Ontdek Antwerpen

Het Eilandje

Het Eilandje , de maritieme Schone slaapster
Vandaag definiëren we het Eilandje fysisch van de Brouwersvliet Godefriduskaai tot aan het nieuwe Havenhuis. In de volksmond is de term echter ontstaan rond de zone Bonapartesluis ( toen nog open ) Verbindingsdok , Kattendijkdok en Kattendijksluis. Wanneer je in die zone woonde en de bruggen waren omhoog zat je letterlijk op een eiland. Een oude “eilandbewoner” vertelde mij dat het het ideale excuus was om te laat op school te komen of op uw werk. Ideale plaats ook vroeger voor vreemdgangers, je kwam er nu niet bepaald onmiddellijk bekend volk tegen en je had er wel een paar “kamer” hotelletjes… De ontwikkeling van het Eilandje , of Nieuwstad , begint met de stadsuitbreiding onder impuls van Gilbert Van Schoonbeke ,projectontwikkelaar avant la lettre. Hij zou ook andere delen van de stad zoals de zone Theaterplein , in samenwerking met de stad urbanistisch vormgeven. Antwerpen , in de zestiende eeuw al een wereldhaven barstte, ook maritiem, uit zijn voegen. Schepen werden behandeld op de Schelde en in de vlieten. Het stadsbestuur vroeg dus aan de ontwikkelaar Gilbert Van Schoonbeke , ontwikkelaar (sommige zeggen

