stoh’ der nondedzju
e ventshen in z’n bloête ku
‘t is famille van Manneke Pis
ge kund góe’ zing da’t nen Deugnit is
Refrein:
Ja ja ja
Mense blefd toch staan
en komd der mor is aan
mor dóe-g-et meh fatsoeng
dan meud’ e wenske doeng
‘t is ‘t allerschoênste gat
van iêl de koekkestad
ja iêl de wereld rond
vind men giên schoêner kont
(refrein)
Er sta’ geschreven onderaan
“Meh iêl de stad, mor ni meh mij”
en die da ni’ góe’ verstaan
zen ni’ van ier, geloêfd me vrij

 

Lees verder

Den Deugnit

(” Deugeniet “op zijn Antwerps)

Den Deugniet is een bronzen beeldje dat staat op de hoek van den Oudaan en de Korte Gasthuisstraat

Het beeldje werd in 1976 gegoten door Luc Verlee en plechtig geplaatst op 2 juli 1997.

De vereniging ” Den Deugniet”,  met als huidig voorzitter Yves-Michel Kinet, zorgt ervoor dat het beeldje regelmatig een nieuw kostuumpje krijgt.

Dit wordt altijd plechtig en uitbundig gevierd.

Het gebeurt ook al eens dat het ventje ontvoerd wordt tot jolijt van sommigen maar treurnis voor velen !

Over het poepje van Den Deugniet wrijven zou immers geluk brengen !
Daarom ook dat het blinkt ….

Den Deugniet heeft lak ( in het Antwerps “het schijt ) aan de burgerlijke Sinjoor.

Op de sokkel vinden we een lied van de Antwerpse volkszanger John Lundström.

Den Deugnit

Oep den Oudaan stoh’ der nondedzju
e ventshen in z’n bloête ku
‘t is famille van Manneke Pis
ge kund góe’ zing da’t nen Deugnit is
Refrein:
Ja ja ja
Mense blefd toch staan
en komd der mor is aan
mor dóe-g-et meh fatsoeng
dan meud’ e wenske doeng
‘t is ‘t allerschoênste gat
van iêl de koekkestad
ja iêl de wereld rond
vind men giên schoêner kont
(refrein)
Er sta’ geschreven onderaan
“Meh iêl de stad, mor ni meh mij”
en die da ni’ góe’ verstaan
zen ni’ van ier, geloêfd me vrij

 

Lees verder