speculant) om het zompig gebied ten noorden van te stad maritiem te ontsluiten en tot ontwikkeling te brengen .
Gilbert van Schoonbeke maakte dus een plan om het zompig gebied van 25 ha ten noorden van de stad binnen de muren te brengen.
Ter plekke moest een woonwijk, de Nieuwstad, worden gebouwd en vier binnenhavens. Drie werden er uitgevoerd; voor de meest zuidelijke, de Brouwersvliet, werd de oude stadswal gebruikt, volgens de vroeger gebruikte methode van ombouw van vestingwater tot binnenhaven. Maar de andere twee, de Timmervliet en Middelvliet, waren de eerste aanlegplaatsen van de Antwerpse haven speciaal aangelegd om schepen te ontvangen.
Vooral de Middelvliet was Antwerps trots: grote karvelen en galjoenen tot 200 ton en zelfs meer konden er moeiteloos binnenvaren. Dit alles werd in goede banen geleid door de kaaimeesters die ook aan de stadsvlieten toezicht hielden op het scheepvaartverkeer. Aan zijn oever werd omstreeks 1560 het indrukwekkende Oostershuis oftewel het hanzahuis (niet te verwarren met het rederijhuis/hansahuis op de Suikerrui) opgetrokken. Het diende als zetel van de Duitse Hanze, een koopliedenvereniging en stedenbond.
Vooral Amsterdamse schepen, bevracht met graanvan de Oostzeelanden, liepen er binnen. Hierdoor werd deze binnenhaven ook Graanvliet, Korenvliet of Oostersevliet genoemd. De Spaanse soldenier Christoval de Andrade leverde in 1611 het volgende ooggetuigenverslag: “Gans het deel dat men Nieuwstad heet is verdeeld door grote kanalen die heel handig zijn aangebracht in het midden der straten. Er zijn talrijke houten ophaalbruggen die men kan halen en neerlaten voor de bediening der kanalen.” In tegenstelling met de oude binnenhaven waren deze van de Nieuwstad door sas- en sluisdeuren van de Schelde afgesloten. Antwerpen werd een dokhaven en zou dat voortaan blijven.
Het is dan wachten op Napoleon Bonaparte die Antwerpen bezoekt en , eufemistisch uitgedrukt , de maritieme infrastructuur ondermaats vindt. Hij geeft dus opdracht een volwaardige sluis en een dok te laten aanleggen in 1811. Twee dokken – petit et grand bassin Napoleon besliste bij decreet van 26 juli 1803 dat er in het noorden van Antwerpen, binnen de zestiende-eeuwse omwalling, twee dokken zouden worden gegraven. Het eerste dok zou bij eb droogvallen en het tweede dok zou toegankelijk zijn door middel van een sluis die het waterpeil op voldoende hoog niveau hield om de schepen drijvende te houden.
De twee dokken werden ontworpen door de Franse ingenieur Joseph Nicolas Mengin (1760-1842). Eerst werd gewerkt aan het graven van de voorhaven (het latere Bonapartedok). Vanaf ongeveer 1810 werd het Grote Dok (het latere Willemdok) aangepakt. Vanaf 1805 werd het ontwerp van de dokken zo gewijzigd dat ook grote oorlogsschepen in de dokken konden aanleggen. De voorhaven werd ook nu ook uitgerust met een zeesluis en zou dus niet droogvallen. Aan de oostzijde van het Willemdok werden in 1813-1814 twee 93 meter lange droogdokken met schipdeuren aangelegd door generaal L.C. Boistard. Het noordelijke droogdok werd echter nooit voltooid.
Eens Napoleon verslagen is in 1815 in Waterloo, komt sir Arthur Wellesley, de éérste hertog van Wellington naar Antwerpen. Hij ziet dat Napoleon een invasie vanuit Antwerpen wilde lanceren na zijn nederlaag en ontdekt op het Eilandje 8 Franse fregatten en 12 nog net niet afgewerkte op het Zuid. De Engelse marine telde op dat moment 19 fregatten. Napoleon had er 20 in Antwerpen en nog eens 26 in Le Havre. Wellington legt de Antwerpenaren het verbod op om nog oorlogsschepen te bouwen. Natuurlijk lappen de Nederlanders die hier de nieuwe bazen zijn tot 1830 dat aan hun laars maar het markante is wel dat de overwinnaar van Waterloo, de hertog van Wellington in Antwerpen was geweest.
Na zijn nederlaag wordt , onder het bewind van Koning Willem, de Antwerpse economie zeer gunstig gezind , om een naastliggend groot dok te bouwen en de Koninklijke Stapelhuizen te laten bouwen ( den “Entrepot”). Aanvankelijk noemde men deze , ondertussen meer dan twee eeuwen oude, dokken het Kleine en het Grote Dok. Het stadsbestuur besluit later om ze uit eerbetoon het Bonapartedok en het Willemdok te noemen. Hier meren tijdens de 19 e eeuw de grote zeilschepen aan en worden hier behandeld. Het stadsbestuur laat grote pakhuizen bouwen zoals Felix en Godefridus die gelukkig bewaard zijn gebleven , gerenoveerd en een nieuwe functie hebben gekregen .
Het Felix Pakhuis is vandaag het Stadsarchief, het collectief geheugen van de stad op papier. Leuk om weten over het Felix pakhuis is: “de kattenpoepper” Van de ééne kat naar de andere, allez t’is te zeggen, in’t Felix pakhuis op het Eilandje kwam alles binnen van eten en drinken. Alles werd daar ingeladen en verwerkt en verpakt. Uiteraard krioelde dat daar van de ratten en de muizen. Dat werd zo erg dat het Felix pakhuis er alles aan deed om zoveel mogelijk katten te lokken, straatkatten natuurlijk die niet bang waren van ratten. Natuurlijk die beesten moesten eten en drinken en dan werd er “ne kattenpoepper” aangesteld. Dat was iemand die op het laatste van zijn carriere “ne lichtere dienst” kreeg maar op den duur werden er meerdere aangesteld. En die mannen moesten kattenstront opruimen, die beesten te eten geven en te drinken en ze vrij houden van vlooien. Dat was een serieuze job zenne, zo serieus zelfs dat het ambt officieel erkend werd. Het was hard werken maar de kattenpoepper werd goed betaald. Het was een heel verantwoordelijke job want een kat is een beest waar ge niet mee doet wat ge wilt en als katten het moe zijn trappen ze het af dus de kattenpoepper moest er in de éérste plaats voor zorgen dat al die katten in het Felix pakhuis bleven want de muizen en de ratten, die bleven er ook. Als ge heden ten dagen door het Felix pakhuis wandelt kijk dan links en rechts naar de metalen deuren onderaan, daar zie je kleine ronde gaten, getuigen van wat ik net vertelde, groot genoeg om katten door te laten om te jagen op muizen en ratten.
Einde 19 e eeuw breidt de stad de haven verder uit naar het noorden met de bouw van het Kattendijkdok. De haven is inmiddels al zo groot dat de dokwerkers , wanneer ze naar het noorden van het Kattendijkdok moeten gaan werken spreken over “Siberië”. Vandaar de naam Siberiabrug. Met de verdere uitbreiding van de haven naar het Noorden en de vergroting van de schepen , begint het Eilandje zijn belang voor de maritieme zeevaart geleidelijk te verliezen. Bonaparte -en Willemdok krijgen meer een functie voor de binnenvaart. Het Eilandje wordt wel de gegeerde woonplaats voor binnenschippers en een bruisende uitgaansbuurt met talloze cafés en dansgelegenheden. Met iconen zoals Atlantic (“ den Doove”), den Big Ben en de Washington. Den Doove was een begrip in het Antwerpse uitgaansleven op het eilandje. Een begrip dat centraal stond voor nachtelijk uitgaansplezier, bangelijke muziek en dansen tot ge uw benen niet meer voelde. Daar stond men tot in de vroege uurtjes op de tafels te dansen. De Washington had naam en faam, eerder bekend bij “zwoare joenges”, een keet met reputatie en waar toch regelmatig gevochten werd.
Einde jaren 80 begint het Eilandje in te dommelen met veel leegstand. Het Willemdok wordt een wachtplaats voor binnenschepen. Ironie is dat het gebied gelukkig toen niet door ontwikkelaars ontdekt werd omdat zo veel historische gebouwen ( bijvoorbeeld de Red Star Line ) bewaard zijn gebleven net als de markante relicten zoals de Nassaubrug ( inmiddels gerenoveerd) , de sluiswachtershuisjes en dergelijke.
Begin jaren 90 ontstaat dan de publieke discussie over de toekomst van de Koninklijke Stapelhuizen , den “Entrepot” met voor en tegenstanders. Uitzindelijk wordt beslist ze af te breken en een nieuwe ontwikkeling neer te zetten met ondermeer de bouw van het vorige Havenhuis. In 1996 vinden de Schepen van de Haven, Leo Delwaide en de Schepen van Ruimtelijke Ordening , Mieke Vogels elkaar om van het oude havengebied een bloeiende stadswijk te maken. Eerste impulsen zijn de ombouw van het Willemdok tot een jachthaven en de prachtige heraanleg van de Napoleonkaai. Later volgen de renovatie van het Felix Pakhuis en de bouw van het Mas. Ondertussen hebben ook privé ontwikkelaars het Eilandje ontdekt en bouwen ze aan een flink tempo nieuwe woongelegenheden.
De maritieme slaapster is ontwaakt.
Ook de unieke geschiedenis van de Red Star Line wordt ontdekt en onder impuls van Schepenen Heylen en Van Campenhout en ontwikkeld tot een internationale attractie als museum van de landverhuizers. Meer dan 2,7 miljoen Europeanen , waaronder veel joden , vertrokken hier op de Rijnkaai naar de Nieuwe Wereld. Recent werd dan , als baken tussen stad en haven, het nieuwe Havenhuis gebouwd. Zo is de stad een sterk icoon rijker.
Het Eilandje is vandaag een levendige stadswijk met een uniek karakter. Je vindt hier immers de rust van de weidsheid en het water , een prachtig zicht op de Schelde en de haven, gezellige Horeca en sympathieke winkels maar je bent tegelijkertijd ook op 15 minuten wandelen van de binnenstad.

Lees verder

As Melkmarkt – lange koepoortstraat – Klapdorp – Paardenmarkt

Wat weinig Antwerpenaren weten is dat de Vikings hier niet alleen kwamen roven, branden en verkrachten maar ook voor ongeveer +/-150 jaar een vaste nederzetting hadden in Antwerpen waar ze kwamen en gingen en waar de boeren uit de omgeving zelfs bescherming zochten. Logisch ook want hun Frankische heren kwamen hier niet op hun paarden in hun rijke kledij en maliën, de grond van dit moerasland was te vochtig en te drassig. Paarden met berijder konden hier niet makkelijk bewegen.
De nederzetting of Vikingkamp had de vorm van een ei en dat zien we wel meer in steden waar Vikingen verbleven hebben ( kuipdorp – daar waar ze hun schepen naar alle waarschijnlijkheid herstelden) werd begrensd door de Lange Koepoortstraat, de Melkmarkt , de Meirbrug , de Meir , Kipdorp , Paardenmarkt en terug. De Viking periode in Antwerpen is trouwens de enige periode van die duur dat onze streken gevrijwaard bleven van aanvallen van buitenaf, men had dus schrik van de Vikings! Wat ook fantastisch is is een legende van hoe Antwerpen aan zijn naam kwam.
Dievan Brabo en de reus kent bijna iedereen maar er is ook een Viking versie …
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Erik de Viking & Marleentje
Die gaat als volgt: Het jaar is 836 & Marleentje woont met haar ouders en haar grootmoeder in een vissershutje aan de oever van de Schelde. Op een stormachtige avond hoort Marleentje gekerm en gekreun. Ze staat op en neemt haar mantel en wil naar buiten gaan maar dan zegt haar vader plots ‘Marleentje?…wat ga je doen misschien meisje?’ ‘ik ga naar buiten vader zegt ze…hoor je niet dat er een man hulp nodig heeft misschien?’ ‘Kinneke, zijt ge op uwe kop gevallen? zegt haar vader boos Het is een hondeweer, de hemelsluizen staan open en jij wil naar buiten?’ ‘Ja zegt Marleentje kordaat…want daar is iemand die mijn hulp nodig heeft.’ ‘Het kan me niet schelen zegt haar vader. Wie is er hier baas? Frakske uit en zitten ja…waarschijnlijk is het een Viking die weer teveel gezopen heeft en nu ligt te kreperen. Laat maar liggen want wij hebben er niets mee te maken!’ ‘Maar…vader’ probeert ze nog… ‘Géén woord meer…ik zei NEE’ zegt vader.’ Marleentje doet haar frakske uit, gaat aan tafel net over haar vader zitten en kijkt met jonge onschuldige puppy ogen in de ogen van haar vader! ‘God jumenas zegt vader…wat is het nu weer?’ ‘Wel’ zegt Marleentje…stel u voor dat ik dat ben die hulp nodig heeft en zo’n bullebak die zegt laat ze maar kreperen want wij hebben er niets mee te maken…’ ‘Het is al goed geeft vader toe…we gaan eens kijken, kom zucht hij…’ Nog nooit deed Marleentje haar frakske zo snel aan, vader liep al buiten en na Marleentje ook moeder en grootmoeder die door het “hondenweer” bijna nog uitschuift. Ze gaan met zen vieren tot aan de oever net bijna aan het water en daar doen ze een “rare” ontdekking! Een hand steekt uit het slijk…het lijkt wel een massa aarde, slijk nu met bloedplekken dat daar ligt. Vader begint eraan te trekken, Marleentje ook maar er beweegt niets…dan trekt moeder mee en uiteindelijk nog grootmoeder en dan begint de massa te bewegen…met verenigde krachten kan het viertal de massa tot in de vissershut sleuren. Daar aangekomen werpen ze “het” op de lege tafel en gieten er enkele emmers Scheldewater over van in den tijd dat de Schelde nog blauw zag en niet “bruingroen” zoals nu…En dan ziet Marleentje een adonis liggen op de tafel van wel 2m groot met lange witblonde haren, erg gespierd en wanneer hij flauw zijn ogen opent zijn ze nog blauwer dan het Scheldewater! ¨Wa ne schoeine pladijs seg uitet Schelt¨ denkt Marleentje.
Wanneer Erik de ogen opent ziet hij een mooie Antwerpse poppemie goed voorzien van oren en poten en ik hoef er – géén tekening bij te maken…er groeit wat tussen de gewonde en diegene die hem verzorgt. Het is inderdaad een Viking en zijn naam is Erik maar hoe meer de tijd verstrijkt hoe onrustiger Erik wordt…tot grote ergernis van ons Marleentje! ‘Erik?…wat scheel er toch? vraagt Marleentje bezorgd.’ ‘Mijn vader is naar Walhalla (dood) zegt Erik en ik moet terug naar huis Marleentje!’ ‘Zijt ge nu op uwen Vikingbol gevallen makker? roept Marleentje kwaad…mijn ouders hebben u graag, we gingen trouwen en hier een vissersdorpje stichten en klein Antwerpse Vikingetjes maken maar nee…meneer moet terug naar huis!’ ‘Marleentje toch zucht Erik…ik moet, ge kent mijn broer niet Hagar “de verschrikkelijke”, ga ik niet terug heb ik niets meer…het is mijn erfenis…ik moet!…Maar het maakt niet uit hoelang ik weg zal zijn Marleentje, ik kom terug, terug voor en naar u…Ik hou van jou Marleentje, alleen van jou en voor jou alleen kom ik terug, je hebt mijn woord, als viking!’
Zo gezegd zo gedaan… Erik hakt enkele bomen om, maakt een vlot en vaart naar het Noorden…naar “zijn” thuisland! Marleentje komt elke dag, of zijn het misschien dagen, weken, maanden, lente, zomer, herfst en winter tevergeefs naar de bocht in de Schelde kijken hopende op een drakenschip dat hare Erik terugbrengt…maar er gebeurt niets, Erik komt niet…diep teleurgesteld gaat Marleentje naar huis en zet zich met haar handen onder haar kin erg ontgoocheld over haar moeder. ‘Arm kind toch zegt haar moeder. Vergeet uwe woeste Viking toch…die heeft al lang in Vikingland een vrouw twee keer zo groot als gij en heeft al 24 koters…12 rosse en 12 blonde.’ ‘Dat is niet waar…Erik houdt van mij en die komt terug’ roept ze hard! Marleentje staat bruusk op en loopt weer in de barre koude naar buiten maar … weer tevergeefs…géén Vikingschip dat Erik terugbrengt te zien op de Schelde en Marleentje weent bittere tranen terwijl haar moeder’s woorden door haar hoofd spelen. Net als ze zich omdraait om naar huis te gaan hoort ze het geblaas van een hoorn! De hoorn schalt luid en de mist opent zich op de Schelde en uit die mist komt een houten drakenkop tevoorschijn met daarachter een knalrood en wit gestreept zeil en aan het drakenhoofd hangt hare held! Erik is teruggekomen…daar is hij…mijn lief, ik wist het denkt ze en Marleentje is dolgelukkig.
Helaas is haar vreugde van korte duur want Erik is niet alleen…naast hem komt een tweede vikingschip varen met een lelijke drakenkop en een zwart zeil, een zeil zo donker als de dood…vooraan staat een man, veel groter dan hare Erik met een kale kop en een baard in een lange donkerrosse vlecht geknoopt. De krijger ziet er vervaarlijk uit en heeft een grote zware tweehands bijl die hij dreigend wijst naar Marleentje en Antwerpen! Hagar…Hagar de verschrikkelijke denkt ze!
Marleentje ziet hoe Hagar zijn mannen ophitst om snel te roeien en ze gehoorzamen blindelings en ook Erik moedigt zijn mannen aan en de twee Viking schepen racen op de Schelde om éérst in Antwerpen aan te komen en dan begrijpt Marleentje plots waarom. Er is een ongeschreven wet in de donkere tijden die zegt…hij of zij die éérst de hand aan de grond legt is heer en meester van de grond en ze beseft als Hagar en zijn mannen winnen dat heel Antwerpen platgebrand en leeggeroofd wordt…Beide Viking leiders schreeuwen hun longen uit hun lijven maar het ziet ernaar uit dat Hagar wint…zowel Odin, als Thor als Jezus en Maria zijn niet terzijde van Erik en Marleentje vandaag…en dan ziet Marleentje iets buitengewoons…Erik beseft dat hij verliest van zijn broer en legt zijn arm op het schip en hakt met zijn strijdbijl zijn hand af en werpt ze vanuit de bocht v/d Schelde tot op de oever en red zo zijn geliefde en haar geliefde Antwerpen en geeft zo de naam aan de groeiende stad in de donkere tijden!
De Melkmarkt liep van de Kaasrui naar Eiermarkt. Achtereenvolgens “Veemerct” (1377), “Suvelsteeg-” of “merct” (1418) en “Melkmarkt” (sedert 1548) genoemd. De smallere strook nabij de Eiermarkt heette ook wel eens “Ketelmerct” (1396). In de loop van de 16de eeuw ontmoeten we de naam “Kerkhofstraat” en in de 16de tot de 17de eeuw “Lijnwaadmarkt”. De huidige naam werd pas algemeen gebruikt in de tweede helft van de 17de eeuw. Sedert de 12de eeuw is het een van de bijzonderste aders van de stad, doorsneden door de gracht van de eerste vesting. Nabij de Wijngaardstraat lag een brug over de rui, de “Reinoldsbrug”, “Verwersbrug” of “Melkbrug”. Mogelijk maakte de Melkmarkt in de 13de eeuw nog deel uit van het kerkhof van Onze-Lieve-Vrouw. Omstreeks 1345 werd met de bebouwing begonnen, omstreeks 1540 werd de grens met de Lijnwaadmarkt getrokken, en omstreeks 1620 kreeg ze haar huidige vorm.
Op enkele oudere kernen na kwam het gebied tussen de vesten van 1250 en de Spaanse walle pas in de dertiende en veertiende eeuw tot ontwikkeling. Echte gesloten bouwblokken zoals in de kernstad kwamen slechts zelden voor. Een lintbebouwing langs straten kreeg langzaam gestalte. De belangrijkste bebouwde aders ca. 1400 in dit gebied waren Klapdorp – Paardenmarkt, Keizerstraat, Kipdorp, Lange Nieuwstraat als uitvalswegen van de oudere stadskern en/of deel uitmakend van een ouder gehucht. Vaak werden de huizen door niet bebouwde percelen onderbroken (tuinen, velden en boomgaarden, beemden, raamhoven en lijnbanen). Grote open ruimten waren het Raamveld (tussen Minderbroedersrui, Klapdorp, Kauwenberg en Keizerstraat). Zo viel dus ook het gehucht Klapdorp aan de Antwerpse expansiezucht ten offer. Dit gehucht had zich ontwikkeld buiten de Koepoort en omvatte de Paardenmarkt; de inlijving van bet Klapdorp bracht meteen ook de Infirmerie van het Klapdorp binnen de wallen, een godshuis gesticht ten voordele van de zieke begijnen. Geleidelijk krijgen de straten een stedelijker en commerciëler karakter , vooral gezien de functie als vebindsas tussen de binnenstad , de studentenbuurt, de Nieuwstad ( later het Eilandje ) en de Leien. Klapdorp werd bijvoorbeeld lang “de Meir” van het Schipperskwartier “genoemd, Schippersvrouwen hadden immers niet de tijd en gingen naar Klapdorp voor hun aankopen Tot in de jaren 90 trof je hier een rijk aanbod aan handelszaken aan. Langzaamaan aan verschraalde dit maar begin 21 ste eeuw vond het Klapdorp een tweede adem , ondermeer door veel nieuwe bewoners , een ontwikkeling op de hoek met de Mutsaartstraat en nieuwe starters, Een zelfde fenomeem zien we in de Lange Koepoortstraat met nieuwe woonontwikkeling en talrijke starters naast de klassieke zaken. Met de heraanleg van de Lange Koepoortstraat , als een echte wandelzone, ziet de toekomst van deze belangrijke historische as tussen de binnenstad en de studentenbuurt , het Eilandje en de nieuwe Leien van er veelbelovend uit.
Weetjes
Wist je dat op het Klapdorp nog een getij watermolen gestaan heeft om koren te malen ?
Ergens beginjaren 30 van de vijftiende eeuw ( rond 1433) liet het stadsbestuur een watermolen bouwen waar nu de Hessenbrug is ( tussen de Paardenmarkt en de Falconrui) Een deel van de Paardenmarkt heette toen nog Clapdorp.
Sedert het midden van de 16de eeuw stond op de Melkmarkt het bronzen beeld van Lijn de Melkboerin, eerst boven een bornput, later op een pompzuil. In 1876 werd het door een wagen omvergeworpen; een kopie werd opgericht in de tuin van het Steen, echter op de oorspronkelijke zuil. Dit geheel werd in 1938 als monument geklasseerd. Het oorspronkelijke beeld, volgens een monogram op het voetstuk vervaardigd in 1766, werd eerst ondergebracht in het Steen, later in het Vleeshuis. De kopie nabij het Steen is inmiddels verdwenen en de overblijfselen van de zuil werden naar het Vleeshuis overgebracht. Een kopie van het beeld, eveneens in brons, berustte in het Museum voor Volkskunde, thans het museum aan de stroom een andere vervaardigd uit steen, stond tegen de gevel van Wijngaardstraat 9. Lijn wordt voorgesteld met een melkstoop op het hoofd; ze draagt een spannend bovenkleed met wapperende rok en schort. Ze was zeker even populair als Teun de Eierboer maar minder scherp (er is trouwens een gerucht dat gaat over de verzwegen romance tussen Teun en Lijntje)…Een ei en melk gaan goed samen, wel naar het schijnt Teun en Lijn ook alleen werd het verzwegen. Redenen daarvoor zijn er twee, het was hier in die tijden héél katholiek en de eierboer en melkboerin waren niet getrouwd, althans toch niet met elkaar. Ook in de zoo van Antwerpen staat een beeldje van Lijntje en dit voor de lateria.

Lees meer

Nationalestraat

Nationalestraat – Kammenstraat De Nationalestraat loopt van de Groenplaats naar de Kronenbrugstraat en heette aanvankelijk de Boeksteeg. Ze werd geopend tijdens de derde stadsvergroting op toen nog privé gronden. Het huidig uitzicht kreeg de Nationalestraat in 1877 via werken uitgevoerd door de Parijzenaar Hubert Pierquin. Die verbreedde de straat tot 15 meter ( iets meer had vandaag beter geweest …) , sloopte bestaande bebouwing en maakte ook een rechtstreekse verbinding met de Groenplaats. De bebouwing is vooral vierlaags en van de stijlen van einde 19 e eeuw en begin 20ste eeuw. De geschiedenis van de Nationalestraat kan natuurlijk niet los gezien worden van de drukkerij van de Gazet van Antwerpen, de opkomst van de christelijke arbeidersbeweging ( die vandaag nog altijd daar gevestigd ) , de befaamde kledingzaak het Meuleken , erover is nu de wereldbekende Dries Van Noten, het tropisch instituut , de verbondenheid met Sint Andries en de neus op de Sint Andriesplaats , het wereldbefaamde Tropisch Instituut en de sociale woonblokken in baksteen modernisme van architect Gustaaf Fierens. De Nationalestraat heeft net als vele

lokale winkelstraten een moeilijke periode gekend maar de reputatie die Antwerpen internationaal als modestad verworven heeft, gaf haar een nieuwe relance met de vestiging van het Modemuseum en talrijke (exclusieve) mode zaken. Tegelijkertijd heeft deze as zijn couleur locale bewaard en is meer dan ooit een winkelwandelstraat waar je eenbreed aanbod aan kleinhandel vindt. Eind jaren tachtig is de Nationalestraat het “mekka” voor een nieuwe jonge subcultuur. Een fenomeen komt overgewaaid uit Amerika en bereikt hier zijn top eind jaren tachtig en begin jaren negentig. We spreken over“roleplaying” maw het bekende Dungeons & Dragons oa. The Lonely Mountain, een winkel eigen aan die producten verhuist van de Handelsstraat naar de Nationalestraat. De naam van de winkel komt natuurlijk uit Tolkien’s hobbit boek en wie de winkel ooit bezocht waande zich in een kerker uit de boeken van Tolkien. Jeugd, hoofdzakelijk uit Antwerpen maar ook daarbuiten vond zijn weg naar deze Fantasy shop, wijd en zijd gekend door geeks ver buiten Antwerpen. Het is uniek voor Antwerpen en de éérste winkel in dit genre in’t stad. Later volgen er meer en ook “fantasy wargaming” kreeg in Antwerpen een vaste waarde met Warhammer en Warhammer 40k. Later komt het kaartspel “magic the gathering” op de proppen en de gaming wereld wordt een heuse community. In 2004 sloot deze pionier zijn deuren in de Nationalestraat. Maar zelfs nu in 2020 is er een heuse “spellengemeenschap” in Antwerpen. Gamecenters, bordspellen cafe’s, een Games Workshop, comic shops en zelfs een“geek street” op het Kipdorp getuigen van de hoogdagen van weleer en de Nationalestraat was de plaats waar het ooit echt zijn toppunt bereikt had.
De Kammenstraat
De Kammenstraat maakt deel uit van de mode wandeling en heeft een uniek urban , grunge en ook gewoon hip karakter spontaan gegroeid na een moeilijke periode en veel leegstand. Het befaamde Laundry Day is hier geboren en gaf de straat mee zijn uniek imago. Wat de straat helemaal een bijzondere uitstraling geeft , is de combinatie van de urban culture met de historische gebouwen en achtergrond van de straat. Zo vindt je hier de monumentale Sint-Auguatinuskerk terug , vandaag AMUZ, een ideale locatie voor (klassieke) concerten en diverse meetings. De Kammenstraat (Cammerstraat) was aanvankelijk een straat voor brouwerijen, na verhuis van de brouwers werd de Kammenstraat een winkelstraat. Ook drukkers kwamen de straat bewonen. Twee decenia, 20 jaar zijn wij onder Frans bewind ten tijde van Napoleon, hij kwam zelf 4 keer in Antwerpen. Maar de Fransen vertaalden de Cammerstraat verkeerdelijk in “Rue Des Peignes” enzo werd de Cammerstraat die verwees naar de brouwerijen, de Kammenstraat die heden ten dagen nog steeds verwijst naar de haarkam. Vandaag is het de plek om de urban culture van Antwerpen op te snuiven

Lees meer

Diamantwijk, de Diamond Square, De Diamantwijk, “the diamond square mile“

Op iets meer dan een vierkante kilometer worden 85 percent van de ruwe en 50 percent van de geslepen diamanten ter wereld verhandeld. In de drie straten , Hoveniersstraat , Rijfstraat, Schupstraat en omgeving klopt zoals de Appelmanstraat, de Vestingstraat en de Pelikaanstraag klopt dus het hart van de wereldmarkt in diamant. Bijna 2000 ondernemingen en meer dan 70 nationaliteiten zijn hier aktief als in een gonzende bijenkorf om het “ steentje” te verhandelen en te slijpen. Oorspronkelijk kwam diamant per schip , 500 jaar geleden , vanuit India over Venetië en dan naar Antwerpen. De voor de inquisitie gevluchte Joden speelden een vooraanstaande rol in de handel. Aanvankelijk lagen de centra van diamanthandel dan ook dichter bij de Schelde : de Groenplaats , Paardenmarkt , de Meir. In de negentiende eeuw , met de komst van veel Joden uit Oost Europa concentreerde de handel zich meer rond de buurt van het Centraal Station. Joden handelen traditioneel in diamant omdat ze niet altijd tot vele beroepen werden toegelaten en diamant gemakkelijk mee te dragen is als je weer eens moet vluchten ( vandaar ook de vestiging nabij het Station). Aanvankelijk gebeurde de handel op café of in zaaltjes maar geleidelijk aan werden beurzen opgericht die trouwens architecturaal ook de moeite zijn. In de slipstream van de diamanthandel volgde tal van

juwelenzaken , prestigieuze winkels , kwalitatieve restaurants en een bruisende detailhandel. Vandaag kleurt de diamantwijk visueel nog heel ortdodox Joods maar de handel zelf is geïnternationaliseerd. Indier’s , Russen , Chinezen , Armeniërs .. je vindt zowat de hele wereld in de vierkante mijl terug. Je vindt in deze bijenkorf vier diamant beurzen terug ( uniek in de wereld ) en quasi elke diamant passeert langs hier.

Lees meer

De Joodse wijk , onze Shtetl

Antwerpen herbergt 1 van de grootste orthodoxe joodse gemeenschappen van de wereld na New York, Londen en Jeruzalem. Onze stad wordt vaak “ het Jeruzalem van het Noorden” genoemd. De gemeenschap woont vooral in de buurt klein Antwerpen aan het Stadspark en Haringrode. Er zijn twee orthodoxe joodse gemeenschappen Machzike Hadas en Shomre Hadas. In Antwerpen wonen zowel Ashkenazim ( afkomstig , of vaak gevlucht , uit Oost Europa) als Sefardische Joden. De Joodse gemeenschap kent veel verschillende specifieke bewegingen zoals Belz, Lubavitch , Vizhnitz en vele anderen. Daarnaast wonen er in Antwerpen ook seculiere joden, misnagdiem ( Litouwse Joden) , Georgische Joden ea. De Joodse gemeenschap is dus tegelijkertijd zeer divers maar ook homogeen.
Ze houden zich immers trouw aan de eeuwenoude regels van ondermeer de Torah en de Kasjrut (voedingsregels). Zonder deze gehechtheid hadden ze in de diaspora, en door ondermeer de verschrikkelijke pogroms al lang hun indentiteit verloren. Er zijn in deze markante wijk tientallen kleine en grote scholen en synagoges. Maar ook veel

liefdadigheidsinstellingen. Solidariteit is immers enorm belangrijk binnen de Joodse gemeenschap. De grootste sociale Joodse sociale organisatie is de Joodse Centrale die ondermeer een rusthuis beheert en diverse sociale initiatieven coördineert. De Joodse wijk is zeer herkenbaar gezien de traditionele klederdracht die vooral op Shabbat zeer zichtbaar is. De Joodse gemeenschap is een intrinsiek onderdeel van ons stadsbeeld en is tot ons DNA gaan behoren. De Joodse gemeenschap behoudt haar identiteit maar met respect voor de regels van de Antwerpse samenleving. Ze laten de Antwerpenaren mee genieten van hun feesten zoals bijvoorbeeld Chanoeka ( rond de kerstperiode ) en Purim ( Joods Karnaval). Intern communiceren ze vaak in het kleurrijke Jiddisch ( een mengeling van middelduits , Hebreeuws en Slavisch) maar het merendeel van de gemeenschap spreekt vlot Nederlands. Op school wordt hier trouwens zeer veel aandacht aan besteed. De Joodse gemeenschap bracht de diamanthandel naar Antwerpen en heeft er dus voor gezorgd dat we het wereldcentrum voor diamant zijn. Geleidelijk aan echter zijn ook Indiërs een belangrijke rol beginnen spelen en is de markt sterk geïnternationaliseerd. In de diamantwijk werken nu meer dan 70 nationaliteiten. Het is dus een uitdaging voor de gemeenschap om ook in andere sectoren , zoals vastgoed , aktief te worden. Gezien de befaamde handelsgeest gebeurt dat ook met succes. De Joodse wijk is de moeite om te bezoeken. Niet alleen omwille van de warme sfeer van een Shtetl of de spiritualiteit van de synagoges maar ook omwille van de authentieke en kwalitatieve handelszaken. De Joodse voedingsregels zijn er niet zomaar gekomen maar gebaseerd op hygiëne, kwaliteit en vooral gezondheid. Bovendien zijn de Joodse gerechten uiterst smakelijk. Winkels zoals bijvoorbeeld Hoffys ( waar de toonbank een culinair spektakel is), Kleinblatt met de zaligste gebakken en zovele anderen moet je als Antwerpenaar bezocht hebben. We eindigen dit artikel met de woorden waarmee Joden afscheid nemen “ Zay gezunt ! “

Lees meer

De Seefhoek

De Seefhoek, kleurrijke buurt met Antwerps DNA
De Seefhoek is een authentieke Antwerpse wijk met een bijzondere geschiedenis en de laatste decennia een multiculturele ontwikkeling.
De wijk ligt in het noorden van de stad , tussen de Turnhoutsebaan en Carnotstraat in het zuiden en het prachtig en levendige heraangelegde Park Spoor Noord ( op het oude spoorwegemplacement) op het noorden. Ten oosten ligt Borgerhout en en ten westen Amandus.
Plezant is natuurlijk ook het Sint Jansplein, Antwerpenaren zeggen “tsjingstsjangsplein” en die van de parking of toeristen denken dan onmiddellijk dat je het over Chinatown hebt wat niet waar is natuurlijk. Rond die buurt, ook richting eilandje en stad vindt je veel mensen en restaurantjes van Spaanse, Portugese en Baskische origine. Vaak wordt de wijk ook samengenomen met Stuivenberg en Amandus en betiteld als Antwerpen Noord. De benaming Seefhoek is ontstaan uit een herberg, op de hoek van de Lange Beeldekenstraat en de Pesthofstraat waar het lokale Seefbier gebrouwen werd ,“Bij Trien uit de Pothoek” op de hoek tegenover het Stuivenbergziekenhuis. Dokters en verpleegsters kwamen er tijdens hun middagpauze hun “Seef” drinken, gelukkig was het percentage alcohol van dit

plaatselijke biertje toen slechts 1°. Recent startte een gedreven ondernemer opnieuw met de productie van het Seefbier (nu 6,5°).
De wijk had ook gekende winkelstraten zoals de Offerandestraat vooral gekend voor de schoenenwinkels. Elke mama of bomma ging hier met haar kinderen/kleinkinderen schoenen kopen. Was één van de mooiste Antwerpse winkelstraten, waar je altijd wel “schoon volk” zag lopen. Ook de Diepestraat was een mooie winkelstraat destijds maar kon aan de Offerandestraat niet tippen. The “place to be “ destijds. Nu getuigt de straat op sommige plekken van haar oude glorie, bijvoorbeeld in de supermarkt Albert Heyn zie je nog sporen van het verleden want de architectuur van de cinema Festa destijds bleef voor een stuk gespaard en is te bewonderen bovenaan de kassas van de supermarkt.
Het Park Spoor Noord , heraangelegd onder leiding van Schepen Van Campenhout, is een mooie groene long en heeft een positieve ontwikkeling op de evolutie van de wijk gehad, heel zeker op den Dam. Het park is aangeplant op het oude spoorwegemplacement dat drie wijken van mekaar afsneed : de Seefhoek , het Eilandje en den Dam. Vandaag zijn die wijken terug met elkaar verbonden. De Seefhoek was typisch een arbeiderswijk met dus veel arbeiderswoningen. Maar omdat hier veel havenbazen woonden, vindt je hier veel markante heren woningen .
Bekende bewoners van deze wijk zijn ondermeer Vincent Van Gogh die in een achterkamer in de Lange Beeldekenstraat woonde , de vermaarde voetballer en Gouden Schoen Rik Coppens ( zoon van een vishandelaar), Willy Vandersteen ( die hier veel inspiratie vond voor de strips van Suske en Wiske ) Panamarenko, Julien en Mathias Schoenaerts, Jan Fabre, Robbe Dehert, David Davidse etc…
Vandaag is de Seefhoek een zeer multiculturele wijk met veel uitdagingen maar ook veel kansen. Lang bestempelt als getto en thuis van de marginalen maar een buurt ook met een rijke geschiedenis, tevens ook erg geteisterd geweest door de V-bommen in wereldoorlog 2. In de Wetstraat bijvoorbeeld zie je nog duidelijk de sporen. Aan de ene kant van de straat zie je de herenhuizen uit eind 1800 en de andere kant van de straat zijn woningen gebouwd van kort na de oorlog. Deze ontwikkeling is veroorzaken door de inslagen van de V-bommen. Hetzelfde verhaal zie je in de Stuivenbergwijk. Leuke anekdote van deze wijk is bijvoorbeeld “het vosgangetje”. Dit bevindt zich in de Regentstraat. Het gangetje daar werd gebruikt door Britse Tommies die gelegerd waren in de Zoo van Antwerpen na de bevrijding van onze stad. Zij fungeerden als ordetroepen want onze regering verbleef in England en had haar ordediensten nog niet op orde. De oorlog woedde trouwens nog verder en de Tommie’s gingen daar vrijen met hun Belgische liefjes, vandaar het vosgangetje. Dit werd ons jaren geleden verteld door Jef, een bewoner van het vosgangetje die er toe meer dan zestig jaar woonde. Je vindt nieuwe typische assen terug zoals de Handelsstraat met haar talrijke viswinkels. Ook jonge gezinnen komen zich hier opnieuw vestigen. Park Spoor Noord aan de ene kant en de ontwikkeling van de Stationsbuurt aan de andere kant zijn twee polen die deze wijk kansen geeft voor een mooie toekomst.

Lees meer

Het Zuid, Petit Paris

De geschiedenis van het Zuid begint somber.
Hier bouwt immers de Hertog van Alva de citadel, een vijfhoekig kasteel om van daaruit het vrijgevochten Antwerpen opnieuw onder de knoet te krijgen. Wat hem in 1585 ook gelukt is, tegen wil en dank werd Antwerpen terug katholiek gemaakt. De helft van de Antwerpenaren (onder andere protestanten, joden, en calvinisten…) voornamelijk naar de Noordelijke Nederlanden. Een Antwerps icoon, het Maria beeldje vindt hier haar historische oorsprong, De Antwerpenaren moesten taksen betalen op alles. Ook op straatverlichting tegen hun gevel. De Spaanse bezetter geeft kwijtschelding van de taks mits het plaatsen van een heiligenbeeldje boven de lantaarn. Antwerpenaren kiezen uiteraard voor de heilige maagd Maria, tevens de beschermheilige van onze stad. Sommige straatnamen verwijzen nog naar deze periode zoals de geëerde rebellen Graaf van Hoorne en Graaf van Egmont en natuurlijk ook van de toenmalige burgemeester Marnix van Sint Aldegonde ( auteur ook van het Wilhelmus) met de Marnixplaats. Ook in de onafhankelijkheidsstrijd met de Nederlanders ( waar trouwens veel Antwerpenaren het niet mee eens waren)

worwt de stad vanuit de citadel bekogeld door de Nederlandse generaal.
Het negatief icoon wordt dan ook afgebroken en in 1881 ligt hier een gigantisch stuk verlaten grond op 15 minuten wandelen van de binnenstad. De stad beslist dan ook om hier aan woonuitbreiding te doen. Ze kiezen voor de principes die Haussmann in Parijs toepaste : brede lanen in een stratenpatroon die uitkomen op een plein met een beeld of een fontein. Er worden veel burgerhuizen gebouwd , waarvan er gelukkig veel bewaard gebleven zijn , in neorenaissance en neoclassicistische stijl. In de jaren 60 worden de zuiderdokken gedempt ( wat veel Antwerpenaren nog betreuren) omdat ze hun maritieme functie verloren hadden en meer als publiek stort werden gebruikt.
Vanaf de jaren 60 maar vooral de jaren 70 geraakt het Zuid in verval. Veel mensen verlaten de stad, het Zuid verloedert en krijgt een negatieve bijklank. Wie op het Zuid woonde werd bestempeld als die “van’t kantje “ met andere woorden, werd als krapuul aanzien. Vanaf half jaren 80 ontdekken pioneers echter opnieuw de zuidelijke charme.
Pakhuizen worden gerenoveerd tot uitgaansgelegenheden, de eerste woonprojecten starten terug op en er komen galerijen , exclusieve winkels , bars en restaurants. Met de heraanleg van de Leopold de Waelplaats gaf de stad een belangrijke injectie voor de ontwikkeling van de omgeving. Met de bouw van het nieuwe Justitiepaleis, ook wel het vlinderpaleis genoemd, krijgt de wijk er ineens een uniek internationaal icoon bij. Ook de Scheldekaaien zijn aan dit stuk van de stad al prachtig heraangelegd en een rustgevende wandel -en verblijfzone.
Met de bouw van een ondergrondse parking op de Zuiderdokken kan bovengronds een mooi park worden aangelegd wat het Zuid alleen maar extra zuurstof kan geven. Het Zuid ook de kunsten site van de stad met talloze galerijen , de culturele ontmoetingsplaats het Zuiderpershuis, het Koninklijk Museum van Shone Kunsten ( na renovatie nog meer een unieke parel) , het Museum voor Hedendaagse Kunsten (MHKA), het fotomuseum en zo veel meer.
Datzelfde Zuid, ooit ’t kantje is nu hip en trendy .
De toekomst van het Zuid ziet er dus veelbelovend uit. De wraak op Alva !

Lees meer